Erkenning (hemato-) oncologie
ASGB-bericht2005.071/Erkenning (hemato-) oncologie - 31 mei 2005 Geachte Collega, Hierbij vindt u een ontwerp MB i.v.m. de erkenning van de (hemato-) oncologie. Wij steunen de erkenning van de medische oncologie. Het voorstel om in de diverse subdiciplines een bijzondere beroepstitel oncologie in te voeren lijkt een pragmatische oplossing voor een al jaren aanslepende steriele discussie tussen de diverse specialismen. Indien een gastro-enteroloog of een pneumoloog deze bijzondere beroepstitel kunnen behalen dan moet dit o.i. ook mogelijk zijn voor de algemene internist. Naar verluidt zouden al meer dan 1.400 specialisten de erkenning in de oncologie hebben aangevraagd. Zonder bijkomende maatregelen dreigt dergelijke erkenning dan ook een lege doos te blijven. met collegiale groeten, het ASGB-bestuur. ONTWERP Ministerieel besluit tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de oncologie, in de hemato-oncologie en van de geneesheer-specialist in de medische oncologie, evenals van stagemeesters en stagediensten voor deze disciplines. De Minister van Volksgezondheid, Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, inzonderheid op artikel 35sexies, ingevoegd bij de wet van 19 december 1990; Gelet op het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen, inzonderheid op artikel 3; Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde, inzonderheid op artikel 2, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 juni 1993, 8 november 1995, 12 maart 1997, 11 april 1999, 15 oktober 2001, 7 januari 2002 en 30 september 2002; Gelet op het advies van de Hoge Raad van Geneesheren-Specialisten en van Huisartsen, gegeven op; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op; Besluit: HOOFDSTUK I. Toegangsvoorwaarden voor de titels Artikel 1. §1er op voorwaarde dat aan de erkenningvoorwaarden voldaan is, kunnen 1° erkend worden voor de bijzondere beroepstitel in de oncologie, de houders van de volgende beroepstitels van geneesheren-specialisten, beoogd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde,: 1. Heelkunde 2. Neurochirurgie 3. Plastische reconstructieve en esthetische heelkunde 4. Dermato-venerologie 5. Gynaecologie-verloskunde 6. Orthopedie 7. Oto-rhino-laryngologie 8. Stomatologie 9. Urologie 10. Oftalmologie 11. Pneumologie 12. Gastro-enterologie 13. Neurologie 2° erkend worden worden voor de bijzondere beroepstitel in de onco-hematologie de houders van de volgende beroepstitel, de geneesheer- specialist: in de kindergeneeskunde; §2. de geneesheren-specialisten in de anatomopathologie, de inwendige geneeskunde met bijzondere bevoegdheid in de klinische hematologie, de nucleaire geneeskunde, de klinische biologie, in de radiotherapie-oncologie en in de röntgendiagnose wordt beschouwd als bekwaam in de oncologische aspecten van zijn discipline. HOOFDSTUK II. Bevoegdheidsdomein Art 2. De geneesheer-specialist houder van de bijzondere beroepstitel in de oncologie, in de onco-hematologie evenals de geneesheer specialist in de medische oncologie 1° beheerst het geheel van de fundamentele, klinische en specifieke technische kennis voor de diagnose, de opsporing, de behandeling en de opvolging van tumorale aandoeningen die behoren tot zijn discipline; 2° werkt nauw samen met de andere artsen betrokken bij de multidisciplinaire aanpak van de oncologie en de zorgprogramma s in de oncologie om ervoor te zorgen dat aan de patiënt de best mogelijke zorg wordt verstrekt; 3° beantwoordt aan de erkenningscriteria vastgelegd in dit ministerieel besluit. HOOFDSTUK III. - Criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de oncologie, in de onco-hematologie en van de geneesheer- specialist in de medische oncologie. Art. 3. § 1. Wie erkend wenst erkend te worden als houder van de bijzondere beroepstitel in de oncologie of in de onco-hematologie of als geneesheer specialist in de medische oncologie moet: 1° een specifieke opleiding in de oncologie of in de onco-hematologie of in de medische oncologie gevolgd hebben, zoals bedoeld in § 2; 2° zijn kennis inzake de registratie en de classificatie van tumoren ontwikkeld hebben; 3° een artikel over een klinisch of wetenschappelijk onderwerp in verband met de oncologie gepubliceerd hebben, in een internationaal tijdschrift, met lezingcomité. § 2. De opleiding voor de bijzondere beroepstitel in de oncologie of in de onco-hematologie omvat : 1° voor de houders van de bijzondere beroepstitel in de oncologie of in de onco-hematologie: een voltijdse stage van tenminste twee jaar in een overeenkomstig artikel 5 erkende stagedienst, waarvan ten hoogste één jaar verricht kan worden tijdens de hogere opleiding in een van de basisdisciplines; 2° voor de geneesheer-specialist in de medische oncologie: een basisopleiding van drie jaar in de inwendige geneeskunde en een hogere opleiding van drie jaar in de medische oncologie. §3. De kandidaat kan de stage ten belope van zes maanden lopen in een andere dienst in de oncologie die nuttig is voor zijn leiding. HOOFDSTUK IV. - Criteria voor de erkenning van stagemeesters. Art. 4. § 1er. Wie erkend wenst te worden als stagemeester in de ncologie moet: 1° beantwoorden aan de criteria voor de opleiding in de basisdiscipline van de kandidaat: Bij ontstentenis van stagedienst in de oncologie voor een discipline kan de Hoge Raad voor geneesheren- specialisten en huisartsen bepalen in welke diensten de stages moeten doorlopen. 2° De oncologie in zijn discipline als hoofdactiviteit uitoefenen (8/11de). Het bewijs van deze activiteit wordt geleverd door middel van een nominatieve vermelding in het multidisciplinair handboek van het desbetreffende zorgprogramma; 3° sedert acht jaar houder zijn van de bedoelde beroepstitel en minstens één medewerker hebben, die geneesheer-specialist is, erkend in dezelfde basisdiscipline en houder van de bedoelde beroepstitel in de oncologie sedert vijf jaar en die dan voltijds (ten minste acht elfde van de normale beroepsactiviteit) in zijn dienst werkzaam. De stagemeester moet deel uitmaken van een zorgprogramma in de oncologie en van de multidisciplinaire commissie voor oncologie; 4° de stagemeester dient te bewijzen dat hij in de vier jaren die vooraf gaan aan zijn aanvraag multidisciplinaire tot erkenning als stagemeester permanente navorming heeft gevolgd gelijk aan het minimum vereist in het kader van de accreditering en in het deelgebied van de oncologie zoals bepaald door het paritair comité van de betreffende basisdiscipline. Voor de geneesheerspecialist in de medische oncologie moet de duur van deze permanente navorming zes jaar omvatten. § 2. De stagemeester moet de kandidaten die hij opleidt, aanmoedigen deel te nemen aan werkzaamheden van de oncologie die behoren tot andere disciplines, in dezelfde inrichting. § 3. Behoudens uitzonderingen, met redenen omkleed en door de Hoge Raad toegelaten, mag het aantal stageplaatsen ten hoogste gelijk zijn aan het aantal voltijdse medewerkers-geneesheren-specialisten met beroepstitel in de oncologie. HOOFDSTUK IV. - Criteria voor de erkenning van alle bijbetrokken stagediensten. Art. 5. Om als stagedienst in de oncologie voor zijn discipline te worden erkend, moet de dienst: 1° de meeste takken van de oncologie in deze discipline uitoefenen. 2° beschikken in het ziekenhuis over een dienst voor daghospitalisatie in de oncologie, en een polikliniek georganiseerd binnen het kader van een erkend zorgprogramma in de oncologie; 3° een aangepaste infrastructuur bezitten evenals een voldoende aantal bevoegde medewerkers om het onderricht van een gefundeerde wetenschappelijke geneeskunde te waarborgen; 4° in dezelfde inrichting of in een dienst van een andere inrichting waarmee een samenwerkingsakkoord in het kader van het zorgprogramma in de oncologie werd afgesloten, patiënten kunnen opnemen en verzorgen door middel van radiotherapie; 5° behalve voor een ziekenhuis gespecialiseerd in de oncologie of in de pediatrie, in hetzelfde ziekenhuis diensten voor gastro-enterologie, voor pneumologie, voor gynaecologie, voor heelkunde, voor inwendige geneeskunde, voor pediatrie, voor röntgendiagnose, voor intensieve zorg en voor spoedgevallenzorg, evenals een laboratorium voor klinische biologie, en een dienst voor anatomo-pathologie en voor nucleaire geneeskunde; 6° over een team beschikken dat in de behandeling van infectieziekten gespecialiseerd is; 7° in het ziekenhuis beschikken over een erkend zorgprogramma in de oncologie; 8° in het ziekenhuis beschikken over alle faciliteiten en deskundigheden om oncologische urgenties te herkennen en te behandelen; 9° de registratie van de patiënten en hun medische dossiers bewaren en bijhouden, en ervoor zorgen dat een classificatie volgens diagnose mogelijk is. § 2. Wanneer een gebied van de oncologie dat voor de opleiding belangrijk is, onvoldoende beoefend wordt in de dienst, moet de kandidaat door een rotatiestage zijn opleiding in dat gebied vervolledigen in een andere dienst of afdeling die daartoe erkend is. HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen. Art. 6 § 1. In afwijking van artikel 3,§ 2 gedurende vier jaar te rekenen vanaf de inwerkingtredingdatum van dit besluit, kan erkend worden: 1° als houder van de bijzondere beroepstitel in de oncologie of in de onco-hematologie, erkend worden, de geneesheer-specialist bedoeld onder artikel 1, §1, 1 of 2 die algemeen bekend staat als bijzonder bekwaam in de oncologie 2° kan erkend worden als geneesheer-specialist in de medische oncologie, een geneesheer specialist die bewijst dat hij de medische oncologie uitsluitend en voltijds uitoefent sedert minstens zes jaar, en algemeen bekend staat als bekwaam in de medische oncologie. Het bewijs dat hij algemeen bekend staat als bijzonder bekwaam, kan geleverd worden door o.a. zijn persoonlijke publicaties, door zijn actieve deelname aan nationale en internationale congressen, aan wetenschappelijke vergaderingen in verband met de oncologie van zijn discipline, door een activiteit die typisch is voor de oncologie van zijn discipline en minimum door het feit dat hij gedurende vier opeenvolgende jaren een permanente opleiding in de oncologie heeft gevolgd. Voor de bijzondere beroepstitel in de oncologie en in de onco-hematologie, het volgen van een permanente opleiding gelijk aan de helft van het minimum vereist in het kader van de accreditering en erkend door het paritair comité van de discipline als behorende tot de oncologie, wordt beschouwd als bewijs van deze continue opleiding in de oncologie. Voor de geneesheer specialist in de medische oncologie, het volgen van een permanente opleiding gelijk aan het minimum vereist in het kader van de accreditering en erkend door het paritair comité van de discipline als behorende tot de oncologie, wordt beschouwd als bewijs van deze continue opleiding in de oncologie. § 3. In afwijking van artikel 3, §2, 1° en 2° kan een stageperiode van respectievelijk twee jaar of drie jaar in de oncologie aangevat vóór de inwerkingtreding van dit besluit, als opleiding gevalideerd worden, voor zover de aanvraag werd ingediend binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit. § 4. De in artikel 4 beoogde anciënniteit van de stagemeester of van de medewerker zal pas vereist worden respectievelijk 8 en 5 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit. HOOFDSTUK VII. - Voorwaarden voor het behoud van de erkenning. Art. 7 Om erkend te blijven 1° de houder van de bijzondere beroepstitel in de oncologie moet behalve een met redenen omklede uitzondering , die geldig is voor alle geneesheren-specialisten van deze discipline, toegestaan door de Hoge Raad voor geneesheren-specialisten en huisartsen voor een of meerdere disciplines beoogd in artikel 1, §1, 1°, minstens de helft van zijn beroepsactiviteit wijden aan wetenschappelijke, klinische, poliklinische en technische taken binnen het kader van een erkend zorgprogramma voor oncologie; 2° de houder van de bijzondere beroepstitel in de onco-hematologie of de geneesheer-specialist in de medische oncologie moet het geheel van zijn beroepsactiviteit wijden aan klinische, poliklinische en technische taken binnen het kader van een erkend zorgprogramma voor oncologie §2. Elk van die artsen moet bovendien: - zorg verstrekken in de oncologie volgens de meest recente wetenschappelijke gegevens en kwaliteitscriteria, aan de handleiding voor pluridisciplinaire oncologie van het zorgpgramma waaraan hij deelneemt en aan kwaliteitscriteria zoals de multidisciplinaire oncologische raadpleging - een continue opleiding in de oncologie volgen, zoals bedoeld in artikel 5, §1, derde alinea; - zijn activiteit in de oncologische zorg volgens de procedure van peer review laten evalueren door experten aangeduid door de werkgroep " Specialisten " van de Hoge Raad van geneesheren- specialisten en van huisartsen; - zijn medewerking verlenen aan de initiatieven van het College voor Oncologie, in zoverre deze betrekking hebben op de aard en het type van de oncologische zorg dat hij verstrekt. HOOFDSTUK IX. Slotbepaling Art 8. Het ministerieel besluit van 11 MAART 2003 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten , houders van de bijzondere beroepstitel in de oncologie, evenals van stagemeesters en stagediensten in de oncologie wordt opgeheven.