Coma bedden

ASGB-BERICHT 2005.043

ASGB-bericht2005.043/Coma bedden - 21 maart 2005 Geachte Collega, In het BS van 11/3/2005 verscheen een KB i.v.m. erkenning en financiering van bedden voor patiënten in chronisch vegetatieve status. met collegiale groeten, hetASGB-bestuur. 22 FEBRUARI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen (BS: 11/3/2005) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 97, vervangen bij de wet van 14 januari 2002; Gelet op het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 oktober 2002, 11 november 2002, 29 januari 2003, 4 juni 2003, 8 juli 2003, 11 juli 2003, 16 maart 2004 en 7 juni 2004; Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, Afdeling financiering, van 11 maart 2004; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 12 mei 2004; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 14 november 2004; Gelet op het advies 38.016/3 van de Raad van State, gegeven op 25 januari 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. In artikel 15 van het koninklijk besluit van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen in de ziekenhuizen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 juni 2003 en 8 juli 2003, wordt aangevuld als volgt : « 31° de toegekende middelen met het oog op de verwezenlijking van de pilootprojecten welke de oprichting van ziekenhuiscentra van deskundigheid voor de patiënten in een persisterende neurovegetatieve status (PNVS) of een minimum responsieve status (MRS) beogen. » Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 76quinquies ingevoegd, luidende : « Art. 76quinquies. Binnen de grenzen van het beschikbare budget dat vastgesteld is op 625.640 EUR (index 1 juli 2004), wordt onderdeel B4 van de ziekenhuizen die deelnemen aan de realisatie van pilootprojecten welke de vorming van ziekenhuiscentra van deskundigheid voor de patiënten in persisterende neurovegetatieve status of in minimum responsieve status beogen, vermeerderd met 7.820,50 EUR per bed met het oog op het dekken van de lasten van bijkomend verpleegkundig en/of paramedisch personeel. De ziekenhuizen die aan dit project deelnemen moeten beantwoorden aan volgende voorwaarden : 1. beschikken over ten minste 4 bedden die exclusief aan patiënten in een persisterende neurovegetatieve status (PNVS) of een minimum responsieve status (MRS) kunnen worden gewijd; 2. aantonen dat een multidisciplinair team dat zowel kwalitatief als kwantitatief voldoet, onmiddellijk beschikbaar kan zijn voor de doelgroep (kinesitherapeut, ergotherapeut, logopedist, diëtist, psycholoog, maatschappelijk assistent, sociaal verpleegkundige); 3. beschikken over een ontslagmanager, wiens werking kan worden beoordeeld op basis van een jaarverslag. Die manager moet beschikbaar zijn om de zorgcontinuïteit voor de doelgroep te waarborgen; 4. beschikken over een functie "revalidatie"; 5. expertise aantonen op het gebied van verzorging van PNVS/MRS-patiënten aan de hand van een jaarverslag met zowel kwantitatieve gegevens (aantal opnamen, verblijfsduur, leeftijd...) als kwalitatieve gegevens (zorgplan...); 6. beschikken over geschreven functionele samenwerkingsovereenkomsten met instellingen voor zorgen van lange duur (rust- en verzorgingstehuizen, thuiszorgen via de "geïntegreerde diensten thuiszorg", instellingen die afhangen van het Waals Gewest voor de integratie van gehandicapte personen, instellingen van het "Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van personen met een handicap" evenals de equivalente instellingen van de Duitse Gemeenschap, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, van de « Commission communautaire française » en van de Vlaamse Gemeenschapscommissie); 7. beschikken over voldoende verzorgingsmateriaal : patiëntenlift - saturatiemeters, matrassen van het type "alternating" ter preventie van doorligwonden, badkuipen met variabele hoogte, rolstoelen, bedden met variabele hoogte, materiaal voor bronchiale aspiratie, revalidatiemateriaal (standing bar...). De betrokken ziekenhuizen en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft, zullen geschreven overeenkomsten sluiten die het voorwerp, de duur van het project, de regeling voor de rechtvaardiging van de uitgaven en de verplichtingen inzake rapportering aan de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft nader bepalen. » Art. 3. In bijlage 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de code « 312152 » wordt geschrapt in de lijst A van het punt 6.; 2° de code « 312152-312163 » wordt geschrapt in de lijst B van het punt 7.; 3° de codes « 312314 », « 312410 » en « 312432 » worden toegevoegd in de lijst A van het punt 6.; 4° de codes « 312314-312325 », « 312410-312421 » en « 312432-312443 » worden toegevoegd in de lijst B van het punt 7. Art. 4. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2004 behalve artikel 3 dat uitwerking heeft met ingang van 1 februari 2004. Art. 5. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 22 februari 2005. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.