Open brief Artsenkrant i.v.m. zachte echelonnering
ASGB-bericht2007.051/Open brief Artsenkrant i.v.m. zachte echelonnering - 20 maart 2007
Geachte Collega,
N.a.v. de uitlatingen van Dr. Moens aan ons adres i.v.m. de zachte echelonnering werd vandaag deze open brief aan de redactie van Artsenkrant bezorgd.
met collegiale groeten, Dr. Robert Rutsaert
In recente nummers van AK zijn de redactie en de Bvas i.v.m. de zachte echelonnering goed op dreef: "het ASGB gaat overstag; eigen schuld dikke bult, Kartelvertegenwoordigers in zak en as, klotenbriefje, zelfvernedering kent geen limieten, masochisten, naïevelingen, verraders, ..."
Het gebruik van deze termen bij de beoordeling van dit nieuw initiatief wijst allicht op een gebrek aan rationele argumenten. Dr. Moens overtreft zichzelf door het debat tot dergelijk niveau op te tillen.
Het ASGB hoeft helemaal niet overstag te gaan. Van in het begin hebben ook wij gewezen op een aantal praktische bezwaren bij de uitwerking, zonder daarom zoals de Bvas het ganse project te verketteren. Nog voor het dossier op de medicomut kwam hebben wij een aantal van deze problemen gemeld aan kabinetsleden van minister Demotte. In de medicomut zelf is Dr. Moens zodanig tekeer gegaan tegen het concept zelf dat er geen ruimte meer was voor een ernstige discussie over de uitwerking. Het is bovendien redelijk hilarisch om degenen die ons de huidige accreditering als alternatief voor fidelisering bezorgd hebben, te horen pleiten voor administratieve vereenvoudiging.
Laat er geen misverstand over bestaan: de al bij al relatief beperkte administratieve problemen zijn slechts een alibi om het principe van de echelonnering opnieuw in de kiem te smoren. Wat kan er tegen zijn om een patiënt die op verzoek van zijn huisarts een specialist consulteert niet langer te bestraffen met de betaling van twee (volledige) remgelden? De
specialisten van het Kartel zien daarin geen broodroof, geen beperking van hun activiteit, geen reden tot oorlog met de huisartsen. Een remgeld dient o.i. om onterechte zorg enigszins te ontmoedigen. Het mag niet dienen om terechte zorg af te remmen. Het mag dus ook verlaagd of afgeschaft worden om gewenst gedrag aan te moedigen. Het is bedroevend dat het meerderheidsyndicaat zo weinig begrip heeft voor een extra stimulus tot kwaliteitsvolle samenwerking rond de patiënt; zo vervreemd is van wat leeft bij de huisartsen, bij vele specialisten en bij de ziekenfondsen en het beleid. Naïef, masochist? De termen zijn misschien beter van toepassing op die huisartsen die tegen beter weten in de Bvas blijven achterna lopen.
Maar goed, laat maar roepen, de karavaan trekt verder. Het Kartel in zak en as? Niets is minder waar. We zijn zeer tevreden en voelen ons gesterkt omdat ons programma stapsgewijs maar zeker wordt uitgevoerd: GMD, EMD,
opwaardering intellectuele akten, beschikbaarheidshonorarium, starterspremie, praktijkondersteuning, zorgtrajecten. Niet mét maar ondanks de tegenwerking van de Bvas ("GMD over mijn lijk", weet u nog?)
Een aanpassing van de layout van het verwijsdocument zoals wij hebben voorgesteld, en de integratie ervan in een EMD kunnen de administratieve overlast tot een minimum beperken. Zoals reeds gemeld vinden wij het ook een goed idee om de verwijzing te laten noteren op het getuigschrift van de huisarts. Alleen lijken het Riziv en de ziekenfondsen dit een onoverkomelijk probleem te vinden.
De uitbreiding van het aantal specialistische disciplines dat voor de zachte echelonnering in aanmerking komt en de verdere reductie van het remgeld kunnen waarschijnlijk overwogen worden zodra enigszins duidelijk is hoeveel verwijzingen er jaarlijks precies gebeuren.
Dr. Robert Rutsaert - ASGB