Praktijktoelage

ASGB-BERICHT 2006.054

TER INFORMATIE ASGB-bericht2006.54/Praktijktoelage - 2 maart 2006 Geachte Collega, Het ASGB had vorige week een onderhoud met het kabinet van minister Demotte i.v.m. de aanwending van het impulsfonds voor de huisartsgeneeskunde. Het ASGB heeft reeds enkele jaren geleden gevraagd om een praktijktoelage, ondermeer voor administratieve en informatica ondersteuning, in te voeren evenals een "starterspremie . Dit impulsfonds is ten bedrage van 5 miljoen euro opgenomen in het akkoord 2006-2007. Hoe dit bedrag zal worden aangewend was echter nog onduidelijk. Er zijn nog geen definitieve teksten, die zouden kortelings aan de medicomut worden voorgelegd. Voor jonge beginnende huisartsen zou men een renteloze lening voorzien, te financieren via het Participatiefonds. Dit lijkt ons een goede en administratief eenvoudige piste. Daarnaast denkt men aan een bijkomende subsidie voor beginnende huisartspraktijken in gebieden waar een tekort aan huisartsen bestaat. Deze zou alleen moeten worden terugbetaald indien de praktijk vroeger dan een af te spreken periode terug zou sluiten. Ook deze redenering kunnen we in principe volgen maar we vragen ons af of er momenteel in ons land dergelijke gebieden bestaan en hoe men die gaat definiëren. In elk geval heeft men beloofd om dit te baseren op objectieve criteria die in gans het land gelijk zullen zijn. Tenslotte wordt een praktijktoelage voorzien voor groepspraktijken in functie van het aantal beheerde GMD s. We hebben sterk benadrukt dat we de initiatieven om beginnende huisartsen te ondersteunen toejuichen maar dat het minstens zo belangrijk is om reeds gevestigde huisartsen in het beroep te houden. En daarom is het voor het ASGB imperatief dat de praktijktoelage ook aan solopraktijken kan worden toegekend mits ze zich in een netwerk, met elektronische inzage in mekaars dossiers, organiseren. Het model van de groepspraktijken zal zonder twijfel door de jongere generatie huisartsen verkozen worden in de stedelijke agglomeraties maar dit model is ons inziens duidelijk minder geschikt in landelijke gebieden met grotere afstanden en met minder openbaar vervoer. Daar te sterk de nadruk leggen op groepspraktijken zou er juist kunnen voor zorgen dat er gebieden met een tekort aan huisartsen gecreëerd worden. Een en ander zou na de zomer operationeel moeten zijn. Men heeft beloofd onze opmerkingen in overweging te nemen. We zullen zien in welke mate er in de uiteindelijke teksten mee rekening gehouden werd. Dr. Robert Rutsaert Dr. Milan Roex Voorzitter Ondervoorzitter Dr. Reinier Hueting Dr. Stijn Festraets Voorzitter HA-Vleugel Bestuurslid

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.