KB inzake de geïntegreerde praktijkpremie van 2025 gepubliceerd

2026.038

 

Op 7 april 2026 is het KB gepubliceerd dat de criteria voor de geïntegreerde praktijkpremie van 2025 officieel vastlegt.

Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om de criteria waaraan u … vorig jaar moest voldoen. Het RIZIV heeft die weliswaar al in juli 2025 bekend gemaakt via zijn website maar nu pas krijgen ze dus hun ‘wettelijk karakter’.

Met een positieve bril bekeken: een publicatie in april is al (veel) beter dan de vorige jaren. Hopelijk betekent dat dus ook dat de aanvraagtermijn dit keer op zijn normale tijdstip (van half juli) kan aanvangen.

Hierna vindt u de integrale tekst van het op 7 april 2026 gepubliceerde KB.

 

30 MAART 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 juni 2017 tot bepaling van de voorwaarden en de modaliteiten overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële tegemoetkoming verleent aan de huisartsen voor gebruik van telematica en het elektronisch beheer van de medische dossiers

Artikel 1. In Artikel 5 van het koninklijk besluit van 30 juni 2017 tot bepaling van de voorwaarden en de modaliteiten overeenkomstig dewelke de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen een financiële tegemoetkoming verleent aan de huisartsen voor gebruik van telematica en het elektronisch beheer van de medische dossiers, gewijzigd is bij het koninklijk besluit van 6 juni 2018, bij het koninklijk besluit van 8 juni 2021, bij het koninklijk besluit van 20 mei 2022, bij het koninklijk besluit van 7 november 2022, bij het koninklijk besluit van 24 april 2024 en bij het koninklijk besluit van 18 juli 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1) een paragraaf 2/9 wordt ingevoegd, luidende: « § 2/9. In het premiejaar 2025 moet de in § 1. bedoelde huisarts minstens 5 van volgende gebruiksdrempels bereiken:
1° De huisarts maakt gebruik van de dienst MyCarenet voor het elektronisch aanvragen van de terugbetaling van geneesmiddelen hoofdstuk IV, waarbij hij in het tweede semester 2025 minstens 50 % van de bedoelde aanvragen heeft ingediend via MyCarenet;
2° De huisarts maakt voor patiënten met recht op verhoogde tegemoetkoming gebruik van de dienst MyCarenet voor elektronische facturatie of dient zijn raadplegingsgetuigschriften in via de dienst eAttest van MyCarenet voor minstens 50% van zijn raadplegingen in het tweede semester 2025;
3° De huisarts bevordert het beveiligd delen van de gezondheidsgegevens van zijn patiënten, waarbij op 31 december 2025 de verhouding tussen het aantal verschillende patiënten waarvoor hij een SUMEHR heeft opgeladen en het aantal patiënten waarvoor hij voor 2025 een GMD-honorarium heeft ontvangen, minstens 60% bedraagt;
4° De huisarts creëert of past minstens 5 medicatieschema's aan tijdens het tweede semester van 2025;
5° De huisarts gebruikt minstens 5 keer de CEBAM evidence linker (via login) tijdens het tweede semester van 2025;
6° De huisarts verstuurt in 2025 minstens 3 keer het elektronisch formulier "Evaluatie van de handicap - FOD Sociale Zekerheid" naar de FOD Sociale Zekerheid.
7° De huisarts registreert zich via zijn professionele software voor minstens 2 van de volgende 3 barometers: de barometer "diabetes", de barometer "antibiotica" en de barometer "nierinsufficiëntie". De registratie moet plaatsvinden vóór 28/11/2025 voor de barometer "diabetes", vóór 21/12/2025 voor de barometer "antibiotica" en vóór 12/12/2025 voor de barometer "nierinsufficiëntie;
8° De huisarts verstuurt minstens 1 elektronisch getuigschrift van arbeidsongeschiktheid naar de ziekenfondsen via Mult-eMediatt tijdens het jaar 2025.
2) een paragraaf 3/5 wordt ingevoegd, luidende: « § 3/5. Indien de in § 1. bedoelde huisarts niet voldoet aan de in § 2/9 vastgelegde voorwaarde en hij gedurende het volledige premiejaar deel uitmaakt van één enkele geregistreerde groepspraktijk, dan geldt als vervangende voorwaarde dat voor minstens 5 van de in § 2/9 bedoelde gebruiksindicatoren door hemzelf of gemiddeld door de groepspraktijk de in § 2/9 vastgelegde drempel is bereikt. Voor de berekening van deze gemiddelden wordt enkel rekening gehouden met de gebruiksgegevens van de huisartsen die gedurende het volledige premiejaar beschikten over een RIZIV-nummer voorbehouden voor de huisarts, deel uitmaakten van zijn groepspraktijk en die geen deel uitmaakten van een andere groepspraktijk, hijzelf inclusief. »
3) een paragraaf 4/3 wordt ingevoegd, luidende: « § 4/3. Voor de huisarts die gedurende het premiejaar de forfaitgeneeskunde uitoefent in de zin van artikel 52 van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994, wordt geen rekening gehouden met de drempel 2° zoals geformuleerd in § 2/9. »

