Nomenclatuur kinesitherapie

ASGB-BERICHT 2005.038

ASGB-bericht2005.038/Nomenclatuur kinesitherapie - 15 maart 2005 Geachte Collega, In het BS van 28.2.2005 verscheen een KB van 17.02.2005 tot wijziging van de nomenclatuur kinesitherapie. In het BS van 1.3.2005 verscheen een verordening i.v.m. het voorschrijven van verstrekkingen van artikel 7 (kinesitherapie). met collegiale groeten, het ASGB-bestuur 17 FEBRUARI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (BS: 28/2/2005) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 35, § 1, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 25 januari 1999, 24 december 1999, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002, 5 augustus 2003, 22 december 2003 en 9 juli 2004, en § 2, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 25 januari 1999 en 10 augustus 2001, en bij het koninklijk besluit van 25 april 1997; Gelet op het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, inzonderheid op artikel 7 van zijn bijlage, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 december 2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2004; Gelet op de voorstellen van de Technische raad voor kinesitherapie, gedaan op 26 september 2003, 23 april 2004 en 11 juni 2004; Gelet op de adviezen van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle gegeven op 26 september 2003, 23 april 2004 en 11 juni 2004; Gelet op de adviezen van de Overeenkomstencommissie kinesitherapeuten-verzekeringsinstellingen, gegeven op 6 mei 2004 en 22 juni 2004; Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 20 juli 2004; Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 26 juli 2004; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 6 september 2004; Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 24 december 2004; Gelet op het advies nr. 38.012/1 van de Raad van State, gegeven op 20 januari 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. In artikel 7 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, vervangen bij het koninklijk besluit van 18 december 2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In § 14, 1° wordt het woord « aandoeningen » vervangen door de woorden « pathologische situaties »; 2° § 14, 2°, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « 2° De verstrekkingen 563010, 563113, 563216, 563312, 563415, 563496 en 563570 mogen maximaal 60 maal per pathologische situatie worden geattesteerd in de periode van één jaar vanaf de datum van de eerste verstrekking. Na die periode van één jaar wordt die pathologische situatie niet meer beschouwd als een pathologische situatie bedoeld in § 14, 5°, A. »; 3° In § 14, 2°, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd : « Onverminderd de bepalingen van het vorige lid, mogen de verstrekkingen 563010, 563113, 563216, 563312, 563415, 563496 en 563570 maximaal 120 maal per pathologische situatie worden geattesteerd, voor de situaties bedoeld in § 14, 5°, A, j), in de periode van één jaar vanaf de datum van de eerste verstrekking. »; 4° § 14, 2°, vierde lid, tweede streepje, wordt vervangen als volgt : « - hetzij maximaal 60 bijkomende verstrekkingen 563010, 563113, 563216, 563312, 563415, 563496 of 563570 per nieuwe pathologische situatie als bedoeld in 5°, A van deze paragraaf te attesteren over een periode van één jaar vanaf de startdatum vermeld op de kennisgeving voor de nieuwe pathologische situatie; de periode waarop de vorige kennisgeving slaat wordt afgesloten op de dag voorafgaand aan bovenvermelde startdatum. Per nieuwe pathologische situatie als bedoeld in 5°, A, j) van deze paragraaf, kan de adviserend geneesheer, op aanvraag van de kinesitherapeut, toestemming verlenen om maximaal 120 bijkomende verstrekkingen 563010, 563113, 563216, 563312, 563415, 563496 of 563570 te attesteren over een periode van één jaar vanaf de startdatum vermeld op de kennisgeving voor de nieuwe pathologische situatie; de periode waarop de vorige kennisgeving slaat wordt afgesloten op de dag voorafgaand aan bovenvermelde startdatum. »; 5° § 14, 2°, vijfde lid, tweede streepje, wordt vervangen als volgt : « - hetzij maximaal 60 bijkomende verstrekkingen 563010, 563113, 563216, 563312, 563415, 563496 of 563570 per nieuwe pathologische situatie als bedoeld in 5°, A van deze paragraaf te attesteren over een periode van één jaar vanaf de datum van de eerste verstrekking zoals voorzien in § 14,2°, eerste lid. Per nieuwe pathologische situatie als bedoeld in 5°, A, j) van deze paragraaf, kan de adviserend geneesheer, op aanvraag van de kinesitherapeut, toestemming verlenen om maximaal 120 bijkomende verstrekkingen 563010, 563113, 563216, 563312, 563415, 563496 of 563570 te attesteren over een periode van één jaar vanaf de datum van de eerste verstrekking zoals voorzien in §14,2°, eerste lid. »; 6° Het opschrift van § 14, 5°, A. wordt vervangen als volgt : « A. Situaties waarvan behandeling aangerekend wordt aan de hand van de vertrekkingen bedoeld in § 1, 5°, in de periode van één jaar vanaf de datum van de eerste verstrekking d.w.z. in de geldigheidsperiode van de kennisgeving omschreven in § 14, 4° : »; 7° § 14, 5°, A, a), 3) wordt vervangen als volgt : « 3) in geval van handletsels, situaties waarin één of meerdere verstrekkingen uit artikel 14, k ) (orthopedie) I (heelkundige verstrekkingen) met een totale waarde van Nx en een verstrekking van artikel 14, b) (neurochirurgie) met een waarde van Ky tegelijk zijn verricht terwijl het resultaat van de volgende berekening [Nx/N200 + Ky/K225] hoger is dan of gelijk is aan 1; »; 8° § 14, 5°, A, a) wordt aangevuld als volgt : « 4) Situaties waarbij een van de verstrekkingen 226973-226984, 226995-227006 of 227054-227065 is geattesteerd uit artikel 14, e) van de nomenclatuur (gehele of gedeeltelijke mammectomie of tumorectomie met klieruitruiming). »; 9° In § 14, 5°, A., h), 3), (01), derde streepje worden de woorden « ureterale kleppen » vervangen door het woord « urethrakleppen »; 10° In § 14, 5°, A, h, 3), (02), worden de woorden « infantiele encopresis » vervangen door de woorden « encopresis bij het kind »; 11° § 14, 5°, A wordt aangevuld als volgt : « i) Reflex Sympathische Dystrofie (RSD) van het type I (algoneurodystrofie of Südeckatrofie) of van het type II (causalgie) : De diagnose van de RSD moet beantwoorden aan de criteria van de IASP (International Association for the Study of Pain) en moet gesteld worden door een geneesheer-specialist in de orthopedische heelkunde, voor reumatologie of in de fysische geneeskunde en de revalidatie. Deze diagnose, getekend door de geneesheer-specialist, moet voorkomen in het individueel kinesitherapiedossier en weergeven dat de gebruikte diagnostische criteria wel degelijk die van de IASP zijn. j) Polytraumatismen, met invaliderende functionele gevolgen ter hoogte van twee verschillende ledematen of ter hoogte van een lidmaat en de romp, waarvan ten minste twee traumatismen voldoen aan de criteria van de pathologische situaties omschreven in § 14, 5°, A, a), 1) of 2) (posttraumatische of postoperatieve aandoeningen) en/of in § 14, 5°, A, f) (situaties in het domein van de orthopedie - traumatologie). »; 12° Het opschrift van § 14, 5°, B. wordt vervangen als volgt : « B. Situaties waarvan behandeling aangerekend wordt aan de hand van de verstrekkingen bedoeld in § 1, 6°, in de geldigheidsperiode van de kennisgeving omschreven in § 14, 4° : »; 13° §14, 5°, B., b), 1) wordt vervangen als volgt : « 1) Bij kinderen onder 16 jaar, na advies en behandelingsvoorstel door een van ondervermelde geneesheren-specialisten en met een significant zwakkere score op een gestandaardiseerde test; Geneesheer-specialist voor : - (neuro)pediatrie - (neuro)pediatrie en F en P (*) - neuropsychiatrie en F en P(*) - neurologie - neurologie en F en P (*) - psychiatrie - psychiatrie en F en P (*) (*) F en P = specialist voor functionele en professionele revalidatie voor gehandicapten. »; 14° § 14, 5°, B, e) wordt vervangen als volgt : « e) Chronisch vermoeidheidssyndroom : Indien tijdens of na de tenlasteneming in een revalidatieprogramma verdere graduele oefentherapie als zinvol wordt beoordeeld door de multidisciplinaire equipe van het referentiecentrum voor patiënten lijdend aan het Chronisch vermoeidheidssyndroom. De aard en de frequentie van het oefenprogramma zijn in overeenstemming met het concept zoals gestipuleerd in het behandelingsplan overeengekomen tussen de huisarts en de multidisciplinaire equipe van het referentiecentrum. »; 15° § 14, 5°, B wordt aangevuld als volgt : « f) Fibromyalgiesyndroom : Om voor deze pathologische situatie meer dan 18 verstrekkingen 563614, 563710, 563813, 563916, 564012, 564093 of 564174 per kalenderjaar te mogen aanrekenen, moet de diagnose bevestigd zijn door een geneesheer, specialist voor reumatologie of in de fysische geneeskunde en de revalidatie, op grond van een klinisch onderzoek dat de diagnostische criteria van de ACR (American College of Rheumatology) omvat. Deze bevestiging, getekend door de geneesheer-specialist, moet voorkomen in het individueel kinesitherapiedossier en weergeven dat de gebruikte diagnostische criteria wel degelijk die van de ACR zijn. Voor het einde van elk kalenderjaar dat volgt op het jaar van de eerste verstrekking van de behandeling, moet de voornoemde geneesheer-specialist de evolutie van de symptomen opnieuw evalueren, teneinde te bevestigen dat het noodzakelijk is dat de behandeling wordt voortgezet in het kader van § 14. Deze bevestiging, getekend door de geneesheer-specialist, moet voorkomen in het individueel kinesitherapiedossier. g) Primaire cervicale dystonie aangetoond met een diagnostisch verslag opgesteld door een geneesheer-specialist voor neurologie. »; 16° § 17 wordt als volgt vervangen : « § 17. Behalve in de gevallen, vermeld in §§ 3bis, 11 en 12, mag per dag en per rechthebbende slechts één van de verstrekkingen die zijn opgenomen in § 1, worden aangerekend. » Art. 2. De kennisgevingen voor de behandeling van het fibromyalgiesyndroom ingediend voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit blijven geldig tot 31 december 2005. Art. 3. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Art. 4. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 17 februari 2005. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. DEMOTTE Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering - Aanwijzingen en standaarden - Nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen (BS: 1/3/2005) Op voorstel van de Technische Raad voor Kinesitherapie van 11 juni 2004 en in uitvoering van artikel 7, § 14, 7e lid, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen gepubliceerd in bijlage van het koninklijk besluit van 14 september 1984, zoals tot op heden gewijzigd, na advies van de Overeenkomstencommissie kinesitherapeuten-verzekeringsinstellingen van 22 juni 2004, heeft het Comité van de Verzekering voor geneeskundige verzorging op 19 juli 2004 de aanwijzingen en standaarden die op 29 juni 2002 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt zijn, over artikel 7, § 14, 5°, B., b) « Psychomotorische ontwikkelingsstoornissen » door de volgende aanwijzingen en standaarden vervangen : Aanwijzingen en standaarden betreffende de verstrekkingen van artikel 7 van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen : Aanwijzingen en standaarden. Art. 7, § 14, 5°, B., b). Psychomotorische ontwikkelingsstoornissen. 1. Bij kinderen onder 16 jaar, na advies en behandelingsvoorstel door een van ondervermelde geneesheren-specialisten en met een significant zwakkere score op een gestandaardiseerde test. Geneesheer-specialist voor : - (neuro)pediatrie; - (neuro)pediatrie en F en P (*); - neuropsychiatrie en F en P (*); - neurologie; - neurologie en F en P (*); - psychiatrie; - psychiatrie en F en P(*). (*) F en P = specialist voor functionele en professionele revalidatie voor gehandicapten. a) Het voorschrift : Het voorschrift mag opgesteld worden door de behandelende arts, al dan niet een geneesheer-specialist, na advies en behandelingsvoorstel door een van bovenvermelde geneesheren-specialisten. b) de tests : De tests mogen uitgevoerd worden door een van bovenvermelde geneesheren-specialisten of door de kinesitherapeut. Ongeacht de test uitgevoerd wordt door de geneesheer-specialist of de kinesitherapeut, dient de geneesheer-specialist in zijn gemotiveerd advies te schrijven dat de score op de test significant pathologisch is en ook een behandelingsvoorstel te doen. De afname van de test kan worden aangerekend als « Consultatief kinesitherapeutisch onderzoek van de patiënt ». Een voorschrift is nodig voor dit onderzoek. De beslissing of de patiënt aan de criteria voldoet ligt dus bij de geneesheer-specialist. Wat moet de kinesitherapeut bijhouden in het dossier ? - het scoreblad van de uitgevoerde test; - een kopie van het voorschrift; - het medisch verslag (gemotiveerd advies van de geneesheer-specialist met betrekking tot de beoordeling van het (cijfermatige) testresultaat, de opportuniteit van de kinesitherapie-behandeling en het behandelingsvoorstel). (Wat een significant zwakkere score, d.w.z. significant pathologisch is, is test-specifiek overeen te komen in functie van de wijze waarop de score uitgedrukt wordt. In het kader waarin de testen hier zullen gebruikt worden kan men voor de percentiel- of standaardscore aannemen dat « <= 15e percentile » of « <= 1 standaardafwijking onder het gemiddelde » als significant zwakkere score beschouwd wordt. Dit stemt overeen met staninescore 1, 2 of 3 en met een ontwikkelingsquotiënt van <= 85.) 2. Bij kinderen tot en met 18 maanden met klinisch duidelijke ontwikkelingsstoornissen vastgelegd door middel van evaluatie in een gespecialiseerde multidisciplinaire equipe, waar ten minste een (neuro)pediater deel van uitmaakt. Een pediater of een neuropediater moet deel uitmaken van de gespecialiseerde multidisciplinaire equipe. Het voorschrift mag opgesteld worden door de behandelende arts. Wat moet de kinesitherapeut bijhouden in het dossier ? - een kopie van het voorschrift (met doelstelling van de behandeling) - een medisch verslag van de (neuro)pediater die deel uitmaakt van de multidisciplinaire equipe. De voornoemde aanwijzingen en standaarden zijn van toepassing vanaf 1 april 2005. De wnd. leidend ambtenaar, G. Vereecke. De Ondervoorzitter, D. Broeckse.

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: