Akkoord 2009-2010, punt 2

ASGB-BERICHT 2008.264



 

 

 

2.         PARTIELE BEGROTINGSDOELSTELLING 2009



De NCGZ neemt kennis van het bedrag van de partiële begrotingsdoelstelling 2009 dat door de Algemene raad is vastgesteld op 6.745.365 duizend euro.

Hierin is een indexmassa vervat van 276,348 miljoen euro, een bedrag van 50,2 miljoen euro voor nieuwe initiatieven en een bedrag van 29,7 miljoen euro in het kader van het kankerplan.



De Algemene raad is ook uitgegaan van een te realiseren besparing van 13,8 miljoen euro.

De NCGZ neemt haar verantwoordelijkheid door in structurele besparingen en gerichte acties te voorzien als antwoord op de vaststellingen in de permanente auditverslagen.

Op die manier zal in 2009 een bedrag van 32,6 miljoen euro worden bespaard, waarvan 18,8 miljoen euro kan worden toegevoegd aan de middelen voor nieuwe initiatieven. Tenslotte kan de NCGZ ook beschikken over een niet aangewend

bedrag van 1,268 miljoen euro uit maatregel N0405/07 (oncologie).



De NCGZ beschikt aldus bovenop de indexmassa, over een bedrag van 100 miljoen euro waarvan 1/3 bestemd voor de huisartsgeneeskunde en 2/3 voor de specialisten.


Geneesheren: beschikbare massa

 

 

A) indexmassa

276.348

 

 

B) Andere

100.000

Nieuwe initiatieven

50.195

Kankerplan

29.697

Correcties regering (index of andere)

-13.817

Resterend budget uit projecten N0405/07 en N08/GS/00

1.268

Structurele maatregelen Medico-Mut

32.657

 

 

Totaal

376.348

                                                                                                 



Structurele maatregelen:

De NCGZ stelt voor een aantal verstrekkingen zeer belangrijke budgetoverschrijdingen vast, voor meerdere verstrekkingen zijn er ook aanwijzingen van belangrijke verschillen in het gebruik en oneigenlijk gebruik.

De Technische Geneeskundige Raad (hierna: de TGR) zal spoedig structurele corrigerende maatregelen voorstellen voor de weerhouden verstrekkingen.

In afwachting daarvan neemt de NCGZ de volgende maatregelen die, waar van toepassing, zullen opgeheven worden op het ogenblik van de inwerkingtreding van de TGR voorstellen.

De NCGZ ondersteunt het afdwingen door de bevoegde instanties van een correcte en éénvormige naleving van de bepalingen inzake de verstrekkingen vermeld in de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen in het algemeen, en van de hier weerhouden verstrekkingen in het bijzonder.



       

Structurele maatregelen :

N0910/23

Fysiotherapie: 558994: K60 geïndexeerd => K45 niet geïndexeerd

-3.720

N0910/24

Bloedtransfusie: schrappen verstrekking 470271-470282

-2.400

N0910/25

Desobstructie shunt Scribner: schrappen van verstrekking 470035-470046

-750

N0910/01

Facoemulsie: 246912-246923: N505 => N475 : cataract

-2.686

N0910/01

Facoemulsie: 246912-246923: N505 => N475 : impact op anesthesie

-11.860

N0910/02

Percutane: verstrekking 589411-589422: interpretatieregel + toepassingsregel nomenclatuur

-2.752

N0910/03

Suprapubische Katheter

-700

N0910/04

Urgentiegeneeskunde: equivalente maatregelen ten gronde

-7.789

P0910/01

Carboxyhemoglobine: omzendbrief

pm

Totaal structurele maatregelen

-32.657

 

 

In afwachting van structurele maatregelen worden tijdelijk volgende maatregelen ingevoerd:

H0910/01

Fysiotherapie: 558994: equivalent van N0910/23 via sleutelletterwaarde

-3.720

H0910/06

Bloedtransfusie: verstrekking 470271-470282: sleutelletterwaarde op nul

-2.400

H0910/07

Desobstructie shunt Scribner: 470035-470046: sleutelletterwaarde op nul

-750

H0910/02

Facoemulsie: vermindering sleutelletterwaarde 246912-246923  in afwachting van N0910/01(tot 31/03/2009)

-2.686

H0910/03

Anesthesie: bevriezen indexmassa anesthesie (artikel 12) in afwachting van N0910/01(tot 31/03/2009)

-12.581

H0910/04

Urgentiegeneeskunde: bijgeroepen specialist => equivalent van basisconsultatie

190

H0910/05

Urgentiegeneeskunde:  supplementen 590855 en 590833 sleutelletterwaarde op nul in afwachting van N0910/04

-7.979







Commentaar:

-van de 376 mio is er 276 voor indexatie; dat het grootste deel daarvan (82% = 226 miljoen) naar specialisten gaat is niet abnormaal omdat hun honoraria voor de technische akten inclusief alle kosten zijn (personeel, apparatuur, reagentia, ....);

-het personeel kreeg het afgelopen jaar 3 indexsprongen die vanuit de honoraria moesten worden voorgeschoten; de index op de honoraria wordt berekend van juni tot juni;

-in vele medisch-technische diensten lopen de kosten op tot meer dan 70-80%; voorbeeld: in mijn dialysedienst (RR) is de afhouding momenteel 85%, indien de kosten wél met 4,32% stijgen (in realiteit is het meer) en de honoraria niet dan zou dit een netto-inlevering van 25% betekenen!; geen wonder dus dat een lineaire indexering meestal hardnekkig verdedigd wordt

-voor klinische biologie en medische beeldvorming alleen al is de indexmassa een erg groot bedrag;

-alleen voor de intellectuele akten van de specialisten gaat het om wat zuiverder honoraria zoals voor de huisartsen, waarin voor beiden ook wel wat kosten zitten (bv. lokaal, onthaal, informatica) maar qua grootte-orde niet te vergelijken met de vorige;

-hoewel de index in principe niet voor herverdeling dient was het niettemin voor ons wel bespreekbaar om een klein stukje ervan niet lineair toe te kennen; wie bij een inkomen van 100 4,32% bijkrijgt gaat er veel meer op vooruit dan iemand die 4,32% bijkrijgt op een inkomen van 50; als multidisciplinair syndicaat moeten wij oog hebben voor de noden van elke

discipline; vorig jaar werd aldus een deeltje van de index op een aantal technische verstrekkingen gebruikt voor herverdeling (1,52% i.p.v. 1,62%);



-van de 100 miljoen nieuwe middelen gaat 1/3de naar de huisartsen en 2/3de naar de specialisten, die zijn ook met meer dan 2x zoveel; om aan die 100 mio te komen moest er echter eerst in de specialistenhonoraria 32,6 mio bespaard worden waarvan 13,8 effectief moest worden ingeleverd, de rest mocht dienen voor interne herijking;

-van het project N0910/18, (Uitwerking MOC: raadpleging lange duur, verplichting MOC, herwaardering, betrokkenheid huisarts) is eveneens nog een stuk voor de huisartsen bestemd;

-een bijkomende besparing voor de specialisten die in dit lijstje niet voorkomt is de 2,5 miljoen euro op het forfait chronische hemodialyse;

-ook de herraming van de enveloppe medische beeldvorming behelst een besparing van 32 mio;

-in feite is de verdeling voor de huisartsen dus veel gunstiger dan de 1/3-2/3de; de raming is dat het huisartseninkomen er met dit akkoord alleen 9% op vooruit gaat (abstractie gemaakt van een stuk van Impulseo II want dat is geen inkomen maar een vergoeding voor gemaakte personeelsonkosten);

-de enige manier om van de groeinorm van 4,5% (voor zolang die nog bestaat) meer middelen voor nieuwe initiatieven over te houden is om de 'organische' groei in elke sector binnen de perken te houden; de totale groeinorm van 4,5% betekent geenszins dat elke discipline of elke verstrekking een "trekkingsrecht" van 4,5% zou hebben; in dat laatste geval zou er nooit een euro ter beschikking zijn voor nieuwe initiatieven; m.a.w. het (auto)voorschrijfgedrag van elk van ons bepaalt mee wat er volgend jaar aan vrije marge zal beschikbaar zijn;

-in de geneesmiddelensector wordt van huisartsen én specialisten een besparing van 42 mio verwacht;



-wellicht moet men zich minder blind staren op de procentuele verdeling van de budgetten (honoraria en andere) maar vnl. aandacht hebben voor het gemiddelde inkomen waarin die resulteert (en hoe groot een 'norminkomen' voor elke discipline zou moeten zijn, wat, om alle misverstand te vermijden, niet betekent dat iedereen dan hetzelfde zou moeten verdienen);

-voortgaande op wat nu en in de laatste jaren gerealiseerd is kan niet ontkend worden dat een huisarts met een gemiddelde praktijk zijn inkomen aanzienlijk heeft zien toenemen, en dat was uiteraard ook nodig;

-voor diverse specialismen die vnl. van intellectuele akten leven moet de opwaardering zeker nog verdergezet worden;

-voor de (kinder)psychiatrie is vorig jaar al een aanzienlijke opwaardering gebeurd (8 mio), er is 14,8 mio voorzien voor 2009 en nog bijkomend 6,8 mio voor 2010;



-in afwachting van de uitwerking van een aantal structurele maatregelen (waarvoor de publicatie van een KB noodzakelijk is) in sectoren die hun geraamd budget aanzienlijk hebben overschreden of waar belangrijke en onverklaarbare regionale verschillen werden vastgesteld, worden bewarende maatregelen genomen die op 1/1/09 hun effect zullen hebben.

 

Het ASGB heeft zicht steeds tegen dergelijke oneerlijke lineaire maatregelen verzet en zal er blijven op aandringen dat de structurele maatregelen zo snel als mogelijk worden uitgevoerd. Voor de urgentiegeneeskunde zullen we in de loop van de volgende weken een informatievergadering beleggen.

 



 

2026.088

Nieuwe verstrekking voor expertise op afstand in de dermatologie en venerologie

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd met nomenclatuur voor een nieuwe verstrekking voor expertise op afstand door een arts-specialist in de dermatologie en venerologie op vraag van de huisarts.

Het principe was al opgenomen in het akkoord 2022-2023 maar de uitwerking hiervan heeft heel wat voeten in de aarde gehad.

Het KB gaat in voege op 1 september 2026. 

Als bijlage bij dit bericht vindt u de integrale tekst ervan.

2026.086

Besparingsmaatregel inzake cardiale revalidatie vanaf 1 augustus 2026

 

Op 3 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel inzake cardiale revalidatie invoert vanaf 1 augustus 2026. Het gaat om een vermindering van de tarieven met 10%.

Deze maatregel werd niet besproken in de NCAZ of TGR maar werd ‘rechtstreeks’ beslist door het College van directeurs binnen het RIZIV.

De revalidatieverstrekkingen voor cardiale revalidatie die vóór 1 augustus 2026 verricht werden, kunnen evenwel nog aangerekend worden aan de tarieven die van toepassing zijn vóór 1 augustus 2026.

2026.085

Aanpassing patiëntengroepen laagvariabele zorg n.a.v. opsplitsing nomenclatuurnummer besnijdenis

 

Op 3 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat de patiëntengroepen voor de LVZ (laagvariabele zorg) wijzigt.

De aanleiding daartoe is het feit dat het nomenclatuurnummer voor de besnijdenis in twee afzonderlijke verstrekkingen werd opgesplitst sinds 1 juni 2026.

Als bijlage bij dit bericht vindt u de integrale tekst van het op 3 juli gepubliceerde KB.