Impulseo II, open brief aan Artsenkrant

ASGB-BERICHT 2008.091

Geachte Collega,


Naar aanleiding van de zoveelste poging tot desinformatie door de hoofdredacteur van Artsenkrant verstuurde ik deze open brief.



met collegiale groeten, Robert Rutsaert



Geachte Heer Backx,



In AK 1916 van 6 mei ll. betreurt u dat solowerkende huisartsen niet in aanmerking komen voor de Impulseo II subsidie. Wij zijn het daarmee eens.

Minister Demotte zag dit tweede luik van het Impulsfonds uitsluitend als een ondersteuning van groepspraktijken onder één dak. Hij werd hierin uitdrukkelijk gesteund door de heer Justaert. Zowel schriftelijk als persoonlijk heeft het ASGB meerdere contacten gehad met de kabinetsleden Witmeur en Perl, evenals met de voorzitter van het Intermutualistisch College. We hebben hen kunnen overtuigen dat HOED-praktijken niet altijd en overal enigzaligmakend zijn. Uiteindelijk gingen zij er mee akkoord om de criteria aan te passen en kwamen ook andere samenwerkingsverbanden in aanmerking. De criteria zijn daarmee zo versoepeld dat in principe zowat elke huisarts toch van deze subsidie moet kunnen genieten. Bovendien is het vandaag in tegenstelling met wat u schrijft (nog) niet verplicht om elkaars dossiers elektronisch te kunnen consulteren; de Koning moet daarvoor eerst nog een datum vastleggen (art. 4,§3 van het ontwerp KB). Overigens: het is

nu al mogelijk om elkaars dossiers in te kijken en eventueel te bewerken.

Men moet daarvoor alleen een server installeren bij één van de huisartsen van het netwerk. Dat raadplegen van de dossiers kan tegenwoordig ook van bij de patiënt thuis. Dat alles heeft natuurlijk een prijs. Daarom ook dat het Kartel ASGB/GBO bij elke onderhandeling bijkomende ondersteuning vraagt voor het gebruik van informaticatoepassingen.

U stelt verder dat de overheid er vanuit 'bepaalde academische en syndicale hoek' toe geïnspireerd wordt om solisten als tweederangs te beschouwen. Het was misschien iets moediger geweest om meteen man en paard te noemen in plaats van u te beperken tot vage insinuaties. Zelf ken ik geen syndicaten, representatieve of andere, die de solowerkende huisarts zouden willen elimineren. Echter, voortgaande op vroegere insinuaties en uw aversie voor het ASGB kennende, zou het toch wel mogelijk zijn dat u ons hiermee viseerde. In dat geval kan dat alleen berusten op slechte achtergrondkennis (cfr. supra) of op opzettelijke desinformatie. We zouden ook wel goed gek zijn: bij de gevestigde huisartsen zijn de solisten nog ruim in de meerderheid; zowel de vorige als de huidige voorzitter van onze

huisartsenvleugel zijn solowerkende huisartsen, net zoals de voorzitter van het Kartel. Erg geloofwaardige insinuatie dus. U zou normaliter ook kunnen of moeten weten dat tijdens de onderhandelingen van het lopende akkoord het Kartel, en alleen het Kartel, geijverd heeft voor een praktijktoelage voor à lle echte huisartsen. Toegegeven, het bedrag is nog te laag, ook al staan er nu geen verplichte facturen tegenover. Daarom gaan we binnen enkele weken, bij de behoeftenraming voor 2009, al een beduidende verhoging vragen.

Maar  we mogen ook niet ziende blind zijn. Voor de jongere generatie huisartsen is het samenwerkingsmodel vanzelfsprekend geworden. Toen een vijftal jaar geleden een jonge huisarts in Antwerpen-centrum een solopraktijk begon vond Artsenkrant dit dermate uitzonderlijk dat er een uitgebreid artikel aan besteed werd. Dat was lang voor Impulseo II. Het is dus normaal en terecht dat de professoren huisartsgeneeskunde hun studenten op dit model voorbereiden en dat syndicaten die de toekomst van de huisartsgeneeskunde willen vrijwaren hiermee rekening houden.



Dr. Robert Rutsaert - Voorzitter ASGB



Artsenkrant 1916, 6 mei 2008



Impulseo II discrimineert solohuisarts



Voor Impulseo II, het tweede luik van het Impulsfonds, is 6,6 miljoen euro beschikbaar. Maar de geldkraan blijft dicht voor solohuisartsen. Alleen wie in duo of groep samenwerkt, mag langs de kassa passeren. Impulseo II dreigt dan ook een splijtzwam te worden.



Voor het ontwerp van KB dat het tweede luik van het Impulsfonds regelt, zette de ministerraad het licht al op groen. Het is nu alleen nog wachten op publicatie in het Staatsblad. Dat is wellicht het startsignaal voor een reeks juridische procedures en mogelijk ook een petitie-actie.



Dat mag niet verbazen want Impulseo II is in hoge mate discriminatoir voor de 70% solowerkende (en stilaan moegetergde) huisartsen in dit land. Alleen als twee of meer huisartsen samenwerken en daarvoor een administratieve kracht aanwerven, komt de overheid tussen in de personeelskosten.



6,6 miljoen euro

Op jaarbasis staat er 6,6 miljoen euro opzij. Duopraktijken met minstens 500 GMD's die een personeelslid halftijds tewerkstellen, kunnen aanspraak

maken op 8.250 euro. Volgens het Riziv gaat het om 376 van de naar schatting 643 bestaande duopraktijken.



De volle pot van 16.500 euro is alleen weggelegd voor groepspraktijken van minstens drie huisartsen, met 1.000 GMD's en een voltijdse praktijkhulp.

Het Riziv raamt dat 179 van de naar schatting 250 groepspraktijken voor de volle schijf in aanmerking komen. De resterende 71 hebben uitzicht op 8.250 euro.



Alleen 'groeperingen' van erkende huisartsen met een schriftelijk samenwerkingsakkoord komen in aanmerking. Ze hoeven niet onder één dak te werken, maar wel in dezelfde wachtzone. Elke arts moet 'in real time' kunnen beschikken over het dossier van alle patiënten van de praktijk.



Het mag dan misschien niet meteen het grote manna zijn, een te versmaden habbekrats is Impulseo II evenmin. Waarom solisten geen evenredige praktijkcheque van pakweg 4.000 euro op hun gangmat zullen vinden, is beleidsmatig moeilijk hard te maken, tenzij door louter ideologische overwegingen.



Er is nog steeds geen onomstootbaar bewijs dat duo- of groepspraktijken beter zouden presteren dan een soloarts. Als het Laurette Onkelinx erom te doen is huisartsgeneeskunde weer aantrekkelijk te maken, waarom dan bepaalde praktijkvormen favoriseren ten koste van andere? Dat werkt als een splijtzwam en zet de ene groep op tegen de andere: solisten tegen groepen en oudere collega's tegen jongere.



Tweederangs

Dat de overheid solisten als tweederangs beschouwt, mag niet verbazen. Uit een bepaalde academische en syndicale hoek weerklinkt tot vervelens toe hetzelfde refrein: het solomodel is achterhaald en ten dode opgeschreven. Verblind door eigen etatisme zien ze de solopraktijken als een reliek van een verwerpelijk soort liberale geneeskunde van de oude stempel.



De kliekvorming met socialistische kabinetten doet de rest. Samen controleren ze de geldstromen. Het refrein dat de soloarts een archaïsme is, klinkt nu al zo lang dat het een selffulfilling prophecy is geworden. Haast geen enkele jonge huisarts durft het er nog alleen op te wagen.

Waarom acht de overheid het nodig om die trend nog eens extra te versterken door selectieve geldstromen?



Precedent

De soloartsen, een brede basis zonder echte inspraak, ondergaan de kwetsende retoriek al langer, maar nu treft het systeem hen ook in hun portemonnee. Een ongelijke behandeling van praktijkvormen schept een precedent, vrezen ze.

 

Er is niets op tegen dat duo's of groepen een compensatie krijgen voor de wurgende administratie. Integendeel, het is hen gegund. Er is wel iets op tegen als soloartsen, die toch ook GMD's beheren, diezelfde compensatie niet gegund wordt. Dat heet namelijk discriminatie.



                                                                Peter Backx

                                               peter.backx@be.cmpmedica.com


















2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: