Deconventiecijfers

ASGB-BERICHT 2006.064

berichten/115NumUr001_1.zip

TER INFORMATIE ASGB-bericht2006.64/Deconventiecijfers - 9 maart 2006 Geachte Collega, Bijgevoegd vindt u een overzicht van het aantal weigeringen van het akkoord 2006-2007. Het aantal deconventies ligt lichtjes lager dan de vorige jaren, ondanks de oproep van sommige artsenverenigingen om dit akkoord te verwerpen. Het ASGB heeft het akkoord verdedigd en is dan ook tevreden dat een grote meerderheid van het artsencorps dit gevolgd heeft. De kritiek dat bij de telling een aantal niet actieve artsen wordt meegeteld is grotendeels terecht. De methodologie is echter al jaren dezelfde zodat de trend alleszins betrouwbaar blijft. Om aan deze kritiek tegemoet te komen heeft het RIZIV een aparte telling van actieve artsen gedaan. Bij die groep Vlaamse huisartsen ligt het aantal weigeringen zelfs nog iets lager. Op onze vraag welke definitie van actief men gebruikte werd geantwoord dat dit alleen slaat op "als actief bij het RIZIV gerepertorieerde" artsen zonder enige correlatie met hun reële activiteit. We vroegen daarom om bijkomend nog een aparte telling uit te voeren van de geaccrediteerde artsen omdat dit toch een beter zicht geeft op de echt actieven. De kritiek dat artsen via het sociaal statuut gegijzeld worden in de conventie vinden we niet terecht omdat precies degenen die dit stellen ook het bestaande sociaal statuut als absoluut onvoldoende bestempelen. Door per prestatie slechts enkele euro extra te vragen zou een huisarts met een gemiddeld profiel het verlies van het sociaal statuut reeds kunnen compenseren. Zoals u weet blijft het ASGB ervoor ijveren om samen met de honoraria ook het sociaal statuut verder te verhogen. Hoewel het ASGB goed beseft dat er in diverse disciplines nog heel wat problemen moeten worden aangepakt blijven we er van overtuigd dat we de voorbije jaren toch ook al heel wat gerealiseerd hebben en dat de ontevredenheid, in het bijzonder bij de Vlaamse huisartsen, die bijna dagelijks in de medische pers en op elektronische fora wordt geëtaleerd, voor een groot stuk artificieel wordt opgeschroefd met onderliggend een andere agenda. Om in ons land en in onze gezondheidszorg iets ten goede te veranderen is enig doorzettingsvermogen (m.i. persevereren) onontbeerlijk. Dat kan alleen via enigszins stabiele verenigingen en met mandatarissen die bereid zijn om een dossier grondig te analyseren, op 101 plaatsen aan te kaarten en te blijven verdedigen, en om de tegenstand van overheid, ziekenfondsen en (meestal de hevigste) eigen collega s, op een geloofwaardige manier te proberen overwinnen. We prijzen ons dus gelukkig dat het ASGB, dank zij de grotendeels gelijklopende visie van zijn leden, al gedurende meer dan 50 jaar grote interne conflicten bespaard is gebleven en dat we dagelijks op de inzet van onze bestuursleden en mandatarissen kunnen blijven rekenen. Zonder hun belangeloze inzet hadden vele dossiers die u en ons nauw aan het hart liggen nooit het daglicht gezien. met vriendelijke groeten, Dr. Robert Rutsaert Voorzitter

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.