Remgeldvermindering kinderpsychiatrie
Geachte Collega,
In het BS van 30/5/2008 verscheen eindelijk het KB waarmee de remgelden op de prestaties,
- 109401 : Uitgebreide en individuele psychiatrische evaluatie van een kind of jongere van minder dan 18 jaar, met een minimumduur van 120 minuten, door een geaccrediteerde geneesheer-specialist in de psychiatrie, op voorschrift van de behandelende geneesheer, met dossieropmaak en verslag, per zitting
- 109675 : Psychotherapeutische behandeling van een kind of jongere van minder dan 18 jaar door de geaccrediteerde geneesheer-specialist in de psychiatrie, met een minimumduur van 60 minuten, via mediatietherapie in aanwezigheid en met medewerking van één of meerdere volwassenen, die instaan voor de opvoeding en de dagelijkse begeleiding en wiens na(a)m(en) vermeld staan in het schriftelijke verslag per psychotherapeutische zitting, verminderd wordt.
Door de forse opwaardering van deze prestaties was het remgeld evenredig toegenomen tot een voor sociaal zwakkere gezinnen te hoog niveau. We hebben bijna 1,5 jaar geleden minister Demotte gevraagd om dit te corrigeren. Door de aanslepende regeringsvorming is het dossier allicht ondergesneeuwd geraakt. Na onze hernieuwde vraag in de NCGZ heeft minister Onkelinx er nu eindelijk werk van gemaakt.
met collegiale groeten, het ASGB-bestuur
Publicatie: 2008-05-30
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
18 MEI 2008. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 37, § 1, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, het koninklijk besluit van 16 april 1997 en de wetten van 24 december 1999, 22 augustus 2002, 27 december 2006, 26 maart 2007 en 21 december 2007;
Gelet op het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen, inzonderheid op artikel 7quater, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 juni 1986 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 december 1987, 7 augustus 1995, 1 mei 2006 en 10 juni 2006;
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 6 juni 2007;
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gegeven op 25 juni 2007;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 8 februari 2008;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 10 maart 2008;
Gelet op het advies nr. 44.322/1 van de Raad van State, gegeven op 17 april 2008, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Artikel 7quater van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 30 juni 1986 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 december 1987, 7 augustus 1995, 1 mei 2006 en 10 juni 2006, wordt aangevuld met het volgende lid :
« Het persoonlijk aandeel van de rechthebbende in het honorarium voor de verstrekkingen 109410 en 109675 wordt evenwel beperkt tot 8,68 euro. Voor de rechthebbenden op de verhoogde verzekerings-tegemoetkoming bedoeld in artikel 37, §§ 1 en 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt dat persoonlijk aandeel beperkt tot 4,34 euro. »
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 18 mei 2008.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Mevr. L. ONKELINX