Verkiezingen 2006: sociaal statuut

ASGB-BERICHT 2006.164

Artikel: Artsenverkiezingen 2006.5. Sociaal statuut 24-08-2006 Artsenverkiezingen 2006.5 KARTEL (ASGB/GBO) Sociaal statuut. *Het ASGB wil het RIZIV-sociaal statuut voor geconventioneerde artsen aanzienlijk optrekken. De BVAS verzet zich hiertegen. Aan dit sociaal statuut wordt door de 85% geconventioneerde artsen zeer veel belang gehecht. Een werkgroep o.l.v. Dr. Milan Roex kreeg in de vorige conventie de opdracht om het sociaal statuut door te lichten, te actualiseren en zo mogelijk te verbeteren. Het sociaal statuut heeft een dubbel doel: een begin van eigen sociale beveiliging aan de zorgverstrekker te bieden, in ruil voor tariefzekerheid voor de patiënten. Patiënten die zich voor hun medische zorg wenden tot geconventioneerde artsen genieten van vaste, overeengekomen tarieven. De remgelden zijn beperkt en vooraf gekend. Voor artsen betekent dit een potentieel inkomensverlies. Artsen die de tariefovereenkomst aanvaarden ontvangen van de overheid een forfaitair bedrag dat verplicht moet benut worden voor de eigen sociale bescherming. Omdat het toegekende bedrag voor alle artsen gelijk is, onafhankelijk van de praktijkomvang, betekent dit eveneens een vorm van solidarisering onder de artsen. Een gevolg is ook dat slechts een volledige aanspraak op het sociaal statuut kan gemaakt worden indien de verstrekker medische prestaties levert, waarbij die tariefzekerheid met de daaruit voorvloeiende potentiële inkomensmatiging, effectief wordt gewaarborgd. Collega's die volledig buiten de RIZIV-nomenclatuur actief zijn leveren deze prestaties niet. Het ASGB-voorstel tot administratieve vereenvoudiging bij de aanvraag en de toekenning van het sociaal statuut werd door de medicomut aanvaard. Het ASGB bedong ook een versnelde betaling, ten laatste op 15 januari volgend op het betrokken kalenderjaar en met nalatigheidinteresten zodat er een duidelijk verband blijft tussen de geleverde tariefzekerheid en het compenserende sociaal statuut. Hoewel deze procedurewijziging in de voltallige medicomut éénparig werd goedgekeurd, en deel uitmaakt van het door de Minister van Sociale Zaken bekrachtigde akkoord, blijft de overheid tot op heden in gebreke met de uitvoeringsbesluiten. Concreet wenst het ASGB een sociale beveiliging voor de artsen van hetzelfde niveau als die van een geneesheerambtenaar. Het ASGB berekende dat hiervoor jaarlijks 5.401€ vereist is, wat bevestigd werd door de mutualiteiten en de RIZIV-administratie. Dit bedrag zal zelfs nog moeten verhoogd worden na toepassing van de geactualiseerde sterftetafels. Sommigen beweren dat dit bedrag te hoog is en een deconventie de facto onmogelijk maakt. Toch vertegenwoordigt dit bedrag maar 1€ per prestatie voor een huisarts met 5.500 patiëntencontacten per jaar. Voor GSO vragen we een verdubbeling van het RIZIV-sociaal statuut als compensatie voor hun onvolledig bediendestatuut. Vermits de meeste GSO later toch zelfstandige worden is dit nuttiger dan de uitbreiding van hun bediendestatuut. Ook voor zwangere vrouwelijke collega's zou het RIZIV-sociaal statuut moeten worden opgewaardeerd. Het is pijnlijk om vast te stellen dat artsen die vrij hun honoraria bepalen het hun geconventioneerde collega's niet eens gunnen dat zij behoorlijk sociaal beveiligd zouden worden. Een studie van het ASGB over een periode van 25 jaar toont bovendien aan dat het bedrag van het sociaal statuut de evolutie van de honoraria niet verhinderd heeft, eerder integendeel (zie grafiek). Bij de aanvaarding van een akkoord moet elke arts het deel nomenclatuur en het deel sociaal statuut tesamen beoordelen. De populistische roep naar een sociaal statuut buiten de conventie klinkt geregeld maar werd nog nooit concreet onderbouwd. Elk becijferd voorstel waarbij (huis)artsen voordeel zouden doen, zullen wij toejuichen en onmiddellijk ondersteunen. Het is echter politiek ondenkbaar dat een systeem zou gecreëerd worden voor artsen alleen, los van de andere zelfstandigen (advocaten, slagers, bakkers en kappers...). Het is dan wel overduidelijk dat artsen met hun transparante inkomen een systeem zullen spijzen waarvan andere zelfstandigen met verborgen inkomsten en minimale eigen bijdragen volop zullen genieten.

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: