Geneesmiddelen en accreditering

ASGB-BERICHT 2005.074

ASGB-bericht2005.074/Geneesmiddelen en accreditering - 9 juni 2005 Geachte Collega, Naar aanleiding van een aantal voorstellen tot wijziging van de nomenclatuur, het opmaken van een begroting voor een eventuele praktijktoelage voor de huisarsten en onze prioritaire voorstellen voor het akkoord 2006 hadden wij vorige week donderdag een gesprek met de medische pers. Bij de weergave van dit lange gesprek zijn in de Artsenkrant enkele fouten geslopen: * het ASGB eist geen koppeling van het voorschrijfgedrag aan de acrreditering en heeft evenmin de te bereiken percentages goedkope geneesmiddelen uitgevonden. Wij brachten gewoon verslag uit van een gesprek met het kabinet, net de avond voordien, waarbij deze voorstellen ter tafel kwamen. Ons standpunt ter zake werd overigens wel correct weergegeven in een vorig nummer (AK1673). We blijven er bij dat alle artsen bij het voorschrijven van geneesmiddelen en onderzoeken hun verantwoordelijkheid moeten opnemen teneinde de gezondheidszorg enigszins betaalbaar te houden. Vermits de accreditering een luik ethiek en economie bevat is het ook moeilijk om enig verband volledig te ontkennen. Het is moeilijk om geloofwaardige argumenten te vinden om telkens de duurdere geneesmiddelen voor te schrijven. Sommige artsen schrijven nu meer dan 80% goedkope geneesmiddelen voor, anderen minder dan 5%. Wij zijn voorstander van een stimulerend beleid i.p.v. een sanctionerend en het werken met individuele (accrediterings)boni zou zeker te verkiezen zijn. Maar als de medicomut geen valabel alternatief vindt dan zal de minister dit voorstel toch uitvoeren. * ook in de weergave van ons standpunt over toetreding tot de eenheidsbeweging is een onnauwkeurigheid geslopen: het ASGB overweegt helemaal niet om toe te treden tot een vereniging die nog geen enkele visie ontwikkeld heeft en voorlopig alleen discussieert over zijn naam en eventuele locatie. Wij hebben hen dan ook geen voorwaarden te stellen. De opschortende voorwaarden waarvan sprake werden geciteerd door Dr. M. De Roeck namens het VHNI maar niet namens het ASGB. De journalist heeft beloofd om dit in een volgend nummer recht te zetten. met collegiale groeten, het ASGB-bestuur.

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.