Aanpassing van de voorschriftvereisten voor verpleegkundige zorg
Op 24 september 2025 werd een KB gepubliceerd dat de nomenclatuur inzake verpleegkundige zorg aanpast.
Meer bepaald wordt voor bepaalde handelingen geschrapt dat er een voorschrift nodig is opdat de patiënt terugbetaling zou kunnen krijgen.
De reden voor deze schrapping is dat de WUG en een KB van 1990 voor deze handelingen ook geen voorschrift eist. Men aligneert met dit nieuwe KB dus enerzijds de regels over de uitoefening van het beroep en anderzijds de regels inzake de terugbetaling.
Daarnaast bepaalt het nieuwe KB dat wanneer een voorschrift wel vereist wordt, dat in bepaalde gevallen in eerste instantie mondeling ‘gemaakt’ kan worden, voor zover het daarna binnen de vijf dagen schriftelijk bevestigd wordt.
Met dit alles wil men de administratieve overlast een stukje verlichten.
Hierna vindt u de integrale tekst van het op 24 september gepubliceerde KB dat in werking treedt op 1 november 2025. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.
8 SEPTEMBER 2025. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 8 van de bijlage van het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 35, § 1, vijfde lid, en § 2, eerste lid, 1°, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1997, bekrachtigd bij de wet van 12 december 1997;
Gelet op het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
Gelet op het voorstel van de Overeenkomstencommissie verpleegkundigen-verzekeringsinstellingen, gegeven op 2 april 2025;
Gelet op het advies van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, gegeven op 3 april 2025;
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 23 april 2025;
Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 28 april 2025;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 5 juni 2025;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister voor Begroting, gegeven op 4 juli 2025 ;
Gelet op advies 77.998/2/V van de Raad van State, gegeven op 1 augustus 2025, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 8 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 april 2024, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° Paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
"De verstrekkingen die een voorschrift vereisen in het kader van de uitoefening van het beroep volgens de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen of het Koninklijk besluit van 18 juni 1990 houdende vaststelling van de lijst van de technische verpleegkundige verstrekkingen en de lijst van de handelingen die door een arts of een tandarts aan beoefenaars van de verpleegkunde kunnen worden toevertrouwd, alsmede de wijze van uitvoering van die verstrekkingen en handelingen en de kwalificatievereisten waaraan de beoefenaars van de verpleegkunde moeten voldoen, worden slechts vergoed indien ze door de bevoegde zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft zijn voorgeschreven.
De technische verpleegkundige verstrekkingen bedoeld in rubriek I, B van § 1, 1°, 2°, 3°, 3° bis, 3° ter en 4° en de specifieke verpleegkundige verstrekkingen bedoeld in rubriek III van § 1, 1°, 2°, 3°, 3° bis en 3° ter die een voorschrift vereisen kunnen in dringende gevallen worden uitgevoerd op basis van een mondeling geformuleerd medisch voorschrift, telefonisch, radiofonisch of via webcam meegedeeld door de in het eerste lid bedoelde de zorgverlener. De zorgverlener bevestigt zo spoedig mogelijk schriftelijk het voorschrift en dit ten laatste de vijfde dag volgend op de dag waarop het voorschrift mondeling is geformuleerd.
Dat voorschrift vermeldt de aard, het aantal en de frequentie van de te verlenen verstrekkingen. Het moet de nodige gegevens bevatten om de aangerekende verzorging te kunnen identificeren, en mag zich derhalve niet beperken tot een loutere vermelding van het betrokken nomenclatuurnummer.
Voorschriften inzake toedienen van geneesmiddelen en medicamenteuze oplossingen moeten bovendien de aard en de dosis van de toe te dienen produkten vermelden.
Voorschriften inzake toedienen van parenterale voeding of inzake toedienen van perfusies moeten bovendien het debiet en de hoeveelheid per 24 uur vermelden."
2° In § 4, 5° worden de woorden "vermeld op het voorschrift" opgeheven.
3° In § 8, 3° wordt de zin "- andere huidletsels die volgens de voorschrijvend arts een uitvoerige eenvoudige wondzorg rechtvaardigen." vervangen als volgt: "- andere huidaandoeningen die een behandeling met een specifieke huidzalf of ander geneeskrachtig product vereisen."
4° In § 8bis, 2de lid, wordt het woord "voorschrijvende" vervangen door het woord "behandelend".
5° In § 9, 3de lid, b), wordt het woord "voorschrijver" vervangen door het woord "behandelend arts".
6° In § 12, 4°, 1ste lid, worden de woorden "vermeld op het voorschrift" opgeheven.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. De minister bevoegd voor de Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Reactie toevoegen