Renaissance eerste lijn

ASGB-BERICHT 2006.140

ASGB-bericht2006.140/Renaissance eerste lijn- 10 juli 2006 Geachte Collega, Ter informatie vindt u bijgevoegd een artikel uit Artsenkrant n.a.v. een toespraak van de heer De Cock, administrateur-generaal van het RIZIV. Iedere huisarts kan (of moet?) voor zichzelf nagaan dat elk van de aangehaalde "bouwstenen" door het ASGB werd bedacht, uitgewerkt en onderhandeld. Voor ons mochten de zorgtrajecten, zoals gepland, op 1 juli van start gegaan zijn. Dat de gesprekken hierover moeilijk verlopen is dus niet aan ons te wijten. met collegiale groeten, het ASGB-bestuur. België klaar voor renaissance van eerste lijn Heel wat ingrediënten en bouwstenen voor een stevigere verankering van de eerste lijn zijn in de Belgische context al aanwezig. Een echte renaissance komt er als de eerste lijn meetbare resultaten kan voorleggen, integraal gefinancierd wordt, attractiever wordt en haar bijdragen permanent onder het voetlicht worden gebracht. Dat zei topman Jo De Cock van het Riziv tijdens de viering van de promotie huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Gent. In zijn toespraak zette hij de eerste lijn in Europees perspectief. Hij bekeek de Belgische situatie tegen de achtergrond van het eerstelijnsbeleid in de ons omringende landen. Negatieve beeldvorming De Cock vertrok van de vaststelling dat de beeldvorming over huisartsgeneeskunde eerder kritisch en negatief verloopt. "Het zou evenwel verkeerd zijn te twijfelen aan de cruciale positie van de huisarts in het zorggebeuren", zei hij. "Achter die sombere tinten vallen ook belangwekkende trends te onderkennen en ontwikkelingen te signaleren die bouwen aan een herpositionering van de eerstelijnszorg." Zo versterkte Frankrijk de gatekeeping functie van de huisarts. Alle Fransen ouder dan 16 worden aangespoord om een behandelend geneesheer te kiezen. Wie een specialist consulteert zonder verwijzing van die behandelende arts, betaalt 10 euro meer. Per chronische patiënt ontvangen behandelende artsen 40 euro. Intussen hebben drie kwart van de Fransen hun 'médecin traitant' gekozen. In Duitsland kan iedereen vanaf 18 jaar zich volgens het 'Hausarzt-modell' engageren om gedurende één jaar bij voorkeur dezelfde huisarts te consulteren. De tegenprestatie is een korting op het remgeld van 10 euro. Pay for performance In het Verenigd Koninkrijk stemde 80% van de artsen in met een systeem van 'pay for performance' dat de vergoeding afhankelijk maakt van de geleverde kwaliteit. De kwaliteit wordt gemeten aan de hand van indicatoren, hoofdzakelijk voor klinische zorg. Intussen wordt al 20% van het huisartsenbudget volgens het zogenaamde 'Quality and Outcomes Framework' verdeeld. Voor een doorsnee huisarts heeft dit een jaarlijkse impact van 60.000 euro. Ook Nederland voerde in 2005 een nieuw 'bekostigingssysteem' voor huisartsen in. Voortaan krijgen die een gemengde vergoeding bestaande uit een consulttarief van 9 euro, een tarief per ingeschreven patiënt van 52 euro, plus nog aanvullende forfaits voor praktijkondersteuning, modernisering en innovatie. Nederland komt volgens De Cock de verdienste toe dat het als eerste de eerstelijnsgeneeskunde op de Europese agenda heeft geplaatst. Zo kwam Europees forum voor de eerste lijn tot stand. GMD en wachtposten Maar ook in België zijn de bouwstenen voor een betere verankering van de eerste lijn voorhanden. Hij verwees naar het GMD, de beschikbaarheidshonoraria en de wachtposten. Van de initiatieven die in de steigers staan, springen de zorgtrajecten en het impulsfonds voor huisartsgeneeskunde in het oog, zei De Cock. De bespreking over de zorgtrajecten voor diabetes en nierinsufficiëntie starten eerstdaags. "Het worden moeilijke maar strategische gesprekken", aldus De Cock. Het impulsfonds voor financiële steun aan huisartsen die zich vestigen, komt binnenkort op de ministerraad. Meetbare resultaten Om tot een renaissance van de eerste lijn te komen, moet een aantal cruciale principes in de gezondheidzsorg worden verankerd, aldus De Cock. Zo moet eerstelijnszorg de hoogste kwaliteit van zorg verstrekken en daarbij meetbare resultaten opleveren. Verder moet de financiering gericht zijn op bevordering van de eerste lijn. Ook de 'vorming in de eerste lijn' moet attractiever worden. Belangrijk is ten slotte de objectieve bijdrage van de eerste lijn voortdurend onder het voetlicht te brengen. Peter Backx

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.