Herceptine

ASGB-BERICHT 2006.110

TER INFORMATIE ASGB-bericht2006.110/Herceptine - 2 juni 2006 Geachte Collega, Hieronder vindt u de brief die we stuurden naar minister Demotte, m.b.t. terugbetaling van Herceptine. met collegiale groeten, het ASGB-bestuur -------------------------------------------------------------------------------- Aartselaar, 29 mei 2006 Aan de heer Rudy DEMOTTE Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Kunstlaan 7 1210 BRUSSEL Mijnheer de minister, Wij vernemen dat u de terugbetaling van Herceptine wil beperken tot enkele uitverkoren centra die minstens 150 primaire heelkundige ingrepen voor borstkanker uitvoeren.Wij wensen met klem te protesteren tegen deze maatregel. Er is geen zinnig argument te bedenken om dit te verantwoorden. Herceptine is een standaardbehandeling die in ieder centrum waar een afdeling medische oncologie bestaat perfect kan worden toegediend. Het product wordt al verscheidene jaren gebruikt bij patiënten met uitgezaaide ziekte, op voorwaarde dat er via een DNA-onderzoek (en dus niet via immunohistochemie) een bewezen amplificering is van het HER-2 gen. De activiteit en de toxiciteit van het middel zijn dus ruimschoots bekend en gekend door alle behandelende artsen. Herceptine heeft weliswaar een zekere toxiciteit, maar deze is in niets te vergelijken met deze van de standaard cytotoxische geneesmiddelen. Het is een aanvullende behandeling waarvoor ongeveer 20% der patiënten met borstklierkanker in aanmerking komt. Het lijkt dan ook evident dat dergelijke eenvoudige behandeling zou kunnen worden toegediend op de plaats waar de initiële en geïntegreerde behandeling loopt. Het versnipperen van de behandeling of het kunstmatig draineren van deze patiënten naar enkele uitverkoren centra -zelfs al zou het maar voor een beperkte periode zijn- is niet wenselijk en overbodig. Wij begrijpen dat u enige garantie wenst dat dit erg dure product in de juiste indicatie gebruikt wordt. Die garantie wordt uiteraard niet geleverd enkel en alleen omdat een centrum 150 heelkundige ingrepen uitvoert. Overigens ligt deze drempel nog eens 3 keer hoger dan deze die als criterium voor de borstklinieken zou gelden, wat meteen de willekeur van dergelijke kwantitatieve criteria illustreert. Veel logischer ware het om de feitelijke indicatiestelling tot behandeling, met name de aanwezigheid van gen-amplificering, centraal te coördineren en/of te verifiëren, zodat men reële garanties heeft dat het geneesmiddel juist aangewend wordt. Dit zou ook administratief heel wat eenvoudiger en veiliger zijn dan het verplicht overmaken van operatieverslagen en protocollen van het anatomopathologisch onderzoek. Men heeft terecht de oncologische zorgprogramma s ingevoerd om de kwaliteit van de oncologische zorg te verbeteren. Het lijkt ons dan ook voor de hand te liggen dat alle ziekenhuizen met een erkend zorgprogramma de mogelijkheid moeten hebben om deze behandeling aan hun patiënten aan te bieden. Waartoe zouden de inspanningen hiervoor anders moeten gediend hebben? U vraagt van de artsen terecht dat ons voorschrijfgedrag evidence based zou zijn. Wij menen dan ook van u een evidence based policy te mogen verwachten. Wij krijgen echter in diverse dossiers (borstklinieken, hartcentra, spoedgevallen) de indruk dat voornamelijk het advies van collega s uit enkele grote centra die uitsluitend hun eigen belangen voor ogen hebben, gevolgd wordt. met de meeste hoogachting, Dr. Robert Rutsaert Dr. Luc Dirix Voorzitter Bestuurslid, medisch-oncoloog cc: de heer R. Witmeur, directeur van het Kabinet

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: