ASGB-interventie i.v.m.Herceptine

ASGB-BERICHT 2006.013

berichten/43herceptine.vc.23.1.06.doc

TER INFORMATIE ASGB-bericht2006.13/Herceptine - 23 januari 2006 Geachte Collega, Bijgevoegd vindt u een interventie van het ASGB/Kartel die we deze morgen in het Verzekeringscomité hebben ingediend. Ze werd opgesteld op initiatief van collega Luc Dirix, medisch-oncoloog. Het punt zal hernomen worden op een nieuwe vergadering binnen een tweetal weken. met collegiale groeten, het ASGB-bestuur. Aan de heer D. Sauer Voorzitter Verzekeringscomité RIZIV Tervurenlaan 211 1150 Brussel Mijnheer de Voorzitter, Punt 6 van de agenda van het Verzekeringscomité van 23 januari 2006 behandelt de financiering van het geneesmiddel Herceptine als aanvullende behandeling bij patiënten met een operabel borstkliercarcinoom gekenmerkt door HER-2 overexpressie. Studieresultaten die beschikbaar zijn gekomen in de loop van de tweede helft van 2005, hebben aangetoond dat bij deze patiënten het aanvullend gebruik van Herceptine, een monoklonaal eiwit gericht tegen dit HER-2 kenmerk, de kans op ziekteherval met ruim de helft reduceert. Deze halvering van kans op ziekteherval blijkt in één van de studies reeds gepaard te gaan met overlevingswinst. De éénsluidendheid van deze resultaten in vier verschillende klinische studies, maakt het onwaarschijnlijk dat de essentie van het waargenomen effect in de loop van de jaren drastisch zal veranderen. Dit alles heeft ertoe geleid dat dit geneesmiddel beschikbaar kan worden gesteld in een situatie waarin de behandeling een curatieve intentie heeft. Dit product wordt echter reeds geruime tijd gebruikt bij patiënten met uitgezaaide ziekte, op voorwaarde dat er via een DNA- onderzoek (en dus niet via immunohistochemie) een bewezen amplificering is van het HER-2 gen. Dat is al 3-4 jaar zo. In België is een regeling getroffen waarbij een aantal patiënten, in principe een 300-tal, het geneesmiddel gratis ter beschikking gesteld krijgen voor de duur van 1 jaar door de producent Roche. In afwachting van een registratie en eventuele terugbetaling van dit geneesmiddel wil men het nu reeds voor de curatieve indicatie beschikbaar stellen en vergoeden via een conventie. Dit juichen we zeker toe. Helaas blijkt het de bedoeling te zijn om de toediening van dit geneesmiddel te beperken tot een aantal gespecialiseerde centra. Die worden overigens niet gedefinieerd en dit wekt de indruk van willekeur bij de toekenning. Dit is bijzonder bevreemdend en wel om meerdere redenen: - dit geneesmiddel is reeds langdurig in gebruik in alle centra en bij ziekere patiënten. De activiteit en de toxiciteit van het middel zijn dus ruimschoots bekend en gekend bij alle behandelende artsen; - Herceptine heeft weliswaar een zekere toxiciteit, maar deze is in niets te vergelijken met de hinder veroorzaakt door de standaard cytotoxische geneesmiddelen; - het is een aanvullende behandeling waarvoor een grote groep patiënten in aanmerking komt nl. ongeveer een vijfde van alle patiënten met borstklierkanker. Het lijkt dan ook evident dat dergelijke eenvoudige behandeling kan worden toegediend op de plaats waar de initiële en geïntegreerde behandeling loopt. Het versnipperen van de behandeling of het kunstmatig draineren van deze patiënten naar enkele uitverkoren centra -zelfs al zou het maar voor een beperkte periode zijn- is niet wenselijk en overbodig. Veel logischer ware het om de feitelijke indicatiestelling tot behandeling, met name de aanwezigheid van gen-amplificering, centraal te coördineren en/of te verifiëren, zodat men reële garanties heeft dat de middelen juist aangewend worden. Men heeft terecht de oncologische zorgprogramma's ingevoerd om de kwaliteit van de oncologische zorg te verbeteren. Het lijkt ons dan ook voor de hand te liggen dat alle ziekenhuizen met een erkend zorgprogramma de mogelijkheid moeten hebben om deze behandeling aan hun patiënten aan te bieden. Waartoe zouden de inspanningen hiervoor anders moeten gediend hebben? Wij vragen dus met aandrang om de voorgestelde regeling vooralsnog aan te passen. met de meeste hoogachting, Dr. Marcel Bauval Lid Verzekeringscomité mede namens, Dr. Robert Rutsaert Voorzitter ASGB 23/1/2006

2026.115

Update Impulseo: premie voor (loon)kosten 2026 blijft gevrijwaard

 

Het gezamenlijke initiatief van huisartsen en praktijkondersteuners heeft na overleg met het kabinet van minister Gennez een eerste succes geboekt.

De Impulseo-premie voor de loonkosten van 2026 blijft behouden en wordt in 2027 nog uitbetaald.

Tegelijk lanceren de betrokken organisaties, waaronder dus het ASGB,  een bevraging om de impact van de geplande afschaffing van Impulseo in kaart te brengen.

 

 

2026.114

Informatiecampagne RIZIV over GMD: wat is dat daar over arbeidsongeschiktheid?

 

Op 23 oktober jl. heeft het RIZIV een brief gestuurd naar de huisartsen om het belang van het GMD nog eens te kaderen (zie pdf als bijlage).

In die brief stond ook een passage over het feit dat vanaf 2027 het GMD onmisbaar zal zijn bij het attesteren van arbeidsongeschiktheid.

Die passage heeft blijkbaar voor heel wat verwarring en ongerustheid gezorgd, zo maken wij op uit (heel wat) reacties die we hebben ontvangen.

Vandaar dat we één en ander willen verduidelijken.

2026.113

Nieuwe regels voor terugbetaling dermatochalasis (oftalmologie)

 

Op 28 oktober 2026 werd een KB van 8 oktober 2026 gepubliceerd dat aangepaste regels invoert voor de terugbetaling van dermatochalasis (245733-245744 Plastie voor dermatochalasis van het bovenste ooglid, per ooglid" N 200).

Deze nieuwe regels die in voege treden vanaf 1 december 2026, zouden aldus een onderliggende nota van het Verzekeringscomité objectiever en betrouwbaarder moeten zijn dan de huidige criteria.