Akkoord 2009-2010 punt 1

ASGB-BERICHT 2008.248



 

1.         KRACHTLIJNEN VAN HET AKKOORD



De NCGZ waarborgt met het afsluiten van dit akkoord de integrale aanpassing van de erelonen aan de evolutie van de index. Zij zet de inspanningen inzake herwaardering en ondersteuning van de huisartsgeneeskunde en de herijking van de erelonen van de specialisten onverminderd voort.

De NCGZ gaat nieuwe uitdagingen aan door de uitbouw van het globaal medisch dossier op vlak van preventie en het creëren van voorwaarden voor een meer aangepaste organisatie van de wachtdiensten.



Dit akkoord voorziet voor de patiënten meer toegankelijkheid niet alleen door een aantal remgeldverminderingen maar ook door het verruimen van de sociale derdebetalende en door meer transparantie over de toepassingsvoorwaarden van dit akkoord.



De NCGZ is zich bewust van de moeilijke economische en budgettaire context.

Zij neemt structurele maatregelen – waar nodig gericht op niet gerechtvaardigde praktijkverschillen – op vlak van nomenclatuur en van voorschrijfgedrag met het oog op een zorgvuldig gebruik van de middelen van de ziekteverzekering en draagt op die manier bij tot een duurzame en toegankelijke gezondheidszorg.

 

Commentaar:

-deze krachtlijnen spreken voor zich; ze zijn van in het begin van de besprekingen ook onze uitgangspunten geweest

-over de noodzaak/wenselijkheid van een lineaire indexering meer in punt 2

-de doorgevoerde correcties en besparingen slaan op verstrekkingen die hun vooropgestelde budget zwaar overschreden hebben of waarvoor onverklaarbare consumptieverschillen werden aangetoond (of waarvoor een aantal elementen niet in rekening gebracht werden zoals bv. bij de anesthesie bij faco-emulsie); de trimestriële auditrapporten bevatten wat dat betreft een schat aan gegevens; het zijn overigens zeker niet alleen meer de Waalse ziekenhuizen waar anomalieën worden vastgesteld; experten of beroepsverenigingen die in de TGR soms gehoord worden hebben de neiging om de budgetten te laag in te schatten in de hoop dat het dossier dan gemakkelijker passeert; dit probleem is nu onderkend en zal in de toekomst nog strenger worden opgevolgd en zodra dit wordt vastgesteld mogen correcties verwacht worden.

 

2026.088

Nieuwe verstrekking voor expertise op afstand in de dermatologie en venerologie

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd met nomenclatuur voor een nieuwe verstrekking voor expertise op afstand door een arts-specialist in de dermatologie en venerologie op vraag van de huisarts.

Het principe was al opgenomen in het akkoord 2022-2023 maar de uitwerking hiervan heeft heel wat voeten in de aarde gehad.

Het KB gaat in voege op 1 september 2026. 

Als bijlage bij dit bericht vindt u de integrale tekst ervan.

2026.086

Besparingsmaatregel inzake cardiale revalidatie vanaf 1 augustus 2026

 

Op 3 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel inzake cardiale revalidatie invoert vanaf 1 augustus 2026. Het gaat om een vermindering van de tarieven met 10%.

Deze maatregel werd niet besproken in de NCAZ of TGR maar werd ‘rechtstreeks’ beslist door het College van directeurs binnen het RIZIV.

De revalidatieverstrekkingen voor cardiale revalidatie die vóór 1 augustus 2026 verricht werden, kunnen evenwel nog aangerekend worden aan de tarieven die van toepassing zijn vóór 1 augustus 2026.

2026.085

Aanpassing patiëntengroepen laagvariabele zorg n.a.v. opsplitsing nomenclatuurnummer besnijdenis

 

Op 3 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat de patiëntengroepen voor de LVZ (laagvariabele zorg) wijzigt.

De aanleiding daartoe is het feit dat het nomenclatuurnummer voor de besnijdenis in twee afzonderlijke verstrekkingen werd opgesplitst sinds 1 juni 2026.

Als bijlage bij dit bericht vindt u de integrale tekst van het op 3 juli gepubliceerde KB.