Interpretatie nomenclatuur

ASGB-BERICHT 2005.052

ASGB-bericht2005.052/Interpretatie nomenclatuur - 25 april 2005 Geachte Collega, In een brief van 16/6/2004 (zie hieronder) gericht aan de heer Justaert, voorzitter van het Intermutualistisch College, haalde ik 2 problemen aan i.v.m. verschillende interpretaties en verwerpingen door mutualiteiten: -cumulverbod tussen raadpleging en toezichtshonorarium voor via spoed opgenomen patiënten -verwerping van 590472 (begeleid transport bij MUG-oproep) indien uitgevoerd door artsen (001-002) met brevet acute geneeskunde, die volgens de erkenningscriteria nochtans gewettigd zijn om deze prestatie uit te voeren. Na een drietal herinneringen kregen we, nu bijna 1 jaar later, eindelijk een antwoord. Het aanrekenen van 590472 zal door de mutualiteiten worden toegelaten voor huisartsen in het bezit van het brevet acute geneeskunde (cfr. art 5, §2,2,b van het MB van 12/11/1993). Vermits u tot 2 jaar kan nafactureren kan u de ten onrechte verworpen prestaties allicht nog recupereren. Op de eerste vraag nog steeds geen antwoord, nieuwe herinnering verzonden... met collegiale groeten, Dr. Robert Rutsaert Aartselaar, 16 juni 2004 Aan de Heer M. JUSTAERT Voorzitter Intermutualistisch College p/a Landsbond Christelijke Mutualiteiten Haachtsesteenweg 579 1031 BRUSSEL Mijnheer de Voorzitter, Bij de besprekingen in de werkgroep spoed-urgentiegeneeskunde werd vastgesteld dat de wetgeving en de nomenclatuur door verschillende ziekenfondsen zeer verschillend wordt geïnterpreteerd. Enkele voorbeelden die besproken werden zijn: - verbod op het cumuleren van een raadpleging met een toezichtshonorarium wanneer een patiënt voor opneming via de spoed verwezen werd. Sommige ziekenfondsen verwerpen dit systematisch, andere aanvaarden deze cumul. Er werd zelfs melding gemaakt dat sommige ziekenhuizen met een of meerdere ziekenfondsen een overeenkomst zouden hebben om deze cumul systematisch toe te laten. - het honorariumnummer 590472 kan voor sommige ziekenfondsen wel en voor andere niet geattesteerd worden door huisartsen (001-002) met het brevet acute geneeskunde. Het spreekt voor zich dat deze verschillende interpretaties heel wat ergernis wekken en de inhoud van de nomenclatuur dreigen te ondermijnen. Wij zouden het op prijs stellen indien u deze zaken zou kunnen uniformiseren. Met de meeste hoogachting en dank op voorhand, Dr. Robert Rutsaert Voorzitter ASGB Cc: de heer G. Perl, voorzitter NCGZ; de heer J. De Cock, administrateur-generaal, RIZIV

2026.115

Update Impulseo: premie voor (loon)kosten 2026 blijft gevrijwaard

 

Het gezamenlijke initiatief van huisartsen en praktijkondersteuners heeft na overleg met het kabinet van minister Gennez een eerste succes geboekt.

De Impulseo-premie voor de loonkosten van 2026 blijft behouden en wordt in 2027 nog uitbetaald.

Tegelijk lanceren de betrokken organisaties, waaronder dus het ASGB,  een bevraging om de impact van de geplande afschaffing van Impulseo in kaart te brengen.

 

 

2026.114

Informatiecampagne RIZIV over GMD: wat is dat daar over arbeidsongeschiktheid?

 

Op 23 oktober jl. heeft het RIZIV een brief gestuurd naar de huisartsen om het belang van het GMD nog eens te kaderen (zie pdf als bijlage).

In die brief stond ook een passage over het feit dat vanaf 2027 het GMD onmisbaar zal zijn bij het attesteren van arbeidsongeschiktheid.

Die passage heeft blijkbaar voor heel wat verwarring en ongerustheid gezorgd, zo maken wij op uit (heel wat) reacties die we hebben ontvangen.

Vandaar dat we één en ander willen verduidelijken.

2026.113

Nieuwe regels voor terugbetaling dermatochalasis (oftalmologie)

 

Op 28 oktober 2026 werd een KB van 8 oktober 2026 gepubliceerd dat aangepaste regels invoert voor de terugbetaling van dermatochalasis (245733-245744 Plastie voor dermatochalasis van het bovenste ooglid, per ooglid" N 200).

Deze nieuwe regels die in voege treden vanaf 1 december 2026, zouden aldus een onderliggende nota van het Verzekeringscomité objectiever en betrouwbaarder moeten zijn dan de huidige criteria.