Schrapping urgentiehonoraria - 26 augustus 2005

ASGB-BERICHT 2005.101

ASGB-bericht2005.101/Schrapping urgentiehonoraria - 26 augustus 2005





Geachte Collega,



In het BS van 30/6/05 verschenen 2 KB's  i.v.m. de schrapping van urgentietoeslagen voor klinische biologie bij ambulante patiënten en voor een aantal prestaties medische beeldvorming.

Deze beslissing werd éénzijdig genomen door minister Demotte in het kader van de volmachten die hem werden toegekend.
Enige kennis van de voorgeschiedenis van dit dossier is wel belangrijk en nuttig.

Al jaren zijn misbruiken bekend bij het aanrekenen van deze dringendheidshonoraria. In sommige ziekenhuizen werden bv. thoraxradiografieën op intensieve zorg systematisch 's nachts genomen mét facturatie van een dringendheidshonorarium. Zeer opvallend bleek bij analyse dat deze facturatie niet het hoogst was op dag 1 van de

hospitalisatie (zoals bij een urgente opneming logischerwijze zou kunnen verwacht worden) maar wel in de loop van de volgende dagen. De lijst van deze ziekenhuizen is bekend en circuleert in RIZIV-commissies. De regionale verschillen waren ook hier duidelijk. Toch bleek het in de praktijk zeer moeilijk om hier paal en perk aan te stellen omdat elk individueel patiëntendossier zou moeten onderzocht en de urgentiegraad beoordeeld worden. Dit gaf aanleiding tot eindeloze discussies en betwistingen.

In de werkgroep spoed- en urgentiegeneeskunde, die ik zelf heb mogen voorzitten, is dit probleem bij herhaling aan de orde geweest. Tijdens de werkzaamheden was er een duidelijke meerderheid gewonnen voor ons voorstel om deze urgentiehonoraria te integreren in de forfaitaire honoraria; bv. voor de biologie in het forfaitair honorarium per verpleegdag, dat nu al voor 10% bepaald wordt door de permanente aanwezigheid van een laborante.

Op die manier zouden misbruiken onmogelijk worden en zou het budget toch gevrijwaard gebleven zijn. Het zou ook logisch zijn om deze honoraria in één enveloppe te integreren anders is er van een gesloten budget ook geen sprake. De laatste jaren bleken de uitgaven voor deze prestaties ook nog sterk toe te nemen. Vroeger had men na een gelijkaardige vaststelling de urgentiehonoraria klinische biologie voor gehospitaliseerden reeds in deze forfaitaire honoraria geïncorporeerd. Ik heb weinig correct werkende klinisch biologen daarover horen klagen. Tijdens de laatste vergadering van deze werkgroep hebben Dr. Moens en Dr. Vandriessche (Bvas), die tot dan toe slechts sporadisch aanwezig geweest waren, zich hiertegen hardnekkig verzet en hebben er op aangedrongen dat eventuele misbruiken via strengere controle zouden worden aangepakt. Ons voorstel kon dan ook in het eindverslag niet worden weerhouden.

Nadien is het probleem opnieuw aangekaart in de werkgroep structurele hervormingen o.l.v. de heer M. Justaert. Zelfde discussie, zelfde besluit.

Het vervolg kon zich laten raden en is nu dus ook bevestigd. Ons inziens eens te meer een voorbeeld waartoe een ultradefensieve opstelling en gebrek aan anticipatie op voorspelbare problemen kunnen leiden. Eens te meer een voorbeeld hoe een lineaire gemakkelijkheidoplossing van de overheid iedereen, ook correct werkende artsen, treft.



met collegiale groeten, Dr. Robert Rutsaert
 

15 JUNI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging, met betrekking tot spoedhonoraria voor verstrekkingen van klinische biologie, van het artikel 26 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (BS: 30/6/2005)

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 35, § 1, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december 1999, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002, 5 augustus 2003, 22 december 2003 en 9 juli 2004, en § 2, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995 en 10 augustus 2001, en bij het koninklijk besluit van 25 april 1997;

Gelet op de wet van 27 april 2005 betreffende de beheersing van de begroting van de gezondheidszorg en houdende diverse bepalingen inzake gezondheid, inzonderheid op artikel 58, § 2, tweede lid, 3°, Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, inzonderheid op artikel 26, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 1985, 31 januari 1986, 28 november 1986, 7 januari 1987, 22 juli 1988, 13 november 1989, 7 december 1989, 22 januari 1991, 7 juni 1991, 19 december 1991, 22 oktober 1992, 25 juli 1994, 12 augustus 1994, 9 december 1994, 29 november 1996, 18 februari 1997, 31 augustus 1998, 9 oktober 1998,

21 maart 2000, 8 december 2000, 30 mei 2001, 16 juli 2001, 27 februari 2002, 14 juni 2002, 26 maart 2003, 22 april 2003 en 12 januari 2005;

Gelet op de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, inzonderheid op artikel 15;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 mei 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 2 juni 2005;

Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd door het feit dat het absoluut noodzakelijk is dat zo snel mogelijk maatregelen worden genomen ter beheersing van de begrotingsdoelstelling voor 2005 van de verzekering voor

geneeskundige verzorging, om te vermijden dat de overschrijdingen die in 2004 vastgesteld werden, zich opnieuw zouden voordoen en de leefbaarheid van ons sociale zekerheidsstelsel in gevaar zouden brengen; dat het bijgevolg absoluut nodig is dat deze maatregelen snel gepubliceerd worden om nog gevolgen te kunnen hebben in 2005;

Gelet op het advies nr. 358.537/1 van de Raad van State, gegeven op 13 juni 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :



Artikel 1. In artikel 26 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging

en uitkeringen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 januari 1985, 31 januari 1986, 28 november 1986, 7 januari 1987, 22 juli 1988, 13 november 1989, 7 december 1989, 22 januari 1991, 7 juni 1991, 19 december 1991, 22 oktober 1992, 25 juli 1994, 12 augustus 1994, 9 december 1994, 29 november 1996, 18 februari 1997, 31 augustus 1998, 9 oktober 1998, 21 maart 2000, 8 december 2000, 30 mei 2001, 16 juli 2001, 27 februari 2002, 14 juni 2002, 26 maart 2003, 22 april 2003 en 12 januari 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° § 1bis en de verstrekkingen die hij bevat, worden geschrapt;

2° in § 2, wordt in het eerste lid de zin : « De in de artikelen 3,18 en 24 vermelde verstrekkingen inzake klinische biologie die zaterdags van 8 uur tot 21 uur worden verricht, geven geen aanleiding tot het bijkomend honorarium voor dringende verstrekkingen » geschrapt;

3° in § 7, wordt in het laatste lid de zin die aanvangt met de worden « De verstrekkingen die worden verleend door verstrekkers... » en die eindigt met de woorden : « in een andere sleutelletter zijn uitgedrukt », vervangen door de volgende bepaling : « De verstrekkingen die worden verleend door verstrekkers die tot eenzelfde specialisme behoren en in het kader van eenzelfde ziekenhuis of eenzelfde verzorgingsinrichting werken, moeten worden beschouwd als een geheel. »;

4° in § 8 :

a) wordt het eerste lid door de volgende bepaling vervangen : « Voor de verstrekkingen inzake klinische biologie van artikel 3, § 1, van artikel 18, § 2, B, e) en van de artikelen 24, 32 en 33 wordt geen bijkomend honorarium voor 's nachts, tijdens het weekeind of op een feestdag verrichte dringende technische verstrekkingen betaald. »;

b) het tweede lid dat begint met de woorden : « De verstrekkingen die worden verricht door een geneesheer, specialist voor klinische biologie », wordt geschrapt;

c) in het derde lid, dat begint met de woorden : « Bovendien moeten, voor wat de analyses betreft die 's nachts worden verricht » wordt het woord « bovendien » geschrapt.



Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2005.



Art. 3. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 juni 2005.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

R. DEMOTTE

15 JUNI 2005. - Koninklijk besluit tot wijziging, met betrekking tot de bepalingen van het artikel 26, §§ 9 en 12, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (BS: 30/6/2005)

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 35, § 1, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december 1999, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002, 5 augustus 2003, 22 december 2003 en 9 juli 2004, en § 2, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995 en 10 augustus 2001, en bij het koninklijk besluit van 25 april 1997;

Gelet op de wet van 27 april 2005 betreffende de beheersing van de begroting van de gezondheidszorg en houdende diverse bepalingen inzake gezondheid, inzonderheid op artikel 58, § 2, tweede lid, 3°;

Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen,

inzonderheid op artikel 26, § 9, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 november 1986, 7 december 1989, 22 januari 1991, 7 juni 1991, 19 december 1991, 22 oktober 1992, 9 oktober 1998, 30 mei 2001, 26 maart 2003

en 22 april 2003 en in § 12, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 juli 1994, 9 oktober 1998 en 30 mei 2001;

Gelet op de wet van 25 april 1963. betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, inzonderheid op artikel 15;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 mei 2005;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 2 juni 2005

Gelet op de hoogdringendheid, gemotiveerd door het feit dat het absoluut noodzakelijk is dat zo snel mogelijk maatregelen worden genomen ter beheersing van de begrotingsdoelstelling voor 2005 van de verzekering voor

geneeskundige verzorging, om te vermijden dat de overschrijdingen die in 2004 vastgesteld werden, zich op nieuw zouden voordoen en de leefbaarheid van ons sociale zekerheidsstelsel in gevaar zouden brengen; dat het bijgevolg absoluut nodig is dat deze maatregelen snel gepubliceerd worden om nog gevolgen te kunnen hebben in 2005;

Gelet op het advies nr. 38.359/1 van de Raad van State, gegeven op 13 juni 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :



Artikel 1. In artikel 26 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging

en uitkeringen, in § 9, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 november 1986, 7 december 1989, 22 januari 1991, 7 juni 1991, 19 december 1991, 22 oktober 1992, 9 oktober 1998, 30 mei 2001, 26 maart 2003 en 22 april 2003 en in § 12, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 juli 1994, 9 oktober 1998 en 30 mei 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in § 9, worden de verstrekkingsnummers 450015-450026, 450516-450520, 451010-451021, 452690-452701, 452712-452723, 458054-458065 en 458076-458080 van de lijst van de verstrekkingen geschrapt;

2° in § 12, worden de verstrekkingsnummers 461510-461521, 463691-463702 en 463713-463724 van de lijst van de verstrekkingen geschrapt.



Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2005.



Art. 3. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 15 juni 2005.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

R. DEMOTTE

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: