SGB-Memorandum aan de nieuwe regering

ASGB-BERICHT

Het ASGB stelt met genoegen vast dat enkele belangrijke eisen door het ASGB gesteld aan de ontslagnemende regering een begin van realisatie hebben gekregen : herwaardering van de huisartsgeneeskunde, een schuchter begin van herijking van de erelonen, een minimale vorm van echelonnering.

Aan de nieuwe regering wordt het volgende memorandum geformuleerd.

Behoud van de groeivoet van 4,5 %

Het ASGB stelt dat de groeivoet van 4,5 % moet behouden blijven.

Zowel de vergrijzing als de talrijke nieuwe technologieën en geneesmiddelen vereisen een verdere toename van het budget. Tegelijkertijd stelt het ASGB dat de middelen efficiënter moeten aangewend worden.

Gemengde honorering

Het ASGB is geen voorstander van een volledige forfaitarisering en meent dat een gemengd honoreringssysteem de meeste garanties biedt voor een performante gezondheidszorg. Een gemengd systeem moet voldoende stimuli bevatten tot activiteit maar moet een rem inhouden om overbodige prestaties te verrichten.

Een verdere forfaitarisering in bepaalde sectoren zoals de medische beeldvorming is, naar analogie met de klinische biologie, wenselijk.

Met een meer gemengd honoreringssyteem kan de zo noodzakelijke verderzetting van de herijking van de erelonen ook beter gerealiseerd worden.

Teneinde de toegankelijkheid van de zorgen in de eerste lijn te vrijwaren en te verhogen stelt het ASGB voor om het forfaitair betaalsysteem, dat nu voornamelijk door de wijkgezondheidscentra wordt toegepast, uit te breiden voor elke huisarts voor behoeftige patiënten die hierom verzoeken.

3. Structurering van de gezondheidszorg

Het ASGB eist een verdere toepassing van het subsidiariteitsprincipe in de gezondheidszorg: elke zorgverlener moet zijn taak kunnen uitvoeren volgens zijn kennis en deskundigheid.

Nog al te veel zorgverleners functioneren onder hun niveau en verrichten taken die door een lager echelon even kwaliteitsvol kunnen uitgevoerd worden. Een sterkere samenwerking tussen de verschillende zorgverstrekkers, zowel tussen huisartsen en specialisten als tussen specialisten onderling, moet hieraan verhelpen.

Het globaal medisch dossier moet verder ontwikkeld, uitgebreid en ingevuld worden. De gunstige respons op het GMD van artsen en patiënten wijst erop dat deze jarenlange eis van het ASGB gerechtvaardigd was..

De nu ingevoerde zachte echelonnering moet verder uitgebreid worden.

Multidisciplinaire samenwerking dmv zorgtrajecten dient verder ontwikkeld te worden.

Ook tussen de tweede en de derde lijn moet een echelonnering voorzien worden.

Alle ziekenhuizen moeten voor identieke taken identiek worden vergoed. De specifieke situatie van de universitaire ziekenhuizen, waar naast de medische functie ook onderwijs en research worden verricht, noodzaakt een aangepaste financiering.

Tegelijk moet een gestructureerde samenwerking tussen preventie en curatie aangemoedigd worden omdat dit de kwaliteit van de zorg in zijn geheel verbetert en de middelen op een subsidiaire wijze aanwendt.

4. Inkomensbeleid voor artsen

Het ASGB eist een maatschappelijk verantwoord inkomen voor elke arts.

Daarbij moet rekening gehouden worden met de lange studieduur en korte beroepsloopbaan, het hoog beroepsrisico, het ontoereikend sociaal statuut,€Â¦

Een discussie over de supplementen in de ziekenhuizen kan slechts gevoerd worden op voorwaarde dat ze deel uitmaakt van een discussie over de totale financiering van het ziekenhuis (ligdag en nomenclatuur). Eenzijdige ingrepen ten behoeve van privé- en aanvullende verzekeraars dreigen het financieel evenwicht in de sector grondig te verstoren.

De reeds schuchtere pogingen tot herijking van de erelonen, moet verder gezet worden.

Medische aansprakelijkheid

Het ASGB eist dat de overheid maatregelen neemt inzake schadepreventie en klachtenbehandeling en transparantie.

Het ASGB pleit voor een solidarisering van de premies .

Het ASGB is gekant tegen het no-faultsysteem : de kostprijs ervan is onbekend en het systeem zet aan tot defensieve geneeskunde.

Het ASGB vraagt aan de toekomstige regering om de wet die het no-faultsysteem invoert, af te schaffen.

Conventiesysteem

Het ASGB pleit voor een behoud van het huidig verbintenissensysteem waarbij de artsen die er zich toe verbinden de overeengekomen tarieven te eerbiedigen, kunnen genieten van het RIZIV-sociaal statuut.

Het bedrag van het Riziv sociaal statuut dient beduidend te worden verhoogd voor volledig geconventioneerde artsen.

Het ASGB meent wel dat artsen die het akkoord onderschreven hebben , en gevestigd zijn in een regio waar er een meerderheid van de artsen de conventie verworpen heeft, recht hebben op een sociaal statuut, wat nu niet het geval is.

Bovendien wordt gesteld dat wanneer in een akkoord een datum wordt bepaald van inwerkingtreding van een tariefverhoging voor bepaalde prestaties, en deze tariefverhoging officieel nog niet op de voorziene datum kan worden toegepast, wegens administratieve vertraging, de artsen toch op de in het akkoord voorziene datum de tariefverhoging mogen toepassen.

7. Geneesmiddelensector

De uitgaven voor geneesmiddelen bleven in 2006 voor het eerst binnen het voorziene budget.

Meerdere factoren speelden daarbij een rol. Het vroegere invoeren van het systeem van de referentieprijzen en het verplichten van de artsen tot een percentage "goedkope" voorschriften, maakte dat veel geneesmiddelen, die buiten octrooi waren gekomen, in prijs daalden.

Het is vooral hierdoor dat het percentage "goedkope" geneesmiddelen ruimschoots gehaald werd binnen de meeste disciplines.

Dit heeft ook tot gevolg dat een groot aantal artsen de vertrouwde specialiteiten verder blijft voorschrijven en niet kijkt of er misschien een nog goedkoper generisch alternatief voor handen is.

Door meer generische middelen voor te schrijven kunnen nog veel besparingen worden gedaan.

Ook het systeem van aanbestedingen (kiwi) biedt mogelijkheden indien het op een serieuze manier wordt aangepakt.

Al dat soort maatregelen zal nodig zijn om te vermijden dat men rechtstreeks op een geneeskunde van 2 of meer snelheden afstevent, waarin dan alleen nog patiënten, die zich extra bij verzekerd hebben, van alle innovaties gebruik kunnen maken.

Die innovaties zijn natuurlijk lang niet altijd beter, maar ze zijn zeker altijd een stuk duurder.

De prijsstellingen door de firma's zijn zeer ondoorzichtig. Firma's schermen ook vaak met hun prijzen in het buitenland.

De huidige aanbodgestuurde markt van geneesmiddelen, zou moeten worden omgebogen in een vraaggestuurde. Als alles wat nieuw wordt aangeboden ook vergoed moet worden, zit men zeer snel in een systeem van privatisering.

Het ASGB vindt het normaal om een goede behandeling aan de laagst mogelijke prijs voor te schrijven

Het voorschrijven moet eenvoudiger:

- door meerdere verpakkingen van eenzelfde specialiteit op een voorschrift te mogen schrijven (die dan ook allemaal vergoed worden).

- door aanbevelingen in Hoofdstuk II kort en helder te houden

- door meer medicatie in Hoofdstuk II onder te brengen en Hoofdstuk IV voor zeldzamer medicatie voor te behouden

- door medicatie, die gebruikt wordt in het kader van zorgtrajecten, zonder attesten af te leveren

De artsen moeten goede feedback krijgen over hun voorschriften in Hoofdstuk II, zodat zij goed weten hoe hun profiel eruit ziet

De overheid moet stimuleren tot het voorschrijven van méér generieken. Door incentives en niet door met sancties te dreigen.

