Persmededeling: gepercipieerd artsentekort
PERSMEDEDELING - 28 april 2008 ' GEPERCIPIEERD ARTSENTEKORT'
Naar aanleiding van de recente voorstellen van minister Onkelinx om de toegang tot het artsenberoep te versoepelen, wenst het ASGB er op te wijzen dat er helemaal geen artsentekort is in België en er ook niet direct een te verwachten is.
Onze artsendichtheid is nog steeds een van de hoogste ter wereld samen met Italië en Griekenland. Er zijn meer dan 40.000 artsen, die weliswaar niet allemaal in de curatieve sector werkzaam zijn. Er zijn 15.000-20.000 algemeen geneeskundigen waarvan 10.000 geaccrediteerde huisartsen die 98% van alle huisartsenprestaties uitvoeren.
Voor een populatie van 10 miljoen inwoners betekent dit gemiddelde praktijken van 1000 patiënten. In Nederland is dit 2000-3000.
In de medische pers kon men onlangs lezen hoeveel huisartsenpraktijken niet rendabel zijn (bij gebrek aan werk). Het huidige contingent van de huisartsen raakt overigens niet eens bij benadering opgevuld, wat voor zin heeft het dan op dit nu uit te breiden? En dan wordt nog niet gesproken over het eventueel verschuiven van taken naar praktijkassistenten of verpleegkundigen.
Er zijn selectieve tekorten in bepaalde disciplines bv. urgentiegeneeskunde, geriatrie, kinderpsychiatrie. Dit is te wijten aan de slechte werkomstandigheden, honorering of de wachtbelasting; bv. 1/4de van alle Vlaamse kinderpsychiaters is uitgeweken naar Nederland. Intussen zijn er in de kinderpsychiatrie wachtlijsten tot 6 maanden. Er zijn in België meer pediaters dan in Nederland maar de vele (vrouwelijke) pediaters verkiezen een privépraktijk zonder wachtdiensten, terwijl er in de ziekenhuizen een tekort is.
Deze problemen kan men nooit oplossen door meer artsen te produceren; als
ze steeds voor andere disciplines blijven kiezen geraken deze selectieve tekorten niet opgevuld.
De Planningscommissie heeft bij de vaststelling van het contingent steeds rekening gehouden met de vervrouwelijking van het beroep en de wens van de jongere generatie om minder uren per week te werken. Dat argument is dus niet van tel. Ze kon evenwel geen rekening houden met de uitstroom uit het beroep. Zo zijn bv. de laatste jaren nogal wat huisartsen vertrokken naar Nederland. Die uitstroom lijkt echter inmiddels gestopt en er blijken zelfs een aantal artsen uit het buitenland terug te keren, o.m. omdat de laatste 4-5 jaar de honoraria in de huisartsgeneeskunde toch fors werden opgewaardeerd. Het lijkt logisch dat de artsen die voortijdig uit het beroep stappen of hun opleiding opgeven in het contingent zouden kunnen
vervangen worden.
Het verhaal van de tekorten komt steevast vanuit de (Franstalige) universitaire ziekenhuizen die mordicus meer goedkope arbeidskrachten willen kunnen aanwerven, ongeacht wat er later mee gebeurt.
In sommige Brusselse ziekenhuizen worden nu talrijke buitenlandse artsen in opleiding aangeworven, buiten het contingent. Dat is unfair t.o.v. onze eigen studenten en hiervoor moet zo snel mogelijk een oplossing gezocht worden.
Het verhaal van mevr. Deliège kan gemakkelijk doorprikt worden door haar eigen statistieken: in Franstalig België zal er binnen 10-15 jaar bij gelijke contingentering inderdaad eindelijk een daling van het aantal artsen optreden maar op dat ogenblik zal men er op hetzelfde aantal zitten als Vlaanderen vandaag! Een echt tekort is dus zeker niet voor morgen.
Intussen zijn zowel in Vlaanderen als in Wallonië meer artsen afgestudeerd dan het contingent voorzag. In Wallonië omdat men steeds geweigerd heeft om enig instroombeperking te voorzien. In Vlaanderen omdat het aantal geslaagden in het ingangsexamen nooit echt in overeenstemming gebracht is met het voorziene contingent. Het zou inderdaad een zeer drastische ingreep zijn om deze artsen na 7 jaar studie nu niet tot het beroep toe te laten. In de kinesitherapie heeft men dit nochtans wel gedaan. Al van in de tijd dat minister De Galan minister ven Sociale Zaken was, vroegen we hoe een en ander zou worden toegepast maar daarop hebben we nooit een antwoord gekregen.
Het ASGB is van mening dat indien het overtal aan artsen nu ‘geregulariseerd' wordt dit overtal in de jaren nadien moet gecompenseerd worden; in geen geval kan het argument voor de regularisatie zijn dat er een dreigend artsentekort is. Om nieuwe overtallen te vermijden moet het aantal geslaagden voor het ingangsexamen in overeenstemming gebracht worden met het voorziene contingent 7 jaar later conform het voorstel van de voorzitter van de Vlaamse examencommissie.
Dr. Robert Rutsaert, ASGB