Zorgtrajecten, recht op antwoord

ASGB-BERICHT 2006.112

TER INFORMATIE ASGB-bericht2006.112/Zorgtrajecten, recht op antwoord - 2 juni 2006 Geachte Collega, Hieronder vindt u de brief die we stuurden aan Dr. Cottriau, hoofdredacteur van het Medisch Weekblad te Ohain-Lasne, m.b.t. de zorgtrajecten. met collegiale groeten, het ASGB-bestuur -------------------------------------------------------------------------------- Aartselaar, 29 mei 2006 Aan Dr. Cottriau Hoofdredacteur Het Medisch Weekblad Chaussée de Louvain 426 1380 Ohain-Lasne Geachte Collega, Het Kartel (ASGB-GBO) wenst de samenwerking tussen huisartsen en specialisten te optimaliseren. Wanneer beiden zich complementair i.p.v. concurrentieel opstellen dan komt dit de kwaliteit van de zorg ten goede en zal beider taak inhoudelijk ook beter ingevuld zijn. Er is voldoende wetenschappelijke literatuur die aantoont dat bv. het vroegtijdig gezamenlijk in behandeling nemen van een patiënt met chronische nierinsufficiëntie de overleving verbetert en dat chronische dialyse gemiddeld met drie jaar kan worden uitgesteld. Met een groeiende populatie aan patiënten met terminale nierinsufficiëntie waarvan de behandeling jaarlijks om en bij de 50.000 euro kost kan ook de gemeenschap hierbij zijn voordeel doen. Wij waren dan ook al in het vorige akkoord (2004-2005) vragende partij om deze samenwerking structureel beter te ondersteunen en te honoreren. Er werd inderdaad op ons verzoek een werkgroep opgericht o.l.v. Dr. Vandermeeren (GBO en niet VBO) die dit project verder moest uitwerken. Er was helemaal geen prerogatief tegen de huisartsen van de BVAS. Ik vermoed dat Dr. Lemye zich gewillig vergist met de werkgroep die in het vorige akkoord de automatische verlenging van het GMD moest voorbereiden. Daar werd wel aangedrongen op een vertegenwoordiging van de huisartsen conform het aantal zetels in de medicomut. De BVAS heeft tijdens de onderhandelingen in deze werkgroep geen enkel concreet voorstel ingediend, heeft op geen enkel ogenblik blijk gegeven van enige wil om tot een concreet resultaat te komen. Tijdens de laatste vergadering van de medicomut hebben zij het project, zoals kon verwacht worden, (voorlopig?) gekelderd en kwamen de megaconsultatie en de briefing-debriefing terug op de proppen. Het zou misdadig zijn om deze noodzakelijke hervorming in onze gezondheidszorg nog te laten mislukken. Het argument van de administratieve overlast is uiteraard slechts een voorwendsel. De enige administratieve vereiste is dat huisarts en specialist een document ondertekenen dat ze samen de zorg van de patiënt met complexe pathologie zullen ter harte nemen. De patiënt tekent ter goedkeuring dat hij bereid is om het voorgestelde traject te volgen. Dit document is noodzakelijk omdat dan aan de patiënt een aantal voordelen kunnen worden toegekend zoals verminderd remgeld na verwijzing of terugbetaling van glucosestrips. In ruil voor dit ene document vervallen alle andere attesten voor de terugbetaling van de geneesmiddelen die in het zorgtraject kunnen gebruikt worden (en bij bv. nierinsufficiëntie zijn dat er nogal wat). In de praktijk is er dus zelfs eerder een administratieve vereenvoudiging. Het is bovendien nogal verwonderlijk dat deze kritiek komt van de vereniging aan wie we de administratieve rompslomp van de accreditering te danken hebben. De inhoud van het traject zelf moet uiteraard consulteerbaar zijn door alle betrokkenen. Die inhoud moet o.i. worden uitgewerkt door de wetenschappelijke verenigingen en gevalideerd door de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie. In uw relaas van 18 mei laat u Dr. Lemye aan het woord om de consensus die bereikt werd tussen Kartel, Vlaamse en Franstalige nefrologen en diabetologen, af te breken. U vindt het blijkbaar niet de moeite om zijn uitlatingen te toetsen bij het GBO of het ASGB. Uw lezers zouden ons inziens met iets meer objectiviteit gebaat geweest zijn. met collegiale groeten, Dr. Robert Rutsaert - Voorzitter ASGB

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.