Erkenningscriteria voor heelkundige subdisciplines versoepeld

2026.099

 

Op 15 september 2026 werd een MB (ministerieel besluit) gepubliceerd dat de erkenningscriteria voor cardiale, thoracale, vasculaire en viscerale heelkunde aanpast.

De erkenningscriteria voor deze subdisciplines zijn nog maar in voege sinds 1 juli jl. en worden nu al versoepeld, voornamelijk wat betreft het aantal assistenten. Het gaat nu om 2 assistenten voor 1 voltijds staflid (buiten de stagemeester) voor de truncus communis en om 1 assistent per staflid voor de hogere opleiding.

Samengevat is het voortaan dus mogelijk om een aanvraag tot erkenning van stagemeester/stagedienst in te dienen voor één van de vier nieuwe disciplines, moet die aanvraag een volledige opleiding bevatten, truncus communis én hogere opleiding (dus geen afzonderlijke aanvragen voor truncus communis/lagere opleiding), en zal het aantal assistenten door de Hoge Raad berekend worden zoals hierboven toegelicht.

Hierna vindt u de integrale tekst van het op 15 september gepubliceerde MB.

 

7 SEPTEMBER 2026. - Ministerieel besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2024 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van arts-specialisten, stagemeesters en stagediensten in de cardiale heelkunde, thoracale heelkunde, vasculaire heelkunde en viscerale heelkunde betrekking

Artikel 1. In de artikelen 10, 14, 18 en 22 van het ministerieel besluit van 23 mei 2024 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van artsen-specialisten, stagemeesters en stagediensten in de cardiale heelkunde, thoracale heelkunde, vasculaire heelkunde en viscerale heelkunde worden de woorden "als bedoeld in het besluit tot vaststelling van de algemene criteria" telkens ingevoegd na de woorden "per op te leiden kandidaat-specialist".

Art. 2. In hetzelfde besluit wordt een artikel 25/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 25/1. In afwijking van de artikelen 10, 14, 18 en 22 mag de stagemeester kandidaat-specialisten in opleiding van de truncus communis van de cardiale heelkunde, thoracale heelkunde, vasculaire heelkunde, viscerale heelkunde, urologie, orthopedie, neurochirurgie en plastische heelkunde opleiden, mits een ratio in acht wordt genomen van minstens één andere arts die in hetzelfde specialisme is erkend als de stagemeester in het stageteam en voltijds (minstens acht tienden van de normale werkactiviteit) werkzaam is in de stagedienst voor maximaal twee artsen-specialisten in opleiding.
Het aantal kandidaten voor de hogere vorming in cardiale heelkunde, thoracale heelkunde, vasculaire heelkunde of viscerale heelkunde die door de stagemeester worden opgeleid, mag nooit groter zijn dan het aantal artsen-specialisten in het stageteam, met uitsluiting van de stagemeester, die voltijds werkzaam zijn in de stagedienst (minstens acht tienden van de normale werkactiviteit) en die in hetzelfde specialisme als de stagemeester zijn erkend." .

Art. 3. In hetzelfde besluit wordt een artikel 25/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 25/2. § 1. In afwijking van artikel 9, § 1, 4°, kunnen stagediensten in de cardiale heelkunde worden erkend als ze minstens driehonderd cardiale ingrepen per jaar uitvoeren.
§ 2. In afwijking van artikel 13, 2°, kunnen stagediensten in de thoracale heelkunde worden erkend als ze minstens tweehonderd thoracale ingrepen per jaar uitvoeren, waarvan minstens vijftig anatomische resecties.".

Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 26/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 26/1. § 1. Voor artsen-specialisten die beschikken over een erkenning heelkunde in toepassing van het ministerieel besluit van 12 december 2002 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van artsen-specialisten, stagemeesters en stagediensten voor de specialiteit heelkunde en die vóór 1 juli 2027 een opleidingsaanvraag indienen met het oog op het verkrijgen van een erkenning als arts-specialist in de cardiale heelkunde, arts-specialist in de thoracale heelkunde, arts-specialist in de vasculaire heelkunde of arts-specialist in de viscerale heelkunde kunnen de volgende aanpassingen worden toegestaan op basis van een individuele analyse en op basis van relevante competenties die zijn verworven tijdens de opleidingen of op basis van recente werkervaring vóór 1 juli 2026:
1° in afwijking van artikel 3/1, tweede lid, van het besluit tot vaststelling van de algemene criteria, voor de opleiding, vermeld in het eerste lid, mogen de toegestane vrijstellingen de helft van de minimale duur van de opleiding voor het betrokken specialisme overschrijden;
2° in afwijking van artikel 18, § 2, van het besluit tot vaststelling van de algemene criteria mag de kandidaat-specialist tijdens de duur van de opleiding, bedoeld in het eerste lid, een medische activiteit uitoefenen buiten de opleidingsactiviteiten.
§ 2. De arts-specialist in de heelkunde kan een erkenning bekomen voor één specialisme in toepassing van § 1.
Voor het bekomen van een bijkomende titel buiten de toepassing van § 1, zijn de bepalingen van artikel 3/1 van het algemene criteriabesluit van toepassing. Minstens de helft van de duurtijd van de vorming moet gerealiseerd worden.".

Art. 5. In bijlage 3 van hetzelfde besluit wordt punt 1 aangevuld als volgt:
"- ingrepen op de schildklier en bijschildklier (C)".

Art. 6. In bijlage 5 van hetzelfde besluit wordt punt 2, § 2, eerste lid aangevuld als volgt:
"- ingrepen op de schildklier en bijschildklier (C)".

Art. 7. Dit besluit treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
De artikelen 2, 3 en 4 treden buiten werking op 1 juli 2029.

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2026.098

Dr. Gevaert over de hervorming van de nomenclatuur: “Onze vrees is dat men voortbouwt op fout of achterhaald rekenwerk”

 

De Tijd publiceerde dinsdag jl. een uitgebreid artikel over deze ingrijpende hervorming, met ruimte voor reacties, waaronder die van Dr. Thomas Gevaert. 

Het is een mooi artikel geworden, dat niet alleen aangeeft waarover het gaat, maar ook de pertinente bekommernissen die wij als artsensyndicaat hebben, vertolkt. 

U kunt het nalezen in de pdf als bijlage.

2026.097

Geïntegreerde praktijkpremie 2025: aanvraag van 28 augustus t.e.m. 30 november 2026

 

Het RIZIV meldt dat huisartsen hun geïntegreerde praktijkpremie voor premiejaar 2025 eindelijk kunnen aanvragen.

Vrijdag jl. op 28 augustus werd de aanvraagmodule in ProGezondheid open gezet.

De aanvraagperiode loopt tot en met 30 november 2026.

2026.096

Nieuw rapport van de Commissie voor Gezondheidszorgdoelstellingen

 

Begin 2025 werd in de schoot van het RIZIV een zgn. Commissie voor Gezondheidszorgdoelstellingen (GDOS) opgericht.

Die commissie waarin de zorgverleners (en zeker de artsen) zwaar in de minderheid zijn en bovendien geen stemrecht hebben, heeft de taak om de regering te adviseren over wat er prioritair is op het vlak van de gezondheidszorg.