Aanpassing erkenningsnormen oncologisch zorgprogramma borstkanker

2026.037

 

Op 2 april 2026 is een BVR (Besluit Vlaamse Regering) gepubliceerd dat de erkenningsnormen voor oncologische zorgprogramma's voor borstkanker (het KB van 26 april 2007) wijzigt.

Het komt erop neer dat centra een aantal nieuwe diagnoses moeten aantonen en een minimale aanwezigheid en activiteit van arts-specialisten moeten waarborgen.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het nieuwe BVR dat in voege treedt op 12 april 2026.

 

27 MAART 2026. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 2007 houdende vaststelling van de normen waaraan het coördinerend gespecialiseerd oncologisch zorgprogramma voor borstkanker en het geaffilieerd oncologisch zorgprogramma voor borstkanker moeten voldoen om te worden erkend, wat betreft de erkenningsvoorwaarden voor coördinerende en geaffilieerde borstklinieken

Artikel 1. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 26 april 2007 houdende vaststelling van de normen waaraan het coördinerend gespecialiseerd oncologisch zorgprogramma voor borstkanker en het geaffilieerd oncologisch zorgprogramma voor borstkanker moeten voldoen om te worden erkend, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 juni 2012, 15 december 2013 en 5 januari 2026 en de besluiten van de Vlaamse Regering van 25 januari 2019 en 15 november 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De aanvraag tot eerste erkenning bevat, op straffe van onontvankelijkheid, het bewijs, vermeld in paragraaf 4.";
2° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De aanvraag tot verlenging van de erkenning bevat, op straffe van onontvankelijkheid, het bewijs, vermeld in paragraaf 4.";
3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
"De aanvrager bewijst het aantal nieuwe diagnoses van borstkanker, vermeld in dit artikel, met het rapport dat de instantie die belast is met de verplichte kankerregistratie heeft bezorgd conform artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit van 21 maart 2003 houdende vaststelling van de normen waaraan het zorgprogramma voor oncologische basiszorg en het zorgprogramma voor oncologie moeten voldoen om te worden erkend.".

Art. 2. In artikel 24/2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 28 maart 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt de zinsnede "hetzij het jaar voor de aanvraag tot erkenning, hetzij" opgeheven;
2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De aanvraag tot eerste erkenning bevat, op straffe van onontvankelijkheid, het bewijs, vermeld in het zesde lid.";
3° in het derde lid worden de woorden "het laatste jaar of" opgeheven;
4° er worden een vijfde en een zesde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"De aanvraag tot verlenging van de erkenning bevat, op straffe van onontvankelijkheid, het bewijs, vermeld in het zesde lid.
De aanvrager bewijst het aantal nieuwe diagnoses van borstkanker, vermeld in dit artikel, met het rapport dat de instantie die belast is met de verplichte kankerregistratie heeft bezorgd conform artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit van 21 maart 2003 houdende vaststelling van de normen waaraan het zorgprogramma voor oncologische basiszorg en het zorgprogramma voor oncologie moeten voldoen om te worden erkend.".

Art. 3. In artikel 24/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 28 maart 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan de inleidende zin worden de woorden "van de volgende disciplines die zijn verbonden aan de geaffilieerde borstkliniek en die voldoen aan de volgende voorwaarden" toegevoegd;
2° aan punt 1° wordt de volgende zin toegevoegd:
"Die arts-specialisten besteden ten minste acht halve dagen per week in het ziekenhuis.";
3° aan punt 2° wordt de volgende zin toegevoegd:
"Die artsen-specialisten lezen of herlezen jaarlijks ten minste 1000 mammografieën die diagnostisch zijn of met het oogmerk tot screening zijn genomen.";
4° in punt 4° worden tussen het woord "oncologie" en het woord "die" de woorden "die ten minste acht halve dagen besteedt aan het ziekenhuis dat de coördinerende borstkliniek uitbaat en" ingevoegd.

Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de zorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 27 maart 2026.

 

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.

Breed consortium van huisartsen én praktijkondersteuners tegen afschaffing Impulseo

 

De aangekondigde afbouw van Impulseo blijft voor grote ongerustheid zorgen, niet alleen bij huisartsen, maar ook bij praktijkverpleegkundigen, praktijkmedewerkers en patiënten.

In die mate dat er een heus consortium ontstaan is dat niet alleen uit de drie artsensyndicaten (ASGB, VAS en AADM) bestaat maar ook uit Domus Medica, stuurgroep Kafka, de universitaire huisartsencentra, de opleidingscentra, enz.

2026.109

Vlaamse regering schrapt ook ‘Bewegen op verwijzing'

 

Het stond de vorige weken wat in de schaduw van de afschaffing van Impulseo maar de besparingsdrift van de Vlaamse regering heeft nog een slachtoffer gemaakt: de ondersteuning voor ‘Bewegen op verwijzing’ stopt vanaf 2027.

Al even onbegrijpelijk als Impulseo want deze formule had nu eens succes, … of is dat net de reden misschien?

Je hebt als verwijzende arts in principe niet de opdracht om de betrokken patiënten op de hoogte te brengen, die taak komt de begeleidende coaches toe.

2026.108

Update afschaffing Impulseo: blinde bespaardrift, aanvang nog niet gekend

 

De situatie rond de stopzetting van Impulseo is bijzonder zorgwekkend.

Niet alleen kwam het nieuws vorige week totaal onverwacht, het is ondertussen ook komen vast te staan dat het puur om een blinde besparing zonder enig alternatief gaat.

Bovendien, en dat is al helemaal niet te begrijpen, is er nog steeds geen duidelijkheid over de vraag vanaf wanneer men nu precies gaat afschaffen.