Akkoord 2009-2010, punt 6
6. GENEESMIDDELEN
De NCGZ heeft kennis genomen van de beslissing van de Algemene Raad van 13 oktober 2008 om voor 2009 concrete voorschrijfdoelstellingen te formuleren op het vlak van de « minder dure » geneesmiddelen. Hierbij werd de NCGZ uitgenodigd om eventuele alternatieve voorstellen te formuleren, waarbij – in ieder geval – een besparing van 42,5 miljoen euro moet worden gerealiseerd.
De NCGZ is ervan overtuigd dat een verdere optimalisering van een rationeel gebruik van geneesmiddelen moet worden bevorderd, waarbij zowel aandacht besteed wordt aan de financiële toegankelijkheid voor de patiënt als aan de noodzakelijke kwaliteit van de zorgen.
Vanuit dit perspectief wenst de NCGZ in plaats van de door de Algemene Raad voorgestelde voorschrijfpercentages, een geheel van maatregelen en acties ten aanzien van alle voorschrijvende artsen te nemen die de beoogde doelstelling realiseren vanuit drie invalshoeken:
a. het bevorderen van het voorschrijven bij een startbehandeling van de minst dure molecules.
De NCGZ stelt vast dat het aandeel van de minder dure geneesmiddelen thans 42 % van het totaal aantal betrokken DDD bedraagt. De NCGZ verbindt er zich toe om het betrokken aandeel te verhogen.
Teneinde op dit vlak verdere stappen te zetten, waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van de zorgen of aan de therapeutische noodwendigheden, stelt de NCGZ voor om zich in de eerste plaats toe te spitsen op startbehandelingen, ongeacht of deze door een huisarts of geneesheer-specialist worden geïnitieerd. Op deze wijze wordt vermeden dat bestaande behandelingen zouden moeten worden gewijzigd.
De artsen die toetreden tot dit akkoord verbinden zich ertoe om vanaf 1 januari 2009 bij het opstarten van een behandeling met een farmaceutische specialiteit behorend tot volgende 6 groepen:
· PPI (AO2BC)
· ACE-inhibitoren en sartanen (CO9)
· Statines (C10AA)
· Fluconazole en Itraconazole (JO2AC)
· NSAID (MO1A)
· SSRI (NO6AB)
in beginsel en in ten minste 8 op 10 van de gevallen te starten met een van de minst dure molecules van een groep (zie bijlage 1) voor zover hiervoor geen tegenindicatie bestaat en dat de therapeutische doeleinden worden bereikt. Hierbij worden bij voorrang die specialiteiten aanbevolen waarvoor geen supplementen ten laste van de patiënten kunnen worden aangerekend of voorschriften onder vermelding van de stofnaam.
De artsen die toetreden tot het akkoord verbinden er zich eveneens toe om een van de minst dure molecules aan te bevelen aan hun collega’s huisartsen of specialisten met het oog op het starten van een behandeling met een farmaceutische specialiteit behorend tot een van de voornoemde zes groepen.
De NCGZ zal in de loop van het eerste trimester een individuele feedback organiseren. Bovendien belast de NCGZ de betrokken profielcommissies ermee een permanente monitoring te organiseren en nodigt zij de LOK’s uit om hierover het nodige overleg te plegen.
In de loop van het vierde trimester 2009 zal de NCGZ een eerste evaluatie uitvoeren. De NCGZ verbindt er zich toe bijkomende maatregelen te nemen indien de vooropgestelde doelstellingen niet of onvoldoende zouden worden bereikt.
b. het terugdringen van een onverantwoord hoog volume van voorgeschreven geneesmiddelen bij bepaalde zorgverstrekkers.
De NCGZ heeft kennis genomen van een analyse waarbij voor verschillende klassen geneesmiddelen de ratio werd berekend tussen de DDD van de klasse per patiënt in de leeftijdsgroep + 50 jaar. Hierbij werd vastgesteld dat voor de negen geselecteerde klassen vermeld in bijlage 2 ca 2.500 voorschrijvers in meer dan twee klassen en ca 1.400 voorschrijvers in meer dan drie klassen zich in het tiende deciel bevinden (P90).
De NCGZ stelt voor dat de betrokken profielcommissies de betrokken artsen zouden aanschrijven en hen uitnodigen de nodige verduidelijking te verschaffen.
De NCGZ verbindt er zich toe bijkomende maatregelen te nemen indien de vooropgestelde doelstellingen niet of onvoldoende zouden worden bereikt.
c. het ontwikkelen van initiatieven o.m. inzake therapietrouw, polymedicatie, en andere indicatoren.
De NCGZ belast het Comité voor de Evaluatie van de medische praktijk inzake geneesmiddelen ermee om een aantal indicatoren te ontwikkelen inzake kwalitiatief voorschrijven. Deze indicatoren hebben tot doel om op verschillende domeinen kwaliteitsacties op het getouw te zetten. Hierbij kunnen de analyses van het Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik als uitgangspunt worden gehanteerd.
