In de kijker: meerkost ASO door CO (deels) gefinancierd door BFM

2025.056

 

De voorbije maanden werden we bij herhaling getroffen door de vaststelling dat collega’s er niet van op de hoogte zijn dat de meerkost van de collectieve overeenkomst voor de ASO, ten minste voor een stuk, gefinancierd wordt via het BFM.

Sedert 1/1/2022 wordt daarvoor immers structureel 30mijoen in het BFM geïntegreerd in het onderdeel B4. Met indexaties en een extra injectie van 6,7 miljoen i.v.m. een tegemoetkoming ingevolge de CO van 21/12/2023, is dat bedrag al opgelopen tot 42,8 miljoen.

Op 1/1/2024 werd het overgeheveld naar onderdeel B9.

Er zijn berichten dat in sommige ziekenhuizen deze tegemoetkoming al hoger ligt dan de reële meerkost. De FOD onderzoekt dit momenteel en binnen enkele weken zouden we daarover een overzicht krijgen.

Intussen is het evident dat u uw directie moet vragen welk aandeel uw stagedienst van dit voorziene bedrag krijgt toegewezen. 

In het akkoord 2021 hadden we daarvoor al een waarschuwing laten opnemen, zie hieronder.

Noteer ook dat dit bedrag volledig los staat van de maandelijkse stagemeestersvergoeding (van € 686,78 voor premiejaar 2024).

 

Akkoord 2021

3.6.1. De NCAZ bepleit een grondige aanpassing van de sociale rechten van de arts in opleiding. Ze juicht toe dat naar aanleiding van de financiële injectie die door de overheid werd verleend aan de ziekenhuissector een bijzondere inspanning werd voorzien voor de ASO. De NCAZ verzoekt de minister erop toe te zien dat de voor de ASO voorziene bedragen effectief aan hen worden toegekend.

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.

 

2026.046

Gewijzigde toepassingsregel in de klinische biologie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB gepubliceerd over een gewijzigde toepassingsregel in de nomenclatuur klinische biologie die in voege zal treden op 1 juni 2026.

Het gaat om de schrapping van de verstrekking 552016-552020 uit het cumulverbod van de verstrekking 557314-557325.

  • * 552016 552020 Opzoeken van infectieuze agentia met een immunologische techniek
  • * 557314 557325 Opsporen van minstens het SARS-CoV-2 virus door middel van een techniek van moleculaire amplificatie