Pijntherapie en rugchirurgie: reactie ASGB op de Pano-reportage

2026.049

 

Als syndicaat betreuren we de commotie die vorige week ontstaan is n.a.v. verschillende persberichten en reportages over pijntherapie en rugchirurgie. Halsoverkop en emotioneel reageren helpt niemand vooruit, maar nu het stof weer is gaan liggen, is het wel tijd voor duidelijke en gedragen standpunten.

In de reportage en mediaberichten die erop volgden, werd doorgaans een eenzijdig negatief beeld geschetst waarbij patiënten verkeerde behandelingen kregen van artsen die vooral gedreven zouden worden door financiële incentives in een prestatie-gebaseerde zorg, terwijl de dagelijkse realiteit voor de overgrote meerderheid van de collega’s net gekenmerkt wordt door een sterk moreel kompas, wetenschappelijke discipline en oprechte bekommernis om patiënten en hun gezondheid.

Vanuit ASGB willen we dat er ruimte is voor kritisch debat, transparantie en kwaliteitsbewaking binnen de gezondheidszorg. We zullen zelfs de eerste zijn om misbruik te veroordelen en maatregelen tegen onethische artsen te steunen. Maar we willen zeker ook benadrukken dat dergelijke praktijken de absolute uitzondering zijn, en dus we betreuren uitermate de framing vanuit verschillende hoeken toe naar de gehele beroepsgroep.

Het debat over pijntherapie verdient nuance en respect voor de vele artsen die zich elke dag engageren om patiënten met complexe en invaliderende rugpijn zo goed mogelijk te helpen binnen een multidisciplinair en evidence-based kader.

Het ASGB steunt dan ook de pijncentra in ons land omdat zij net streven naar een aanpak waarbij voor elke patiënt het juiste therapieplan wordt uitgewerkt, met aandacht voor minimale interventie, maximaal effect en steeds volgens de actuele stand van de wetenschap. Daarbij wordt multidisciplinair samengewerkt tussen huisartsen, pijnartsen, chirurgen, revalidatieartsen, kinesitherapeuten, psychologen en andere zorgverleners.

Net als de sector zelf onderstrepen we de nood aan duidelijke kwaliteitsnormen, uniforme opleidings- en erkenningscriteria en transparante registratie binnen de algologie. Precies daarom pleiten we, net zoals de wetenschappelijke verenigingen, voor een meer uniforme aanpak over het hele land heen en voor een structureel beleid dat patiënten de garantie biedt dat zij overal toegang hebben tot kwalitatieve, veilige en wetenschappelijk onderbouwde pijntherapie.

Chronische pijn treft miljoenen mensen en vraagt om een ernstig maatschappelijk debat en een structureel beleid — niet om simplificatie of stigmatisering van zorgverleners die zich hiervoor dagelijks inzetten.

Reacties

Mooie en terechte reactie

Milan

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2026.068

Nieuw KB met (lange lijst) aanpassingen op het BFM

 

Op 11 juni 2026 werd een KB gepubliceerd dat het KB van 25 april 2022 op het BFM aanpast, voornamelijk met betrekking tot de daghospitalisatie.

Meer bepaald, zo stelt de inleiding op het KB, worden de berekeningsmodaliteiten van het BFM aangepast om rekening te houden met:

2026.067

Pathologiefiches inzake duur arbeidsongeschiktheid en terugkeer naar werk

 

Het ‘Nationaal College voor sociale verzekeringsgeneeskunde inzake arbeidsongeschiktheid’ heeft twintig zgn. pathologiefiches gepubliceerd die behandelende artsen en patiënten kunnen ondersteunen bij een succesvolle terugkeer naar werk.

2026.066

Kaderwet (I) gepubliceerd, een korte inhoudelijke analyse

 

Op 5 juni 2026 werd de Kaderwet van minister Vandenbroucke in het Staatsblad gepubliceerd. Het gaat meer bepaald om de Kaderwet (I), zijnde alles behoudens de opschorting van het RIZIV-nummer.

De opschorting staat namelijk in een afzonderlijke Kaderwet (II), die na de Kamer ook nog de Senaat moet passeren en dus later gepubliceerd zal worden.

Voor de individuele arts zal deze Kaderwet (I) op de korte termijn nog geen rechtstreekse gevolgen hebben.