Zorgtrajecten
ASGB-bericht2007.018/ Zorgtrajecten -12 februari 2007
Geachte Collega,
Vrijdagnamiddag was er op het Riziv een x-ste vergadering over de uitwerking van de zorgtrajecten. Zoals u weet vinden we dit een bijzonder belangrijk dossier om de samenwerking tussen huisartsen en specialisten te optimaliseren. Het lopende akkoord voorzag een startdatum op 1/7/2006. Door allerlei obstructies bleek dit helaas niet haalbaar.
Op de bijgevoegde ontwerptekst (negentiende versie) werden andermaal een aantal amendementen aangebracht. Zo zullen jaarlijks maximum 4 raadplegingen voor één, en maximum 8 raadplegingen voor 2 of meer zorgtrajecten, zonder remgeld worden toegestaan; voor de andere is er uiteraard geen beperking. De patiënt kan in meerdere zorgtrajecten worden opgenomen maar de zorgverstrekkers zullen maximum 2x kunnen aanspraak maken op de forfaitaire vergoeding in hoofde van dezelfde patiënt. De eerste forfaitaire vergoedingen worden overgemaakt bij de opening van het traject. Voor de volgende hebben we aangedrongen op het vastleggen van een betaaltermijn. Cumul tussen het zorgtraject diabetes en de diabetespas wordt uitgesloten. Het remgeldvoordeel geldt tot het einde van het jaar dat volgt op een jaar waarin een recht werd vastgesteld, d.w.z. waarin het vereiste minimum ( =2) aantal follow upraadplegingen (bij de huisarts) geregistreerd werd. Op onze vraag zullen de verzekeringsinstellingen zich gelasten met de communicatie aan de patiënten waarom de ene keer wél en de andere keer niet een remgeld moet betaald worden. Zij zullen de administratie hierover ook bijhouden. De VI's vroegen een regeling om de gelijkmatige spreiding van de follow up raadplegingen te garanderen. Hoewel dit op het eerste gezicht logisch lijkt zou dit o.i. tot onoverkomelijke administratieve moeilijkheden leiden. Bovendien kan het na een aanpassing van de behandeling (insuline, antihypertensiva) nuttiger zijn om de patiënt vervroegd terug te zien eerder dan op de vooraf vastgelegde tijdstippen. Die eis werd dan ook terug ingetrokken maar de spreiding zal wel mee geëvalueerd worden. Na 3 jaar volgt een evaluatie van het systeem, de evaluatiecriteria moeten op voorhand worden vastgelegd. De genoemde 'third trusted party' zal door de medicomut worden aangeduid.
De bijgewerkte tekst zal deze week worden rondgestuurd en behoudens nieuwe verwikkelingen, worden voorgelegd op de eerstvolgende vergadering van de medicomut. Daarna volgt nog de vertaling in Koninklijke Besluiten zodat het nog wel enige tijd zal duren voordat het concept operationeel wordt. Jammer genoeg zal ook voor dit dossier het budget voor 2006 (zijnde 7 miljoen euro) ongebruikt gebleven zijn.
Indien u op de voorliggende (en dus nog gewijzigde) tekst opmerkingen of suggesties heeft kan u ons deze bezorgen. Intussen kunnen we ook al beginnen nadenken over ev. volgende trajecten.
met collegiale groeten, Dr. Robert Rutsaert -Voorzitter
Nationaal akkoord 2006-2007 , punt 7
ZORGTRAJECTEN
De NCGZ geeft aan de werkgroep opgericht bij het Nationaal akkoord van 15 december 2003 de opdracht om tegen 1 april 2006 concrete maatregelen uit te werken waarbij zowel de rol van de huisarts als van de geneesheer-specialist
wordt gevaloriseerd en de patiënt wordt aangemoedigd. Deze maatregelen moeten tegen 1 juli 2006 operationeel zijn voor patiënten met diabetes type 2 en voor patiënten met chronische nierinsufficiëntie. Het ter beschikking
zijn van het budget van 7.000.000 euro op 1 juli 2006 (14.000.000 euro op jaarbasis) is afhankelijk van de voorwaarde dat tegen 1 juli 2006 door de NCGZ over deze maatregelen een beslissing getroffen is (totaal budget : 25.000.000 euro op jaarbasis).