Spoedraadpleging en permanentiehonoraria
berichten/172tekstspoedgillet.doc
TER INFORMATIE ASGB-bericht2006.131/Spoedraadpleging en permanentiehonoraria - 26 juni 2006 Geachte Collega, De voorbije 2 jaar was in de medicomut een werkgroep spoed-urgentiegeneeskunde, die ik de eer had te mogen voorzitten, actief met het uitwerken van allerlei voorstellen voor de sector. Het eindrapport werd u vroeger bezorgd. Wegens gebrek aan middelen kreeg de werkgroep als bijkomende opdracht om de prioritaire voorstellen te inventariseren en te begroten. De besluiten werden door de medicomut unaniem aanvaard. Die voor de huisartsen zijn intussen uitgevoerd: uitbreiding van de disponibiliteitsvergoeding en uitbreiding van het aantal huisartsenwachtposten. Die voor de specialisten nog steeds niet. Bij de onderhandeling van het akkoord 2006-2007 hebben we een budget voor de opwaardering van de honoraria voor intramurale permanentie gevraagd en gekregen maar in extremis moest dit vnl. op aandringen van BVAS gedeeld worden met een zgn. disponibiliteitshonorarium. Initieel werd gesteld dat dit moest toegewezen worden aan bv. radiotherapeuten of aan nefrologen die bij wet verplicht oproepbaar moeten zijn voor hun discipline. In de verdere discussies werd dit alsmaar verder uitgebreid, per discipline en subdiscipline, niet alleen per ziekenhuis maar ook per campus, enz. Het volledige budget zou aldus opgebruikt zijn zonder enige opwaardering van de acute geneeskunde en met een verwaarloosbare vergoeding per afdeling. Dank zij de hulp van sommige ziekenfondsafgevaardigden in de TGR (met name Dr. Vandenoever) kan hopelijk nog een deel van dit budget gered worden waarvoor het bestemd was. Waarschijnlijk heeft u net zoals ik geen weet van frequente nachtelijke bestralingen maar in alle ziekenhuizen die ik gecontacteerd heb zijn er wel majeure problemen met de financiering van de intramurale wachten. Door de schaarste van urgentisten, intensivisten en brevetartsen neemt de kostprijs voor het verzekeren van deze wachtdiensten, die essentieel zijn voor de erkenning van de functies gespecialiseerde spoedgevallen en intensieve zorg, nog verder toe. Het tweede luik betrof de invoering van een uniform spoedraadplegingshonorarium ongeacht de basisdiscipline van de specialist met bijzondere bekwaming in de urgentiegeneeskunde. Hiervoor had de minister een budget van 11miljoen euro voorzien. Minder dan gevraagd maar niet te verwaarlozen. Vermits dit gebeurde in het kader van de volmachtenwet volgt de uitwerking hiervan niet de gebruikelijke procedure via de TGR maar wordt het KB uitgewerkt op het kabinet (blijkbaar in samenspraak met vertegenwoordigers van de urgentisten) zonder dat de representatieve syndicaten hierbij betrokken worden. Het ontwerp-KB wordt dan pro forma voor advies voorgelegd aan de TGR. Een eerste versie werd in de TGR weggelachen wegens onbegrijpelijk, technisch incoherent, onuitvoerbaar. We krijgen nu een tweede, verbeterde en hierbijgevoegde versie die al niet veel beter is. -het is moeilijk te begrijpen waarom een geaccrediteerde urgentist geen schriftelijk (niet schriftelijke) verslag zou moeten opmaken en de andere wel (590671; 590553) -de prestaties worden ondergebracht onder artikel 25 = toezichthonoraria i.p.v. onder artikel 2 = raadplegingen en bezoeken. Naar verluidt zou dit te maken hebben de algemene regeling in het ziekenhuis van een van de betrokkenen. -de libellé van de prestaties wordt best uitgebreid met anamnese, klinisch onderzoek (niet klinische), eerste opvang en oriëntatie in de lokalen... ; terwijl diagnose best geschrapt wordt omdat een diagnose niet steeds volledig hoeft te zijn uitgewerkt op de spoedgevallen -specialist in urgentiegeneeskunde moet absoluut gelijkgesteld blijven met de specialist met bijzondere bekwaming urgentiegeneeskunde; de eerste 4 nomenclatuurnummers kunnen hiervoor gebruikt worden; de volgende 4 nummers kunnen dan voorzien worden voor de specialist acute geneeskunde en de BAG-arts; de laatste 4 zijn dan overbodig -de werkgroep spoed-urgentiegeneeskunde stelde voor om voor de door de huisarts verwezen patiënten geen remgeld aan te rekenen; daarvan is hier niets meer terug te vinden; de patiënten dreigen elke keer een ander remgeld te moeten betalen in functie van de kwalificatie van de permanentie-arts -de beroepstitel van specialist in de urgentiegeneeskunde is pas ingevoerd en het zal nog zes jaar duren vooraleer iemand die opleiding beëindigd heeft. Tot zolang zouden deze nomenclatuurnummers in deze versie dus ongebruikt moeten blijven. Begrijpe wie kan -om alle "misverstanden" te vermijden.... "die er de permanentie waarneemt"; het gaat alleen over de permanentie binnen de functie gespecialiseerde spoedgevallen -"enkel worden aangerekend bij een niet-geplande opname"; zoals de werkgroep besloot is dit een hopeloze bepaling die veronderstelt dat de urgentisten +/- 30-40% van hun werk gratis uitvoeren; wat is gepland? hierover zijn er aanhoudende discussies met de DGEC; +/- alle verwijzingen door huisartsen zullen wel voor opname zijn; dit is onaanvaardbaar; de honoraria werden door onze werkgroep trouwens berekend o.b.v. van de afschaffing van dit cumulverbod; -"het schriftelijk verslag is inbegrepen in het honorarium voor opvang in een erkende functie voor gespecialiseerde spoedgevallenzorg en maakt deel uit van het medische dossier van de patiënt."; dit klopt dan niet met de libellé van bovengenoemde nummers -"wanneer de patiënt via de dienst 100 of de MUG wordt opgevangen via een oproep naar het eenvormig oproepstelsel 100 of de MUG moet dit worden beschouwd als een verwijzing en mogen de verstrekkingen 590531, 590575, 590656, 590693,590774, 590811." worden aangerekend -1° De verstrekkingen 590516, 590531, 590553, 590575, 590634, 590656, 590671, 590693, 590752, 590774, 590796 of 590811 zijn specifiek voor de dringende opvang in de lokalen van een erkende functie en 592870 dan? -3° De toezichtshonoraria van artikel 25, § 1 mogen gecumuleerd worden met één van de verstrekkingen 590516, 590531, 590553, 590575, 590634, 590656, 590671, 590693, 590752, 590774, 590796 of 590811 en 590870?? -7°: = koeterwaals nederlands: -m.i. hoort een GSO (zonder vermelding van opleidingsjaar?) hier niet bij; wat is dan nog de zin van heel de operatie? mag iedereen nu een nummer kiezen? -een specialist met overgangsmaatregelen (met bv. 20jaar ervaring in spoedgavallen) wordt na 1/1/2008 dus uitgesloten en een GSO (die bv. 1 week aan zijn opleiding begonnen is) mag onbeperkt blijven deelnemen?? is dit een grap? -en geneesheren die houder zijn van het brevet acute geneeskunde, wanneer ze wachtdienst verzekerd in een erkende functie voor gespecialiseerde spoedgevallenzorg, bedoeld in het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "eerste opvang van spoedgevallen" moet voldoen om te worden erkend, voorziet; excuus, maar dit is voor een simpele internist niet meer te begrijpen; is het nu gespecialiseerde (waarom wordt dit dan herhaald?) of eerste opvang?? de eerste opvang spoedgevallen staat hier volledig los van, daarmee is ook geen rekening gehouden bij de begroting; er is voor dit voorstel ook geen begroting mogelijk omdat er geen gegevens voor beschikbaar zijn; -de voorziene toeslag voor nacht en weekend wordt niet meer vermeld, in de vorige versie was dit nog wel het geval -wat met specialisten die de voorbije jaren het brevet acute geneeskunde behaald hebben? -een raming van de uitgaven is hier niet meer mogelijk; op het ogenblik van de urgentistenenquete (waarop onze werkgroep zich gebaseerd had om zijn begroting op te maken) waren er nog geen specialisten urgentiegeneeskunde of acute geneeskunde erkend; de waarde van de nomenclatuurnummers wordt dan ook opengelaten zodat men er nog alle kanten mee op kan; de prestatie 590870 die voorzien is voor de raadpleging van de bijgeroepen specialist moet buiten dit budget blijven vermits die nu ook al worden gefactureerd zij het onder een ander nummer. Het is volstrekt onduidelijk hoe men dit uniform nummer voor de verschillende disciplines die vaak sterk verschillende raadplegingshonoraria hebben gaat hanteren; Na tal van vruchteloze vergaderingen die telkens op een patstelling eindigden is dinsdag 27 juni een, wellicht laatste vergadering van de TGR-werkgroep gepland. Daarna wordt de zaak verder besproken in de plenaire TGR waar we zoals u weet slechts een beperkte vertegenwoordiging hebben. We houden u op de hoogte van het vervolg. Artsen die actief zijn in de urgentiesector doen er o.i. best aan om hun mening over een en ander zo snel mogelijk te ventileren bij het kabinet en in de medische pers, en zich enige vragen te stellen bij hun vertegenwoordiging via Becep. met collegiale groeten, Dr. Robert Rutsaert