Financiering artsensyndicaten

ASGB-BERICHT 2006.033

TER INFORMATIE ASGB-bericht2006.33/Financiering artsensyndicaten - 10 februari 2006 PERSMEDEDELING : FINANCIERING ARTSENSYNDICATEN Al meer dan 50 jaar is de werking van het ASGB uitsluitend gebaseerd op lidgelden (betaald op vrijwillige én individuele basis), op de competentie van zijn studiedienst en op de belangeloze inzet van een aantal gedreven bestuursleden. Dit heeft het ASGB toegelaten om de belangen van de artsen te verdedigen en in belangrijke mate de organisatie van de gezondheidszorg te beïnvloeden. Er zijn echter meerdere redenen waarom het ASGB -net zoals meerdere BVAS bestuursleden- pleitte voor de invoering van een structurele financiering van de representatieve artsensyndicaten ten laste van de globale ereloonmassa. De andere partners in de gezondheidszorg: ziekenhuizen, ziekenfondsen, vakbonden, politieke partijen, ..., genieten allemaal van een overheidsfinanciering. Zij kunnen hierdoor beschikken over goed uitgebouwde studiediensten. Door de steeds complexer wordende organisatie van de gezondheidszorg is een professionele beroepsverdediging maar mogelijk met bekwame technici die de mandatarissen in raden en commissies adviseren en ondersteunen. Alleen op die manier kunnen artsenorganisaties op een gelijkwaardige manier onderhandelen met de andere partners in de gezondheidszorg. Alle artsen genieten van de verwezenlijkingen van de representatieve syndicaten. Het is dan logisch dat ook alle artsen op een onrechtstreekse wijze bijdragen tot de ondersteuning van deze syndicaten. Het ASGB gaf de voorkeur aan een regeling waarbij de subsidiëring geput werd uit de ereloonmassa i.p.v. ten laste werd gelegd van de administratiekosten van het Riziv, maar de wetgever heeft er -mede op verzoek van de BVAS- anders over beslist. Deze subsidiëring zal het ASGB in Kartelverband toelaten om de eigen studiedienst verder uit te breiden en ook nieuwe vertegenwoordigers aan te trekken in de verschillende raden en commissies. het ASGB-bestuur

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.