Tevens zal de NCGZ het medisch farmaceutisch overleg opstarten, in samenwerking met de vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van apothekers. Dit medisch farmaceutisch overleg zal in de schoot van de LOK’s of kringen worden georganiseerd over problemen zoals therapietrouw, polymedicatie, de concrete toepassing van voorschrijven op stofnaam op lokaal niveau, het ontwikkelen van een medisch farmaceutisch dossier, de risicobewaking…. Dit overleg zal ondersteund worden door het RIZIV.
Het medisch farmaceutisch overleg zal begeleid worden door een stuurgroep samengesteld uit een gelijke vertegenwoordiging van artsen, apothekers en verzekeringsinstellingen. De NCGZ is van oordeel dat aan het gebruik van geneesmiddelen in ROB/RVT prioritaire aandacht moet worden besteed.
Commentaar:
Er moet dus minstens 42,5 miljoen bespaard worden door goedkoper voor te schrijven.
In plaats van het percentage verplichte goedkope voorschriften per discipline verder op te voeren werd een ander systeem uitgewerkt.
Dat bestaat uit drie onderdelen:
1/ het bevorderen van het voorschrijven bij een startbehandeling van de minst dure molecule.
Deze manke zin betekent dat men wil aanmoedigen dat iedere voorschrijver bij de start van een behandeling zou kiezen voor de minst dure molecule.
Daarvoor heeft men 6 groepen geneesmiddelen uitgekozen, die in bijlage 1 van het akkoord staan opgesomd.
Wat wordt er van ons verwacht?
Dat staat telkens in de laatste zin bij ieder punt in bijlage 1 van het akkoord.
Concreet:
1. als u een PPI voorschrijft, kies dan een omeprazole
2. kies een ACE-inhibitor i.p.v. een sartaan
3. als u een statine opstart, kies dan een simvastatine
4. kies itraconazole i.p.v. fluconazole
5. kies als NSAID een niet-coxib
6. kies als SSRI een sertraline
Tijdens de voorbereidende vergaderingen was er eerst nog sprake van een hoger aantal groepen, maar dat heeft het Kartel verworpen, omdat daarin
geneesmiddelen werden vergeleken, die onderling teveel verschillen of in de praktijk moeilijk te gebruiken zijn.
Verder staat er: “hierbij worden bij voorrang die specialiteiten aanbevolen waarvoor geen supplementen ten laste van de patiënten kunnen worden aangerekend of voorschriften onder vermelding van de stofnaam”. Dit betekent dat u uit een bepaalde groep een “goedkoop geneesmiddel” kiest en geen specialiteit, die zijn prijs nog niet heeft laten zakken tot
referentieniveau. U bent dus niet verplicht de allergoedkoopste PPI, ACE inhibitor ,simvastatine, etc., uit te zoeken. Het mag natuurlijk wel. Die kan u vinden in de brochure Memento-Farma van het Riziv of op de uitstekende website van het BCFI ( www.bcfi.be ). Als u geen zin hebt om zelf de goedkoopste molecule uit te kiezen, bv. omdat u vindt dat dat uw taak niet is, dan kunt u voorschrijven op stofnaam. De apotheker is verplicht om de goedkoopste molecule af te leveren, rekening houdend met het belang van de patiënt. Dat houdt in dat we kunnen vragen dat de apotheker steeds een generiek van hetzelfde merk zou meegeven, om verwarring bij de patiënt te voorkomen. Dit soort zaken moeten ter sprake komen tijdens het medisch farmaceutisch overleg. ( Een medisch farmaceutisch dossier zou daarbij kunnen helpen).
Dit alles dus om ons te stimuleren om simvastatine voor te schrijven i.p.v. Lipitor of Crestor, sertraline i.p.v. Sipralexa, etc.
Deze regels gelden voor alle artsen, dus bv. ook voor gastro-enterologen en cardiologen, die er zich bovendien toe verbinden om de minst dure molecule aan te bevelen aan hun collega’s huisartsen.
2/ het terugdringen van een onverantwoord hoog volume van voorgeschreven geneesmiddelen bij bepaalde zorgverstrekkers.
Het is natuurlijk een nobel streven om niet alleen het voorschrijven van goedkope geneesmiddelen te stimuleren, maar ook om iets te willen doen aan het totale volume aan voorgeschreven geneesmiddelen. Hier is enige voorzichtigheid echter toch wel geboden. Aan de ene kant zullen er door een beperkt aantal collega’s wel te gemakkelijk grote hoeveelheden hoog
gedoseerde geneesmiddelen worden voorgeschreven, maar onderbehandeling bestaat ook. Hier moet dus een evenwicht ontstaan tussen wat aan de ene kant als goed medisch handelen wordt aanzien en wat aan de andere kant echte overconsumptie kan worden genoemd. Het ASGB gaat dit nauwlettend op de voet volgen!
3/ het ontwikkelen van initiatieven o.m. inzake therapietrouw, polymedicatie, en andere indicatoren.
Hier kan men natuurlijk onmogelijk bezwaar tegen hebben.
Verder wordt dus het medisch farmaceutisch overleg nieuw leven ingeblazen.
Zoals hierboven al beschreven, kan dit o.a. dienen om tot afspraken te komen om aan een patiënt altijd een generiek van hetzelfde merk mee te geven, niet te substitueren, etc. Dit zal dan het argument kunnen ontkrachten dat het voorschrijven van generieken zou leiden tot meer vergissingen.