Indexmassa van alle medische honoraria voortaan gelijk behandeld
Op 27 mei 2026 werd een KB gepubliceerd dat de Medicomut of NCAZ bevoegd maakt voor de toekenning van de index van alle medische honoraria.
Het is al langer de taak van de NCAZ (nationale commissie artsen - ziekenfondsen) om via het akkoordensysteem te beslissen over de aanwending van de indexmassa voor de nomenclatuurverstrekkingen, lineair of selectief.
Sommige medische honoraria worden echter geïndexeerd bij KB of in een overeenkomst die een automatische indexeringsclausule bevat, waar de NCAZ geen controle over heeft. Door voorafnames op de indexmassa komt de indexering via deze clausules vaak hoger te liggen dan die voor de honoraria die in de nomenclatuur zijn vastgesteld.
Dat is uiteraard niet logisch of fair en daarom krijgt de NCAZ ingevolge het nieuw gepubliceerde KB de bevoegdheid om ook de indexeringsmassa te bepalen voor de honoraria die bij overeenkomst of KB zijn vastgesteld.
Hierna vindt u de integrale tekst van dit KB, in de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.
13 MEI 2026. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 207bis, tweede lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de aanwending van de indexmassa door de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen
Artikel 1. Indien de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen constateert dat er een marge is om de geneeskundige verstrekkingen te indexeren op 1 januari van het jaar x, worden de honoraria jaarlijks aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, behalve indien de Commissie beslist om het bedrag van de honoraria aan te passen volgens een index die hoger of lager is dan de gezondheidsindex en de indexmassa, volledig of gedeeltelijk, aan te wenden voor de uitvoering van verbintenissen uit de Nationale akkoorden, voor de terugbetaling van nieuwe verstrekkingen en toepassingsregels en de herwaardering van bestaande verstrekkingen en/of voor de compensatie van een in een vorig jaar opgebouwd structureel tekort.
Art. 2. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 september 1992 tot vaststelling van nadere regelen betreffende de forfaitaire honoraria voor sommige verstrekkingen inzake klinische biologie, verleend aan niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden, alsmede de onderaanneming van deze verstrekkingen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 december 2023, wordt paragraaf 3 vervangen als volgt:
" § 3. De bedragen van de forfaitaire honoraria bedoeld in paragraaf 1 kunnen jaarlijks op 1 januari worden geïndexeerd overeenkomstig de indexeringsregeling betreffende de afgevlakte gezondheidsindex bepaald krachtens artikel 207bis, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, behalve indien de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen een andere beslissing neemt krachtens het bepaalde in artikel 207bis, tweede lid, van dezelfde wet.".
Art. 3. In artikel 6 van het koninklijk besluit van 25 november 2002 tot vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een beschikbaarheidshonorarium betaalt aan de artsen die deelnemen aan georganiseerde wachtdiensten, vervangen bij het koninklijk besluit van 5 juni 2007 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 mei 2024, wordt de zin "Overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 december 1997 tot bepaling van de toepassingsmodaliteiten voor de indexering van de prestaties in de regeling van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, wordt de waarde van deze honoraria vanaf 1 januari van elk jaar aangepast aan de evolutie van de waarde van het in artikel 1 van dat koninklijk besluit bedoeld gezondheidsindexcijfer tussen 30 juni van het tweede jaar ervoor en 30 juni van het jaar ervoor." vervangen als volgt:
"De waarde van deze honoraria kan jaarlijks op 1 januari worden geïndexeerd overeenkomstig de indexeringsregeling betreffende de afgevlakte gezondheidsindex bepaald krachtens artikel 207bis, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, behalve indien de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen een andere beslissing neemt krachtens het bepaalde in artikel 207bis, tweede lid, van dezelfde wet.".
Art. 4. In artikel 6 van het koninklijk besluit van 29 april 2008 tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een beschikbaarheidshonorarium betaalt aan de geneesheren en aan de apothekers en de licentiaten in de wetenschappen die door de minister van Volksgezondheid zijn erkend om verstrekkingen inzake klinische biologie te verrichten die deelnemen aan de in een ziekenhuis georganiseerde wachtdiensten, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 februari 2011, 14 juni 2017 en 25 mei 2024, wordt het laatste lid vervangen als volgt:
"De waarde van deze honoraria kan jaarlijks op 1 januari worden geïndexeerd overeenkomstig de indexeringsregeling betreffende de afgevlakte gezondheidsindex bepaald krachtens artikel 207bis, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, behalve indien de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen een andere beslissing neemt krachtens het bepaalde in artikel 207bis, tweede lid, van dezelfde wet.".
Art. 5. Artikel 14 van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten, wordt vervangen als volgt:
"Art. 14. De bedragen van de forfaitaire honoraria vermeld in de artikelen 7, 8 en 11 kunnen jaarlijks op 1 januari worden geïndexeerd overeenkomstig de indexeringsregeling betreffende de afgevlakte gezondheidsindex bepaald krachtens artikel 207bis, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, behalve indien de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen en andere beslissing neemt krachtens het bepaalde in artikel 207bis, tweede lid, van dezelfde wet.".
Art. 6. In artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 17 juli 2009 tot vaststelling van het bedrag en de betalingsmodaliteiten van de vergoeding voor de kandidaat-huisartsen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 oktober 2022 en 29 mei 2024, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De basisvergoeding bedraagt 27.200 EUR per kandidaat-huisarts en per opleidingsjaar. Deze vergoeding kan jaarlijks op 1 januari worden geïndexeerd overeenkomstig de indexeringsregeling betreffende de afgevlakte gezondheidsindex bepaald krachtens artikel 207bis, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, behalve indien de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen een andere beslissing neemt krachtens het bepaalde in artikel 207bis, tweede lid, van dezelfde wet.".
Art. 7. In artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 februari 2011 tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen forfaitaire honoraria betaalt aan de geneesheren-specialisten in de pediatrie die een aanwezigheid in het ziekenhuis verzekeren, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2019, wordt het derde lid vervangen als volgt:
"De waarde van dit honorarium kan jaarlijks op 1 januari worden geïndexeerd overeenkomstig de indexeringsregeling betreffende de afgevlakte gezondheidsindex bepaald krachtens artikel 207bis, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, behalve indien de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen een andere beslissing neemt krachtens het bepaalde in artikel 207bis, tweede lid, van dezelfde wet.".
Art. 8. In artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regels overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen forfaitaire honoraria betaalt aan de artsen-specialisten in de gynaecologie-verloskunde die deelnemen aan de medische wachtdienst in de MIC-afdeling van een kraaminrichting, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De waarde van dit honorarium kan jaarlijks op 1 januari worden geïndexeerd overeenkomstig de indexeringsregeling betreffende de afgevlakte gezondheidsindex bepaald krachtens artikel 207bis, eerste lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, behalve indien de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen een andere beslissing neemt krachtens het bepaalde in artikel 207bis, tweede lid, van dezelfde wet.".
Reactie toevoegen