Art. 2. In artikel 6 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 juli 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1) een paragraaf 1/3 wordt ingevoegd, luidende: « § 1/3. Voor de huisarts die gedurende het volledige premiejaar beschikt over een RIZIV-nummer voorbehouden voor de huisarts en beantwoordt aan de voor hem geldende toekenningsvoorwaarden, bedraagt de jaarlijkse tegemoetkoming voor 2025 3.500 EUR. »
2) een paragraaf 2/3 wordt ingevoegd, luidende: « § 2/3. Voor de huisarts die na 1 januari van het premiejaar een RIZIV-nummer voorbehouden voor de huisarts toegekend krijgt, beantwoordt aan de voor hem geldende toekenningsvoorwaarden en daarenboven voldoet aan de in artikel 5 vastgelegde voorwaarde inzake effectief gebruik van telematica en het elektronische beheer van medische dossiers, bedraagt de jaarlijkse tegemoetkoming voor 2025 3.500 euro. »
3) een paragraaf 3/5 wordt ingevoegd, luidende: « § 3/5. Het bedrag van de jaarlijkse tegemoetkoming voor 2025 wordt verhoogd tot 4.500 EUR voor de in §§ 1/2 en § 2/2 bedoelde huisarts die in het premiejaar minstens 6 van de in artikel 5 § 2/9 vastgelegde gebruiksdrempels bereikt en tot 6.000 EUR voor deze huisarts die minstens 7 van de in artikel 5 § 2/9 vastgelegde gebruiksdrempels bereikt. Voor de huisarts die gedurende het volledige premiejaar deel uitmaakt van één enkele geregistreerde groepspraktijk, wordt voor de toekenning van dit verhoogde bedrag eveneens het in artikel 5, § 3/5 bedoelde berekeningsmechanisme toegepast. »

Art. 3. In artikel 7 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 juli 2025, moeten de woorden « Voor 2018, 2019, 2023 en 2024 » vervangen worden door de woorden « Voor 2018, 2019, 2023, 2024 en 2025 ».

Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 8/6 ingevoegd, luidende:
« Art. 8/6. Het bedrag van de tegemoetkoming voor 2025 is identiek aan de bedragen vastgelegd voor 2019. »

Art. 5. In artikel 9 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij koninklijk besluit van 18 juli 2025, worden de woorden « 2018, 2019, 2020, 2021, 2022, 2023 et 2024 » vervangen door de woorden « 2018, 2019, 2020, 2021, 2022, 2023, 2024 en 2025 ».

Art. 6. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt: « Art 14. § 1. De gegevens die toelaten na te gaan of de huisarts de in artikel 6, § 1. bedoelde minimumdrempels bereikt, worden voor 15 april van het jaar volgend op het premiejaar aangeleverd aan het RIZIV via de in voornoemd artikel vermelde diensten. § 2. De gegevens aangehaald in § 1 zijn, behoudens vastgestelde administratieve fout, onweerlegbaar. »

Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2025.

Art. 8. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 30 maart 2026.

 

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2026.039

Vanaf 1 juni 2026 geen remgeld meer voor pluridisciplinaire nefrologische evaluatie

 

Op 10 april 2026 zijn twee KB’s gepubliceerd die vanaf 1 juni 2026 het remgeld schrappen voor de verstrekking 103994.

Deze code betreft de pluridisciplinaire nefrologische evaluatie door een arts-specialist in de inwendige geneeskunde, houder van de bijzondere beroepstitel in de nefrologie, met verplicht schriftelijk verslag aan de huisarts.

Als motivering voor deze schrapping lezen we het volgende in de voorbereidende nota van het Verzekeringscomité: 

2026.037

Aanpassing erkenningsnormen oncologisch zorgprogramma borstkanker

 

Op 2 april 2026 is een BVR (Besluit Vlaamse Regering) gepubliceerd dat de erkenningsnormen voor oncologische zorgprogramma's voor borstkanker (het KB van 26 april 2007) wijzigt.

Het komt erop neer dat centra een aantal nieuwe diagnoses moeten aantonen en een minimale aanwezigheid en activiteit van arts-specialisten moeten waarborgen.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het nieuwe BVR dat in voege treedt op 12 april 2026.

 

2026.036

De ACA-hervorming: een mooie, maar riskante gok...

 

Op maandag 30 maart 2026 werd het rapport van de zgn. ACA-werkgroep gepresenteerd op de Medicomut. ACA staat voor ‘actes de consultations et assimilés’. Het gaat m.a.w. om de raadplegingshonoraria, de toezichthonoraria en de permanentie.

De hervorming van de ACA past in de algemene hervorming van de nomenclatuur. Het Kartel (ASGB – GBO – MoDeS) heeft ingestemd met de principes die in het rapport worden uiteengezet.

Dat stelt een ambitieuze en grootschalige hervorming voor en weerspiegelt op coherente wijze de discussies die tot nu toe zijn gevoerd.