Uitbreiding verbod ereloonsupplementen

ASGB-BERICHT 2006.103

TER INFORMATIE ASGB-bericht2006.103/Uitbreiding verbod ereloonsupplementen - 29 mei 2006 Geachte Collega, In het BS van 31/3/2006 verscheen een KB (i.v.m. art 138 van de ZW) waarin de categorieën van patiënten aan wie niet-geconventioneerde artsen geen honorariasupplementen mogen aanrekenen, uitgebreid werd met de kinderen die een lichamelijke of geestelijke handicap van minder dan 66 % hebben die toch zwaar belastend is voor het gezin. Dit geldt voor patiënten opgenomen in tweepersoonskamers of in gemeenschappelijke kamers. Het KB ging in voege op 10/4/2006. Momenteel is een gezondheidswet in voorbereiding waarin de ereloonsupplementen mogelijk verder beperkt zullen worden. U kreeg hiervan reeds kopie. Voor het ASGB moet de bespreking hiervan obligaat gepaard gaan met een volledige correctie van de onderfinanciering van de ziekenhuizen samen met een aanpassing van art 140,4 van de ZW zodat artsen alleen nog de directe kosten van de medische activiteit moeten dragen en niet meer aangesproken kunnen worden voor de exploderende indirecte kosten of voor het bijpassen van structurele tekorten waar wij geen enkele verantwoordelijkheid voor dragen (bv. recente CAO); net zomin als voor het financieren van nieuwe gebouwen, wat voor veel beheerders vandaag bijna een vanzelfsprekendheid geworden lijkt. Bovendien moet het uitbreiden van de zgn. sociale tarieven gepaard gaan met een substantiële opwaardering van het sociaal statuut. met collegiale groeten, het ASGB-bestuur -------------------------------------------------------------------------------- Publicatie: 2006-03-31 FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID 8 MAART 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 september 2002 tot uitvoering van artikel 138 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987 ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet op ziekenhuizen, gecoörineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 138, vervangen bij de wet van 14 januari 2002; Gelet op het koninklijk besluit van 29 september 2002 tot uitvoering van artikel 138 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, gewijzigd bij koninklijk besluit van 9 januari 2003; Gelet op het advies van de Nationale Paritaire Commissie geneesheren-ziekenhuizen, gegeven op 28 september 2004; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 15 oktober 2004; Gelet op het advies van de Raad van State nr. 39.220/3, gegeven op 18 oktober 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lild, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gewijzigd bij de wet van 2 april 2003; Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. Het artikel 2, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 29 september 2002 houdende uitvoering van het artikel 138 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, gewijzigd door het koninklijk besluit van 9 januari 2003, wordt vervangen door een bepaling luidend als volgt : « 4° de kinderen die aan de medische voorwaarden voldoen om recht te geven op de verhoogde kinderbijslag overeenkomstig artikel 47 van de gecoördineerde wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders of overeenkomstig artikel 20 van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslagen ten voordele van de zelfstandigen en van de personen die te hunnen laste zijn; ». Art. 2. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 8 maart 2006. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.