Erkenningscriteria verzekeringsgeneeskunde en medische expertise

ASGB-BERICHT 2007.025



ASGB-bericht2007.025/Erkenningscriteria verzekeringsgeneeskunde en medische expertise

15 februari 2007

 

Geachte Collega,



In het BS van 5/2/07 verscheen het MB i.v.m. de erkenningscriteria  voor de verzekeringsgeneeskunde en de  medische expertise.



met collegiale groeten, het ASGB-bestuur.



 

Publicatie: 2007-02-05

 

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN

EN LEEFMILIEU



22 JANUARI 2007. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten in de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise

 
De Minister van Volksgezondheid,

Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, inzonderheid op artikel 35sexies, ingevoegd bij de wet van 19 december 1990;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen, inzonderheid op artikel 3;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde, inzonderheid op artikel 1, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 22 juni 1993, 8 november 1995, 11 april 1999, 15 oktober 2001, 17 februari 2002, 17 februari 2005, 10 augustus 2005, 24 mei 2006 en 15 september 2006;

Gelet op het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten;

Gelet op het advies van de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en huisartsen, gegeven op 15 juni 2005;

Overwegende dat de Hoge Raad van geneesheren-specialisten en van huisartsen gevraagd werd om een nieuw advies uit te brengen over de mogelijkheid om een 'gemeenschappelijke' specialiteit te creëren voor de gerechtelijke geneeskunde en de verzekerings- en expertisegeneeskunde, aangezien deze disciplines nauw bij elkaar aansluiten; overwegende echter dat enerzijds het ministerieel besluit betreffende de gerechtelijke geneeskunde reeds gepubliceerd is en dat anderzijds de verzekerings- en expertisegeneeskunde een discipline is die de laatste jaren enorm is gegroeid, dat er dus reden toe is om deze discipline snel te erkennen zodat ze in alle transparantie en in alle veiligheid zou kunnen worden uitgeoefend, en dat dit besluit de mogelijkheid niet uitsluit om in de toekomst een gemeenschappelijke specialiteit te overwegen;

Gelet op het advies 41.056/3 van de Raad van State, gegeven op 17 oktober 2006,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Definities

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° verzekeringsgeneeskunde : de tak van de sociale geneeskunde die betrekkning heeft op de evaluatie van gezondheidsschade, de terugbetaling van de gezondheidszorg, de medisch-sociale controle, de sociaalprofessionele revalidatie, de problemen van organisatie van de geneeskunde en de preventie van gezondheidsschade in het kader van private verzekeringen en de sociale wetgeving, in het bijzonder in het kader van het socialezekerheidsstelsel;

2° medische expertise : een onafhankelijk medisch onderzoek op vraag van een gerechtelijke instantie of van één of meerdere partijen met de bedoeling een of meerdere van de volgende parameters te beoordelen :

a) de lichamelijke schade;

b) de noodzaak en de duur van een medische behandeling;

c) de toepassing van de medische criteria in het kader van de sociale wetgeving, het burgerlijk recht of een verzekeringspolis.

HOOFDSTUK II. - Erkenningscriteria

Art. 2. Op voorwaarde dat hij voldoet aan de criteria bepaald in artikel 3, kan erkend worden als geneesheer-specialist in de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise :

1° de houder van het wettelijk diploma bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, die, op het ogenblik dat hij de opleiding bedoeld in artikel 3 aanvat, het bewijs levert van minstens twee jaar klinische ervaring;

2° de huisarts of de geneesheer-specialist, houder van één van de bijzondere beroepstitels bedoeld in het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde.

