Nationaal akkoord 2009-2010, punt 8
8. PRAKTIJKONDERSTEUNING HUISARTSGENEESKUNDE
8.1 De jaarlijkse tegemoetkoming ter ondersteuning van de huisartspraktijk, toegekend aan erkende huisartsen die ingeschreven zijn in de wachtdienst, georganiseerd door de erkende huisartsenkring, en die een activiteitsdrempel bereiken van ten minste 1.250 raadplegingen en/of huisbezoeken per jaar, bedraagt voor het jaar 2009 1.043 euro.
Voor de toekenning van deze tegemoetkoming wordt rekening gehouden enerzijds met de activiteitsgegevens van het tweede jaar dat het jaar van toekenning voorafgaat – behoudens voor de erkende huisartsen tijdens de eerste vijf jaren van hun vestiging – ; anderzijds met de vaststelling dat voor het jaar van toekenning ten minste eenmaal een beschikbaarheidshonorarium werd toegekend of met melding van de inschrijving in de wachtdienst aan het Instituut. Indien evenwel de activiteitsgegevens van het tweede jaar dat het jaar van toekenning voorafgaat de drempel niet bereiken, wordt de gemiddelde activiteit over vijf jaar in aanmerking genomen.
Het bedrag van de toelage wordt vanaf 2010 jaarlijks aangepast aan de index op dezelfde wijze als de honoraria.
8.2. Impulsfonds voor de huisartsgeneeskunde
8.2.1. Bevordering van de installatie van huisartsen
De NCGZ zal op basis van haar evaluatie voorstellen formuleren voor het verfijnen van de bestaande regeling die in het kader van het Impulsfonds voor de huisartsgeneeskunde werd ontworpen ter bevordering van de installatie van recent erkende huisartsen enerzijds en van erkende huisartsen in zones die ressorteren onder het grootstedenbeleid of in zones met lage medische densiteit anderzijds.
8.2.2. Tussenkomst in het loon van een bediende die de huisarts bijstaat in de organisatie en het onthaal in zijn praktijk
8.2.2.1. De NCGZ zal op basis van artikel 36duodecies van de GVU-wet, ingevoegd door de wet van 24 juli 2008, een nieuw tussenkomstensysteem ontwerpen in de loonlast van bedienden die de huisartsen bijstaan in de administratieve organisatie en het onthaal in hun praktijk. De maximale jaarlijkse tussenkomst in de loonlast wordt berekend in functie van het aantal huisartsen waarvoor de bediende werkt, ongeacht of deze huisartsen alleen werken of in een groepering, de wekelijkse duur van de tewerkstelling en het aantal beheerde globaal medische dossiers (GMD). De NCGZ zal voor 31 maart 2009 advies uitbrengen over de concrete modaliteiten van dit tussenkomstensysteem en over de overgangsmaatregelen voor de huisartsen die voor het jaar 2007 reeds recht hadden op een tussenkomst in de loonlast van hun bediende.
8.2.2.2. De regeling zal uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2009 en betrekking hebben op de lonen die ten laste werden genomen vanaf 1 januari 2008.
8.2.3. Financiële ondersteuning van de huisartsen die gegevens uitwisselen in het raam van hun samenwerking
De NCGZ zal een systeem van financiële ondersteuning ontwikkelen voor de huisartsen die in uitvoering van een onderling samenwerkingsakkoord gegevens betreffende hun patiënten uitwisselen. De tussenkomst zal betrekking hebben op de installatie en ingebruikneming van informatica-materiaal enerzijds en op het functioneel gebruik ervan anderzijds.
Commentaar:
Het Kartel had een gevoelige verhoging gevraagd van de praktijkvergoeding,maar omdat een akkoord nu eenmaal een compromis is dat na onderhandelingen tot stand komt, is dat er spijtig genoeg niet van gekomen. Wel hebben we verkregen dat voor startende huisartsen de activiteitsdrempel van 1250 prestaties pas na vijf jaar moet worden bereikt. Ook voor wie enige tijd arbeidsongeschikt is geweest of een andere tegenslag heeft gekend, waardoor eens een jaar de drempel van 1250 prestaties niet gehaald wordt, wordt de regeling soepeler door de gemiddelde activiteit over vijf jaar in aanmerking te nemen.
Over Impulseo I wordt een werkgroep opgericht binnen de medicomut om een evaluatie te maken van de huidige regeling en de knelpunten in kaart te brengen. Het ASGB is vast van plan hier zeer actief aan deel te nemen en wij hebben al een enkele ideeën ontwikkeld om een aantal onlogische zaken, zoals die zich bv. voordoen bij nieuwe vestigingen in grote steden, weg te werken.
Een grote vernieuwing staat in punt 8.2.2. "Tussenkomst in het loon van een bediende die de huisarts bijstaat in de organisatie en het onthaal in zijn praktijk."
De voorgeschiedenis hiervan is u bekend. Via een Impulseofonds wou minister Demotte de installatie van en de samenwerking tussen huisartsen stimuleren.
Initieel was het zijn bedoeling om de premie voor samenwerking exclusief voor te behouden voor groepspraktijken onder één dak. Na overleg heeft hij onze argumentatie aanvaard en konden ook huisartsen in een netwerk (onder vrij soepele voorwaarden) hiervoor in aanmerking komen. Voor solowerkende huisartsen die niet in een netwerk wilden functioneren was initieel niets voorzien, o.a. precies omdat het om een samenwerkingsproject ging. In dit akkoord worden de zaken radicaal omgegooid. Uitgangspunt is nu dat iedere arts recht heeft op tussenkomst in de vergoeding van een administratieve kracht, of hij nu solo werkt of met meerdere collega's een administratieve kracht deelt. Er zal wel een minimum aantal GMD's worden geëist. Onderlinge gegevensuitwisseling is geen vereiste. Daarnaast zal er voor wie wel onderling gegevens wil uitwisselen een premie worden voorzien: een eerste maal om tussen te komen in de installatie van de vereiste informatica en de jaren nadien om die te onderhouden.
De praktijktoelage die in 2008 voor het eerst voorzien werd, wordt geïndexeerd.
Een en ander moet nog concreet worden uitgewerkt, vermoedelijk in de werkgroep huisartsen van de TGR. Hoe dan ook kan de personeelstoelage
retrograad worden toegekend.