Verkiezingen 2006: mono of multi? Geneeskunde is een ploegsport

ASGB-BERICHT 2006.162

Artsenverkiezingen 2006.3 KARTEL (ASGB/GBO) Mono of multi? Geneeskunde is een ploegsport. De nakende verkiezingen zijn de eerste die volgen op een turbulente periode in de (Vlaamse) huisartsgeneeskunde. Na de overname door zijn nieuwe beheerders veranderde het SVH plots van koers en zag hierdoor geleidelijk zijn aanhang verloren gaan. Er was de roep naar eenheid onder de huisartsen samen met de eis tot erkenning van monodisciplinaire syndicaten. Beide zonder vooraf bepaalde visie, reden waarom het ASGB afzijdig bleef van deze beweging. Van zodra een visie moest omschreven worden kwam de divergentie naar boven en eindigde de eenheid. Het ASGB bleef koersvast trouw aan zijn visie. Dit was de reden waarom het 'nieuwe' SVH het Kartel verliet en zich isoleerde als een populistische vereniging die hunkert naar de 'vrijheid' van 40 jaar geleden. De eenheidsbeweging resulteerde in de Domus Medica, de fusie tussen de WVVH en UHAK. Het ASGB wenst actief samen te werken met deze Domus Medica om gemeenschappelijke programmapunten met meer daadkracht te kunnen realiseren. Voor het ASGB is immers de visie de essentie en moet de kerntaak van een artsensyndicaat de beroepsverdediging van de artsen zijn: het bewaken van hun inkomen, maar ook van hun werkomstandigheden. Niet het belang van de eigen vereniging staat centraal. In een brief van 31/8/04 schreef het SVH ons dat 'het Kartel geen doel op zichzelf is maar wel een heel kostbaar werkinstrument om gemeenschappelijke doelstellingen te bereiken'. We hadden het niet beter kunnen formuleren. Voor het ASGB primeert de belangenverdediging van alle artsen boven het gevecht tussen verenigingen waarbij al te dikwijls de man en niet de bal wordt gespeeld. In de gezondheidszorg van de toekomst zal, meer nog dan vandaag, de huisarts een centrale rol moeten vervullen in nauwe samenwerking met diverse andere disciplines. Met een exclusief monodisciplinaire belangenverdediging zullen huisartsen altijd aan de verlieszijde staan. En dit niet alleen bij de budgetverdeling maar vooral bij het beveiligen van hun rol tegenover sommige specialistische verenigingen en de machtige ziekenhuislobby's. De samenwerking tussen huisartsen en specialisten is van het allergrootste belang wil men de patiënt een kwaliteitsvolle, betaalbare en toegankelijke zorg aanbieden volgens het subsidiariteitsprincipe: de juiste zorg, op het juiste moment, door de juiste persoon, aan de juiste prijs. De organisatie en de financiering van de zorg kunnen o.i. niet losgekoppeld worden. Deze samenwerking wordt steeds belangrijker. Vandaag is dit voor het ASGB een van de topprioriteiten. Niet omdat het ASGB een gemengd syndicaat is. Het ASGB is een multidisciplinair syndicaat omdat goede samenwerking tot betere zorg leidt, en de patiënt, de huisarts en de specialist er beter van worden. Met aparte huisartsen- en specialistensyndicaten (en allicht hun subdisciplines) en zonder interne cohesie zullen we snel verzeilen in een jungle van tegengestelde belangen en stellingenoorlogen. Met welke argumenten zou bv. de pediaters of de geriaters het recht op een eigen GMD voor kinderen resp. bejaarden moeten ontzegd worden? Waarom ons nog druk maken over shared care programma's zoals voor diabetes of chronische nierinsufficiëntie? Toch is het juist dat het huidige systeem ook gebreken vertoont. Onze vertegenwoordigers in de diverse raden en commissies ondervinden meer dan eens, ondanks de numerieke meerderheid op de huisartsenbank, tegenwerking en blokkering bij specifieke of exclusieve huisartsenproblemen. Het ASGB stelt dan ook maatregelen voor om dit in de toekomst onmogelijk te maken. Anderen roepen integendeel in toenemende mate op tot deconventie, tot het onwettig innen van honorariasupplementen, tot een tabula rasa. Men vergeet dat het daarna jaren kan duren vooraleer nieuwe functioneringsmechanismen op poten staan. Populisme werkt, maar meestal niet lang. Een oproep om de verkiezing te boycotten zou o.i. alvast voor de huisartsen een nefast resultaat opleveren.

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.