De overheid moet er op gewezen worden dat zij samen met haar Europese partners overgaat tot meer discussie met de farmaceutische industrie. Om de prijzen op Europees vlak transparanter te krijgen en om b.v. allerlei administratieve idiotieën uit de weg te ruimen, zoals het feit dat een medicament in het ene land andere officiële indicaties heeft dan in het andere, waardoor het af en toe quasi onmogelijk wordt om administratieve vereenvoudigingen door te voeren.

8. Toekomst voor de huisartsgeneeskunde

Het ASGB stelt dat in een systeem van kwaliteitsvolle en betaalbare gezondheidszorg, de huisarts een onmisbare schakel is. De beschikbare huisartsenquota worden momenteel niet ingevuld, niettegen-staande een meer huisartsgerichte opleiding aan de universiteiten. Er is dus een appreciatie-probleem bij de artsen.

De jonge arts wenst vaak liever een deelgebied van de geneeskunde volledig te beheersen, de specialist in het algemeen heeft nog steeds niet voldoende appreciatie voor de huisarts wat betreft zijn/haar medisch denken en kunnen.

De maatschappij in het algemeen wil specialisten, deskundigen, urgentisten, technische benadering. Het is moeilijk om als omnipracticus hier tegenop te boksen.

Het ASGB meent dat de inhoud van het huisartsenvak beter moet omlijnd worden zodat de bevolking  en de andere zorgverleners duidelijk weten waarvoor de huisarts aanspreekbaar is.

Hier is een taak weggelegd voor de wetenschappelijke vereniging om het dienstenpakket van de huisarts te formuleren.

Het ASGB meent dat de overheid alles in het werk moet stellen om de positie van de huisarts te vrijwaren. Door het beroep van huisarts aantrekkelijker te maken zodat vandaag voldoende jonge artsen kiezen voor het beroep van huisarts moet het dreigend tekort, dat anders massief zal zijn over tien jaar, afgewend worden.

Het beroep moet zowel organisatorisch, financieel als inhoudelijk aantrekkelijker worden gemaakt.

De tendens naar groepspraktijken zet zich door en moet ondersteund worden. Jonge collegae starten in een samenwerkingsverband, oudere solo werkende collegae maken netwerken. De voordelen zijn bekend: betere werkverdeling, efficiënter gebruik van lokalen en materiaal, goede scheiding tussen privé- en arbeidstijd en meer waarborgen dat de combinatie van beide haalbaar is.

Administratieve taken zullen nog toenemen en moeten worden opgevangen door een secretariaat. Het ASGB is de pleitbezorger voor de financiering van een praktijkassistente voor de huisarts.

Toekomstige huisartsen worden afgeschrikt door de vele uren beschikbaarheid, vooral 's avonds, waardoor een aanvaardbaar familiaal en sociaal leven ernstig bedreigd wordt. Dit negatieve aspect zal nog toenemen indien alle avondwerk verhoogd gehonoreerd zou worden. Er zal wel aan verholpen worden indien samenwerking gestimuleerd wordt door een verhoging te beperken tot avondprestaties in het kader van een georganiseerde wachtdienst.

Om de rol van de huisarts in de geestelijke gezondheidszorg te versterken , pleit het ASGB voor de invoering van een langdurige raadpleging (min. 30 minuten), niet cumuleerbaar met technische akten, en waarvan het aantal per jaar per huisarts een bepaald percentage niet mag overschrijden.

9. Communautarisering

Het ASGB pleit voor coherente bevoegdheidspakketten in de gezondheidszorgsector.

In afwachting van een communautarisering dienen er maatregelen genomen te worden die ertoe strekken dat elk ongerechtvaardigd verschil tussen de beide gemeenschappen weggewerkt wordt door de financieringstechnieken zo te formuleren dat misbruik of oneigenlijk gebruik onmogelijk zijn.

10. Ziekenhuiswetgeving

Programmering en financiering

Voor het ASGB is de ziekenhuiswet na twintig jaar aan een refresh toe.

Het ASGB meent dat afgestapt moet worden van een strikte programmering van diensten en toestellen.

Internationaal wordt aanvaard dat een ziekenhuis met 450 bedden, performant kan werken. Het moet dan wel de mogelijkheden hebben - zowel qua deskundigheden als qua apparatuur - om alle pathologieën te kunnen behandelen, met uitzondering van die pathologieën (vnl. transplantaties) die aan bijzondere expertisecentra dienen voorbehouden te worden. Deze lijst dient regelmatig te worden aangepast.Verdere programmering heeft bijgevolg geen zin.

Het ASGB stelt vast dat de ziekenhuizen nog steeds ondergefinancierd worden en dat de erelonen nog steeds al te veel gebruikt worden om putten te vullen. Een grondige herziening van artikel 140 ZHW is noodzakelijk.

Teneinde het werk in het ziekenhuis aantrekkelijker te maken voor de geneesheer-specialist én bij te dragen tot een verbetering van de kwaliteit van de zorg in het ziekenhuis door een grotere aanwezigheid van de specialist in het ziekenhuis, pleit het ASGB voor een hoger raadplegingstarief voor de ziekenhuisraadpleging. De kost van een ziekenhuisraadpleging is niet alleen hoger, ook de moeilijkheidsgraad van de diagnose/therapie is veelal groter.

Inzake registratie stelt het ASGB zich de vraag of financiering op basis van pathologiegegevens een voldoende garantie biedt voor een correcte financiering van de ziekenhuizen. Moeten de MPG niet mee verrekend worden bij de bepaling van het aantal verantwoorde bedden van een ziekenhuis?

De basis voor de registratie is onvoldoende representatief voor de bepaling van het BFM.

Nacht en WE supplement als registratieparameter voor spoed is veel te zwak.

De vrees bestaat ook dat de huidige registratie niet objectief gebeurt. Kunnen onafhankelijke registratoren, die roteren tussen de verschillende ziekenhuizen, geen oplossing bieden voor het probleem van mogelijke subjectiviteit? Hiermee wordt tegelijkertijd het probleem van de controle opgelost.

Het ASGB stelt ook voor om - in het kader van een betere opvang van kinderen met psychische stoornissen - een reconversie uit te voeren van E naar K-bedden.

De Medische Raad

Het ASGB stelt voor dat een Medische Raad niet drie maar vier jaar kan aanblijven.

Wel wordt voorgesteld dat de Medische Raad voor de punten waarvoor verzwaard advies geldt, verplicht is de AlgemeneVergadering van ziekenhuisgeneesheren te raadplegen. De afzettingsmogelijkheid door de algemene vergadering van de medische raad moet voorzien worden op voorstel van een twintigste van de leden en met een te nemen gekwalificeerde meerderheid, i.e. een twee derde meerderheid

Verder wenst het ASGB de werking van de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen te activeren door ondermeer te voorzien dat indien de Minister afwijkt van het advies van de Raad, hij dit moet motiveren.

De wetgeving inzake fusies van ziekenhuizen moet nog verder verfijnd worden.

Intercampusvervoer dient gefinancierd te worden.

Bepaalde taken in het ziekenhuis gebeuren nu zonder dat er financiering voor voorzien is.

(bv. transfusiecomité, medische raad, ...)

Corporate Governance

Ook inzake het bestuur van de ziekenhuizen dient er wetgevend werk te worden verricht. De principes van Corporate Governance dienen te worden geëxpliciteerd.

Een beheerder is geen leverancier noch rechtstreeks, noch onrechtstreeks van het ziekenhuis.

Er dient over gewaakt te worden dat er voldoende professionals van de zorg in de raad van bestuur aanwezig zijn.

Er dient voldoende expertise aanwezig te zijn op het gebied van zorg, ziekenhuisfinanciering, ....Er dient een voldoende aantal onafhankelijke bestuurders te zijn.Er is in elke raad van bestuur een auditcomité, een benoemings- en vergoedingscomité dat samen met een onafhankelijke expert de beheersbeslissingen voorbereidt.Jaarlijks doet de Raad van Bestuur verslag over de toepassing van de principes van deugdelijk bestuur over het afgelopen jaar.Dit verslag is ter inzage van de ondernemingsraad en de medische raad evenals van de bevoegde inspectie.

11. Aanbodsbeheersing

Inzake planning van het medisch aanbod is het ASGB van mening dat het systeem van toelatingsexamen en contingentering dient behouden te blijven. Het is een werkzaam instrument waarbij op basis van een zo correct mogelijke inschatting de noden en behoeften aan zorg moeten bepaald worden.

De quota dienen steeds te worden geactualiseerd, evenals de verhouding huisartsen/ geneesheren-specialisten.

Het ASGB stelt wel dat de contingentering alleen dient betrekking te hebben op artsen die hun activiteit in het kader van het Riziv zullen uitvoeren.

Artsen in de preventieve en administratieve sector dienen buiten het contingent te worden gehouden.

Bij de bepaling van de quota dient volgens het ASGB rekening te worden gehouden met een aantal elementen die zowel de zorgvraag als het zorgaanbod betreffen:

Voor de zorgvraag zijn dit :

* de huidig verleende zorg wordt als verantwoord beschouwd. Is dit zo? (over-, onderconsumptie?)

* men voorziet een toename van de zorg parallel met de veroudering van de bevolking

* hoe dient de vooruitgang in de diagnose en therapie verrekend?

* effect nieuwe preventiemogelijkheden (vb. rotavirusvaccin; vaccin HPV)

* migratie van patië«nten

Voor het zorgaanbod zijn dit:

* het juiste aantal actieve artsen is niet gekend, evenmin hun werkduur

* arbeidsduur (vervrouwelijking van het beroep, invloed op de mannelijke artsen?) en carrièreduur (generatiepact zou ons langer moeten doen werken, modellen houden rekening met een vervroeging van de pensioenleeftijd)

* echelonnering (ook met niet artsen: bv. Vroedvrouwen)

* praktijkorganisatie (vermindering huisbezoeken, groepspraktijken, administratieve ondersteuning,)

* administratieve vereenvoudiging (informatica)

* toegenomen mobiliteit van de zorgverstrekker:

- emigratie (Nederland, Frankrijk)

- immigratie (Oost Europa)

- remigratie (Nederland

12. Accreditering

Het ASGB stelt voor dat het accrediteringssysteem voor artsen aangepast wordt in die zin dat de rubriek 'economie en ethiek' wordt afgeschaft als afzonderlijke rubriek en dat per item een economisch en, indien van toepassing, ethisch aspect dient te worden opgenomen.

Verder zou elke arts per driejarige periode een aantal deelgebieden in zijn vakgebied moeten volgen. De NRKP zou voor elke discipline een aantal thema's kunnen bepalen die verplicht moeten worden behandeld in een periode.

13. Artsenvertegenwoordiging

Het ASGB pleit voor het behoud van de multidisciplinaire artsenvertegenwoordiging. Samenwerken tussen diverse specialismen is meer en meer een noodzaak en staat haaks op een versnipperde vertegenwoordiging per discipline of specialisme.

Het ASGB-bestuur.

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan:

2026.041

Launch event van boek “Breast Cancer, global quality care” op 13 juni 2026

 

Dit boek dat is gebaseerd op het werk van het International Congress of Breast Disease Centres, biedt een uitgebreid overzicht van hoe je, waar je ook woont, een borstkankercentrum kunt opzetten of verbeteren. 

Het is geschreven door een multidisciplinair team van meer dan 100 deskundigen uit 25 landen, waaronder Dr. Didier Verhoeven van AZ Klina.

2026.040

Symposium Medische Wereld op 9 mei 2026

 

Op zaterdag 9 mei vindt het 13de Symposium Medische Wereld plaats in Brussel.

De topics zijn: debat gezondheidszorg, ziekenhuishervorming, Keynote Alain Remue, Esthetische geneeskunde, levenseinde, masterclass communicatie, financiën, enz.

Ook vertegenwoordigers van ASGB/Kartel zullen present zijn.

Locatie : Faculteit Geneeskunde VUB, Laarbeeklaan 103, 1090 Jette
Tijdstip: 9 mei vanaf 9u30