Art. 3. § 1. De in artikel 2 bedoelde personen moeten, om te worden erkend voor het voeren van de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise een opleiding van ten minste twee jaar gevolgd hebben die aan de volgende criteria voldoet :

1° een specifieke opleiding op universitair niveau gevolgd hebben, die minstens overeenstemt met twee jaar voltijdse opleiding en die minstens betrekking heeft op de volgende materies :

a) de medische evaluatie van lichamelijke schade;

b) medische en juridische aspecten van de verzekeringsgeneeskunde binnen de sociale verzekeringsstelsels;

c) medische en juridische aspecten van de verzekeringsgeneeskunde binnen de private verzekeringsstelsels met inbegrip van de medische expertise;

d) professionele en extraprofessionele revalidatie en rehabilitatie;

e) kwantitatieve methodes in de verzekeringsgeneeskunde;

f) deontologie en ethiek van de verzekeringsgeneeskunde en medische expertise;

2° gedurende een periode gelijk aan minstens één jaar voltijds, een stage in één of meerdere erkende stagediensten gevolgd hebben;

3° een origineel wetenschappelijk werk met betrekking tot de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise gepubliceerd hebben of voor een examencommissie van specialisten voorgesteld hebben.

§ 2. Voor de artsen bedoeld in artikel 2, 2°, mag de stage bedoeld in § 1, 2°, gevolgd worden tijdens de opleiding als geneesheer-specialist in één van de disciplines vermeld in artikel 1 van het voornoemde koninklijk besluit van 25 november 1991.

HOOFDSTUK III. - Criteria voor het behoud van de erkenning

Art. 4. Om erkend te blijven, levert de geneesheer-specialist in de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise minstens om de vijf jaar het bewijs dat hij zijn kennis op het gebied van de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise onderhoudt en ontwikkelt door middel van permanente vorming van gemiddeld twintig uren per jaar of dat hij meewerkt aan wetenschappelijke publicaties van een passend niveau die betrekking hebben op de verzekeringsgeneeskunde en de expertisegeneeskunde.

In afwijking van artikel 4, § 1, van het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten kan de erkende geneesheer-specialist in de verzekeringsgeneeskunde en medische expertise ook houder zijn van een van de bijzondere beroepstitels voorzien in artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde.

HOOFDSTUK IV. - Erkenningscriteria

voor stagediensten en stagemeesters

Art. 5. Als stagedienst in de zin van artikel 3, 2° kan erkend worden de medische directie van een sociale of private verzekeringsinstelling, of een groepspraktijk van minstens twee geneesheren-specialisten in de verzekeringsgeneeskunde en medische expertise wier essentiële activiteit bestaat in de uitoefening van de verzekeringsgeneeskunde en de expertisegeneeskunde.

De stagemeester is een erkende geneesheer-specialist in de verzekeringsgeneeskunde en medische expertise die voltijds werkzaam is in de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise.

HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen

Art. 6. Gedurende twee jaar vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit kan erkend worden als geneesheer-specialist in de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise, de geneesheer die algemeen bekend staat als bekwaam in de verzekeringsgeneeskunde en de medische expertise en die het bewijs levert dat hij, met een voldoende kennis sedert ten minste vijf jaar, na het behalen van zijn diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of van het diploma van arts, deze discipline op een substantiële en belangrijke manier uitoefent. Hij dient daartoe binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag in te dienen. Het bewijs dat hij algemeen bekend staat als bekwaam, kan geleverd worden door o.a. persoonlijke publicaties, een verklaring van erkende specialisten met wie hij geregeld heeft samengewerkt, zijn deelname aan nationale en internationale congressen, aan wetenschappelijke vergaderingen m.b.t. verzekeringsgeneeskunde of medische expertise.

Gedurende één jaar vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, kan een stageperiode of een periode van theoretische opleiding in de materies opgesomd onder punt 1° van artikel 3, die vóór deze datum aangevat en eventueel beëindigd is, in aanmerking worden genomen voor de in artikel 3 bedoelde erkenning.

Art. 7. De acht jaar anciënniteit van de stagemeester bedoeld in artikel 5, 2, van het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten is slechts vereist vanaf negen jaar na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit.

Brussel, 22 januari 2007.

R. DEMOTTE




2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: