Erkenningscriteria spoed + MUG

ASGB-BERICHT 2006.073

TER INFORMATIE ASGB-bericht2006.73/Erkenningscriteria spoed + MUG - 27 maart 2006 Geachte Collega, In het BS van 24/3/2006 verschenen nieuwe erkenningsnormen voor de gespecialiseerde functie spoedgevallen en MUG. Ze hebben betrekking op de kwalificaties van het diensthoofd en van de artsen die de permanentie mogen invullen; de eerste zonder de tweede met overgangsmaatregelen t/m 2008. Dit is merkwaardig omdat een werkgroep van de NRZV volop bezig is om hiervoor een advies voor te bereiden en net een volgende vergadering gepland had op 27/3. We proberen in elk geval nog om de geneesheer-specialisten die in 2001o.b.v.een attest van de hoofdgeneesheer gelijkgeschakeld werden met de brevetartsen nog verder te laten meespelen in de urgentiegeneeskunde. met collegiale groeten, het ASGB-bestuur -------------------------------------------------------------------------------- Publicatie: 2006-03-24 FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU 5 MAART 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » moet voldoen om erkend te worden ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 68; Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 1998 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg », inzonderheid artikel 3, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 november 1998; Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » moet voldoen om erkend te worden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 augustus 1998, 28 april 1999 en 25 november 2002; Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen van 10 november 2005; Gelet op het advies nr. 39.586/3 van de Raad van State gegeven op 3 januari 2006 met toepassing van art. 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. In artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » moet voldoen om erkend te worden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 november 2002, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Art. 8. De geneesheer-diensthoofd van de functie is een erkend geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. Hij is voltijds aan het ziekenhuis verbonden en besteedt meer dan de helft van zijn werktijd aan de activiteit in de functie en aan de permanente vorming van het personeel verbonden aan zijn functie. » Art. 2. Artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « § 1. De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden geneesheer met één van de volgende kwalificaties : 1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005; 2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 2, 3°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005; 3° geneesheer die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit; 4° kandidaat-geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds geneesheer-specialist is in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten. » Art. 3. Art. 13, § 2 en § 3, van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt : « § 2. Tot 31 december 2008 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005. § 3. Tot 31 december 2008 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit van 14 februari 2005 voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling. » Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2006. Art. 5. Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 5 maart 2006. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid R. DEMOTTE -------------------------------------------------------------------------------- FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU 5 MAART 2006. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » (MUG) moet voldoen om te worden erkend ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, inzonderheid op artikel 68 en op artikel 69, 3°, gewijzigd door de wet van 21 december 1994; Gelet op het koninklijk besluit van 10 april 1995 waarbij sommige bepalingen van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, toepasselijk worden verklaard op de functie « mobiele urgentiegroep », gewijzigd bij koninklijk besluit van 15 juli 2002; Gelet op het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » (MUG) moet voldoen om te worden erkend, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 april 1999, 25 november 2002 en 11 juli 2003; Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen van 10 november 2005; Gelet op het advies nr. 39.587/3 van de Raad van State, gegeven op 3 januari 2006, met toepassing van art. 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1. In artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » (MUG) moet voldoen om te worden erkend, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « Art. 5. De geneesheer die de leiding van de functie heeft, moet een geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde zijn, zoals bedoeld in artikel 2, 1° of 2°, van het ministerieel besluit van 14 februari 2005 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de urgentiegeneeskunde, van geneesheren-specialisten in de urgentiegeneeskunde en van geneesheren-specialisten in de acute geneeskunde, alsook van de stagemeesters en stagediensten in deze disciplines. Hij is voltijds aan het ziekenhuis, of aan één der ziekenhuizen van de associatie, verbonden en besteedt meer dan de helft van zijn werktijd aan de activiteit in de functie en aan de permanente vorming van het personeel verbonden aan zijn functie. » Art. 2. In artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt : « § 2. De medische permanentie wordt waargenomen door minstens één, minstens halftijds aan het ziekenhuis verbonden geneesheer met één van de volgende kwalificaties : 1° geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 1° en 2°, van voornoemd ministerieel besluit van 14 februari 2005; 2° geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, zoals bedoeld in artikel 2, 3°, van hetzelfde ministerieel besluit; 3° geneesheer die houder is van het brevet in de acute geneeskunde, bedoeld in artikel 6, § 3, 2°, van hetzelfde ministerieel besluit; 4° de kandidaat-geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, bedoeld in 1°, of in de acute geneeskunde, bedoeld in 2°, in opleiding, voor zover de betrokkene reeds erkend geneesheer-specialist is in één der disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit, hetzij reeds gedurende tenminste een jaar voornoemde opleiding heeft genoten. » Art. 3. Art. 18, § 2 en § 3, van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt : « § 2. Tot 31 december 2008 kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van het hoger vermeld ministerieel besluit van 14 februari 2005. § 3. Tot 31 december 2008 mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat geneesheer-specialist in opleiding, in één van de disciplines bedoeld in artikel 2, 1°, van hetzelfde ministerieel besluit voor zover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling. » Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2006. Art. 5. Onze Minister van Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 5 maart 2006. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid R. DEMOTTE

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: