Medische verkiezingen 2010.2. Conventiesysteem

ASGB-BERICHT

Medische verkiezingen 2010.2 KARTEL (ASGB/GBO)

Conventiesysteem.


Het ASGB heeft meer dan vijftig jaar geleden het conventiesysteem mee opgericht en is van mening dat het overlegsysteem binnen het Riziv, en in het bijzonder het paritair overleg in de medicomut, vandaag de beste garantie biedt om de belangen van de artsen te verdedigen. Dit is het enige orgaan waar de artsen rechtstreekse inspraak en beslissingsbevoegdheid hebben. Het alternatief is nog grotere macht van de minister, de financiers (patroons en werknemersvakbonden), de verzekeraars of van diverse andere drukkingsgroepen die zich niet democratisch moeten legitimeren. Een tarievenakkoord is een bindend compromis - met geven en nemen - tussen de artsenvertegenwoordigers met hun verschillende disciplines en visies enerzijds, en de zorgverzekeraars anderzijds. Het Riziv waakt over de juistheid van de berekeningen. Na bekrachtiging door de voogdijminister kunnen alle individuele artsen dit akkoord aanvaarden of (gedeemtelijk) weigeren. De minister van Sociale Zaken is verantwoordelijk voor de correcte afhandeling van alle bepalingen van het akkoord.

De laatste akkoorden werden ontsierd door onregelmatigheden. Onderhandelde clausules binden alle partners die het akkoord sloten, maar worden in de uitvoering geboycot (bv. de automatische verlenging van het GMD), of niet of laattijdig uitgevoerd door de regering (bv. de herwaardering van sommige prestaties en disciplines zoals de medische oncologie, de hematologie en de endocrinologie, of de troubleshooting raadpleging van de algemeen internist die al in het akkoord 2008 voorzien was). Hierdoor wordt het voortbestaan van dit waardevolle systeem bedreigd. Het ASGB wenst dus het conventiesysteem te behouden maar eist garanties op een correcte, volledige en tijdige uitvoering van de akkoorden. Alle onderdelen van een akkoord moeten dus uitgevoerd worden, ook deze die één partner niet zinnen. Pacta servanda sunt: zonder loyauteit geen akkoord.

 

 

Artsen die het tarievenakkoord aanvaarden ontzeggen zich een potentieel meerinkomen door de matiging van hun honoraria. Ter compensatie bekomen zij een vergoeding voor hun eigen sociale bescherming: de Riziv sociale voordelen of "het Riziv-sociaal statuut".

Van bij het begin van dit conventiesysteem is bepaald dat artsen die deze honorariumbeperking niet aanvaarden hierop geen recht hebben. Weigeraars kunnen vrij hun honoraria bepalen terwijl hun patiënten dezelfde rechten op terugbetaling behouden. Alleen wordt, in een poging om het inkomensverlies te compenseren, hun 'sociaal statuut' door de patiënt betaald i.p.v. door de overheid. Wanneer de excessen met honorariasupplementen zoals die vandaag in sommige landsdelen bestaan, aanhouden, dan ligt het in de lijn der verwachtingen dat heel dit systeem op de helling komt te staan.

Al of niet actief conventioneren lijkt ons niet echt relevant en kan onvoorspelbare gevolgen hebben. De vereiste percentages van toetreding zullen dan wegvallen of moeten aangepast worden.

                                       stem KARTEL (ASGB/GBO)

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: