Twaalf jaar na 3.12.1994
ASGB-bericht2006.219/Twaalf jaar na 3.12.1994 - terug naar af - 17 oktober 2006 Geachte Collega, 12 jaar geleden, ter gelegenheid van de Staten Generaal in Gent op 3 december 1994, eisten duizenden Vlaamse huisartsen de ontwikkeling van een visie op de structuur van de gezondheidszorg. De huisarts als spilfiguur. Centraal Medisch Dossier, Echelonnering en Differentiële Terugbetaling waren de kernbegrippen van deze visie. Het ASGB ondersteunde, want volledig in overeenstemming met zijn programma. Wie zich daartegen verzette werd van het podium gefloten en buiten gedragen. BVAS verwierp " en blijft verwerpen " een structurering van de gezondheidszorg, en blijft zweren bij een onbelemmerde vrije artsenkeuze van de patiënt, en ongelimiteerde therapeutische vrijheid. De tegengestelde visies op de gezondheidszorg bestonden, en blijven bestaan. Het ASGB dwong artsenverkiezingen af, en was 8 jaar inspirator en drijvende kracht binnen het Kartel (ASGB-SVH-GBO). Het GMD ging van start en ontwikkelde zich tot wat het nu is. De honoraria kenden een forse opwaardering, en daarnaast ontstonden nieuwe honoreringswijzen: gemengde honorering volgens 3 pijlers, EMD, wachtvergoeding, huisartsenwachtpost, impulsfonds... De centrale plaats van de huisarts bleek definitief bevestigd. De eerste stap naar echelonnering en differentiële terugbetaling zijn in een beslissende fase beland. Dit alles is bereikt na intensief overleg met de verguisde gemengde syndicaten. Enkelen, vnl. vanuit het toenmalige SVH, bleven pogingen ondernemen om alle huisartsen, met welke visie ook, te verenigen onder één koepel, om dan als een eenheidshuisartsensyndicaat bevrijd van de specialisten totaal autonoom, de complexe huisartsenbelangen te verdedigen. Ook specialisten die de terechte huisartsenbelangen integraal verdedigen moeten geweerd worden. UHAK, WVVH en VHP verenigen zich in een 'eenheids'koepel, Domus Medica. Van zodra hiervan de visie moet ontwikkeld worden barst de onvermijdelijke strijd in alle hevigheid los. De initiële verschillen in visie zijn immers niet opgelost. De lidgelden gaan naar peperdure dagvaardingen en kortgedingen, en zoals in de middeleeuwse stedentwisten zal de strijd pas (voorlopig) luwen als de kassa's leeg zijn, alle munitie verschoten is en er geen strijders meer overschieten. De natuurlijke gesprekspartners, overheid en verzekeraars, kijken meewarig en niet begrijpend toe. Alle opgebouwde good-will en geloofwaardigheid is verkwanseld. Het streven naar een monodisciplinair syndicaat resulteerde in een onoverzichtelijke chaos en de onzekerheid die daaruit volgde heeft geleid tot een dramatische zetelverschuiving in de Nationale Commissie Geneesheren Ziekenfondsen. Ondanks de oproep tot boycot en de afwijzende houding van Domus Medica behaalden de huisartsen van ASGB en GBO bij de jongste verkiezingen een zeer grote meerderheid (4255 stemmen tegenover 3224). Dit belette evenwel niet dat de numerieke meerderheid uitgedrukt in zetels, die de huisartsen van het Kartel 8 jaar hadden, op 106 stemmen na is verloren. Na 12 jaar intensief onderhandelen zijn de echelonnering en de differentiële terugbetaling teruggefloten naar vóór 1994. Niet de overheid is hiervoor verantwoordelijk, niet de specialisten, niet de ziekenfondsen, niet het RIZIV, maar wel huisartsen zelf. Het eindresultaat van de eenheidsbeweging? Een nooit geziene plethora van groepen die zich artsensyndicaat noemen, het SVH gedecimeerd, UHAK opgedoekt, de WVVH die zonder zijn meest valabele leden opgaat in de schimmige Domus Medica. De enige zekerheid zijn torenhoge kosten van studiebureaus, advocaten en gerechtelijke procedures. Alsof eenheid kan afgedwongen worden door deurwaarders en kortgedingen. De initiatiefnemers gaan uit van de foute premisse dat voor de huisartsen niets, helemaal niets is bereikt. Als men maar dikwijls genoeg diezelfde onwaarheid herhaalt, en ze ook nog in de medische pers geplaatst krijgt, dan wordt dit stilaan waarheid. De laatste 8 jaar hebben de eenheidsbewegers hieruit de sofistische redenering ontwikkeld (1) dat dit dan de schuld is van de gemengde artsensyndicaten en (2) dat een nieuw opgerichte eenheidsbeweging garant zou staan voor een meer performante beroepsverdediging. Deze nieuwe beweging omschreef bewust geen visie. Het werd een aaneenschakeling van terechte en onterechte grieven, zonder voorstel van oplossing, en vond gretig gehoor bij vele goedmenende huisartsen. Wie kan nu iets hebben tegen eenheid? Huisartsen die het wetenschappelijke peil willen optillen via een sterke wetenschappelijke vereniging vonden er onderdak, ook huisartsen die zich voornamelijk afkeren van de specialisten en ziekenhuizen, en ook huisartsen die beducht zijn voor een structurering in de gezondheidszorg, bang voor een eventuele verantwoordelijkheid die hiervoor nodig is. Die blijven hunkeren naar onbeperkte therapeutische vrijheid en onbelemmerd vrije artsenkeuze, wat natuurlijk onverenigbaar is met echelonnering en juiste zorgtrajecten. Dit amalgaam kan theoretisch aantrekkelijk lijken, maar kon niet anders dan uiteenspatten. Het is onjuist dat dit uitsluitend terug te voeren is op ego's en conflicten tussen personen. Cruciaal is de visie op de gezondheidszorgstructuur. Het verschil van voor 1994 bestaat nog steeds, en de ontwikkelingen die in de laatste akkoorden werden afgedwongen schijnen voor sommigen zo bedreigend, dat zij nog eerder een tabula rasa verkiezen. Om uit deze impasse te geraken zullen alle huisartsen met eenzelfde visie terug moeten samenwerken, met respect voor ieders deskundige inbreng. In de commissies en overlegorganen moeten verworvenheden van huisartsen in de concrete uitvoering door huisartsen uitgewerkt worden, zonder mogelijkheid tot boycot door specialisten. De wetenschappelijke fundering vraagt een intensieve feedback en is een meerwaarde voor iedereen, zoals ook de intensieve samenwerking met gelijkgezinde specialisten onontbeerlijk is om nieuwe samenwerkingsvormen te ontwikkelen en de haalbaarheid ervan te evalueren. Ondanks alle beschuldigingen en verdachtmakingen van de laatste jaren blijft het ASGB bereid om in deze context met iedereen samen te werken die met eenzelfde bereidheid resoluut voor een toekomstgerichte huisartsgeneeskunde kiest. Paul Putzeys, 16 oktober 2006