Rilatine en administratieve overlast

ASGB-BERICHT 2005.042

ASGB-bericht2005.042/Rilatine en administratieve overlast - 18 maart 2005 Geachte Collega, Op 15 maart 2005, stuurden we m.b.t. het voorschrijven van bv. rilatine, de hiernavolgende brief aan de heer J. De Cock, administrateur-generaal van het Riziv en aan mevrouw Prof. Dr. Casteels, voorzitter CTG (Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen). met collegiale groeten, het ASGB-bestuur Aartselaar, 15 maart 2005 Aan de heer J. DE COCK Administrateur-generaal RIZIV Tervurenlaan 211 1150 BRUSSEL Aan Mevrouw Prof. Dr. CASTEELS Voorzitter CTG Mijnheer de Administrateur-generaal, Mevrouw de Voorzitter, Dat de administratieve belasting meer en meer artsen in toenemende stoort is u allicht bekend. Geregeld sturen onze leden ons voorbeelden toe waarbij men zich toch ernstig vragen moet stellen waartoe deze administratieve overbelasting uiteindelijk dient. Soms is er zelfs sprake van contraproductieve effecten. Een recent voorbeeld betreft het voorschrijven van Rilatine. Toen Rilatine nog niet terugbetaald werd werd aanvaard dat de artsen ettelijke hernieuwingen op één voorschrift konden schrijven. Sedert de terugbetaling moet voor elk doosje één apart voorschrift worden opgemaakt en dan nog voluit in letters. Eén doosje bevat 20 tabletten en vele patiënten gebruiken één doos om de één a twee weken. Vermits het om een chronische onderhoudbehandeling gaat betekent dit dat de artsen soms tot 50 voorschriften per raadpleging moeten meegeven. Dit is onaanvaardbaar tijdverlies. Gelijkaardige problemen doen zich voor met anti-epileptica die vaak worden afgeleverd in dozen van 50 tabletten, waarvan de patiënt er soms tot vier per dag en levenslang moet innemen. Indien men minder voorschriften opmaakt, betekent dit dat de patiënt vroeger en zonder duidelijke medische indicatie op raadpleging moet terugkomen. Voor de patiënten zou een aangepaste verpakking ook een besparing op remgeld kunnen betekenen. Wij willen er op aandringen dat voor chronische onderhoudsbehandelingen een bepaald aantal hernieuwingen gedurende een bepaalde periode op één voorschrift zou kunnen worden aangebracht. Uiteraard zou het nog interessanter zijn om een aantal tabletten te kunnen voorschrijven in functie van de pathologie en de te gewenste frequentie van follow-up onderzoeken. Met de meeste hoogachting, Robert Rutsaert - Voorzitter

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.