Publicatie van indicator voor arthroscopische meniscectomie bij 50-plussers

2023.080

 

Waarover gaat het? Op 17 april 2023 is een bericht in het Staatsblad verscheen met één van de indicatoren (er zullen er nog volgen) die door het Riziv zullen worden opgevolgd in het kader van ‘appropriate care’. Het gaat om het percentage meniscectomieën (276636-276640) bij patiënten van 50 jaar of ouder. 

Vanwaar komt dit? In het kader van de kwaliteit verbeterende indicatoren in de geneeskunde heeft de DGEC een aantal indicatoren voorgesteld aan de NRKP waar er in vergelijking met de ons omliggende landen een verschil in toepassing of gebruik werd vastgesteld. Eén van die indicatoren is de arthroscopische meniscectomie bij patiënten ouder dan 50 jaar.

Er wordt in vergelijking met de ons omringende landen te veel en te snel een arthroscopische meniscectomie uitgevoerd bij patiënten ouder dan 50 Jaar.  In eerste instantie is een kinesitherapeutische aanpak aanbevolen. In de NRKP werd dit ook al voorgesteld enkel jaren geleden. Orthopedisch chirurgen werden ingelicht. Er veranderde niets. Vandaar deze indicator die door de DGEC werd voorgesteld en door de NRKP goedgekeurd.

Hierna vindt u de integrale tekst van het op 17 april gepubliceerde bericht.

Publicatie : 2023-04-17

Numac : 2023040482

Indicator voor de arthroscopische meniscectomie bij patiënten ouder dan 50 jaar

Er werd door het comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging en de algemene raad van het RIZIV alsook door de regering geopteerd om een methode voor de integratie van de gezondheidszorgdoelstellingen in de keuzes van de ziekteverzekering te ontwikkelen, dit in combinatie met een dynamisch meerjarig budgettair kader en meer focus op "appropriate care", de juiste zorg op de juiste plaats op het juiste moment.

De implementatie van indicatoren blijft één van de hefbomen om hiertoe te komen, met als doel efficiëntiewinsten te genereren door het terugdringen van inappropriate care. De aldus vrijgekomen middelen worden terug geïnvesteerd binnen de gezondheidszorg.

Indicatoren zijn niet absoluut, waarbij gemotiveerde uitzonderingen steeds mogelijk blijven. In die zin is een indicator een verantwoordingsdrempel.

De indicatoren moeten peilen naar doelmatiger gebruik van de beschikbare middelen binnen de gezondheidszorg en zijn wetenschappelijk gefundeerd en rationeel.

De waarde van een indicator wordt berekend op basis van wetenschappelijke publicaties en data-analyses in overleg met de beroepsorganisaties en wetenschappelijke verenigingen.

NOTA

De EBM-richtlijnen zijn terughoudend voor arthroscopische meniscectomie bij degeneratief knielijden.

Uit een nationaal onderzoek van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) van het RIZIV in 2019 bleek dat 60 % van de meniscectomieën in Belgie werden uitgevoerd bij patiënten ouder dan 50 jaar.

Er werd een sensibiliseringscampagne verricht bij orthopedisten en huisartsen om hen te wijzen op de internationale klinische richtlijnen (september 2019 - juli 2020).

Volgend op een voorstel dat de DGEC indiende binnen de werkgroep heelkunde van de Technisch Geneeskundige Raad (TGR) over een toepassingsregel in de nomenclatuur voor arthroscopische knie-ingrepen (juni 2020), vond een overleg plaats met de kniechirurgen.

Naar aanleiding van dat overleg wijdde de Belgische Vereniging voor Orthopedie en Traumatologie (BVOT) een sessie van een symposium aan dit topic (najaar 2020) en formuleerde de Belgian Knee Society (BKS) een richtlijn in verband met de behandeling van degeneratief mediaal meniscusletsel (februari 2021). Ook na de sensibiliseringscampagne door de DGEC en de acties door de BVOT en de BKS is het aandeel meniscectomieën bij patiënten ouder dan 50 jaar niet substantieel verminderd.

Gelet op de EBM is dat dan ook de reden om een indicator in te voeren.

De voorgestelde indicator beoogt het ondoelmatig gebruik van meniscectomie bij patiënten ouder dan 50 jaar te verminderen en de zorgverleners er toe aan te zetten de indicatiestelling van deze ingreep af te stemmen op de klinische richtlijnen.

Volgens de klinische richtlijnen is bij degeneratief knielijden een conservatieve behandeling te verkiezen boven een arthroscopie. Een arthroscopische behandeling wordt pas aangeraden na uitproberen en falen van een conservatieve behandeling.

Arthroscopie bij degeneratief knielijden geeft niet direct voordelen maar vergroot mogelijk wel het risico op bijwerkingen op zowel korte als lange termijn.

Bij een analyse van gegevens van het National Patient Registry in Noorwegen werd een duidelijke algemene vermindering van arthroscopieën van de knie vastgesteld tussen 2012 en 2016 in publiek gefinancierde ziekenhuizen.

De grootste daling werd gezien in de regionale gezondheidsautoriteit van Zuidoost-Noorwegen en viel samen met de invoering van administratieve maatregelen. Het aandeel patiënten van 50 jaar of ouder (exclusief meniscusherstel) viel terug van 54 % in 2012 naar 46 % in 2016.

Het aantal meniscectomieën per 10.000 inwoners in andere landen ligt beduidend lager dan in België.

Uit de data-analyse op Documenten P (2018-2019 en 2020-2021) blijkt dat slechts 19 % van de zorgverleners (met gemiddeld minstens 10 ingrepen per jaar) beantwoordt aan de voorgestelde indicator van 45 %.

INDICATOR

Overeenkomstig artikel 122ter, § 4, 3° bis van het Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, stelt de Nationale raad voor kwaliteitspromotie de volgende indicator vast:

De verstrekking met nomenclatuurcode 276636-276640, opgenomen in artikel 14k van de bijlage bij het Koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, mag per kalenderjaar slechts voor 45 % van het totaal aantal verstrekkingen per zorgverlener bij patiënten ouder dan 50 jaar worden aangerekend.

 

 

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
1 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2024.083

Stagemeestervergoeding voor ASO van 2023: kijk na in ProGezondheid

 

Erkende stagemeesters kunnen een vergoeding ontvangen voor de opleiding van artsen-specialisten in opleiding (ASO’s). Voor 2023 gaat het om € 647,60 voor een volledige maand (en een pro rata daarvan indien u de ASO geen volledige maand begeleid heeft).

Sinds premiejaar 2022 wordt er niet meer op basis van een academiejaar, maar op basis van een kalenderjaar gewerkt.

De ‘aanvraag’ van de vergoeding verloopt geautomatiseerd via ProGezondheid. 

2024.082

Activiteiten in test-, triage- en vaccinatiecentra tellen ook mee voor drempels van 2022 en 2023

 

Op 12 juni 2024 werd een KB gepubliceerd dat activiteiten in test-, triage- en vaccinatiecentra laat meetellen voor de te behalen drempel van diverse premies en vergoedingen.

Denk aan het RIZIV-sociaal statuut, de accreditering, de praktijkpremie, enz.

Dat was al gebeurd voor referentiejaar 2021 en dat wordt nu uitgebreid tot de referentiejaren 2022 en 2023.

 

Hierna vindt u de integrale tekst van het op 12 juni 2024 gepubliceerde KB.

2024.081

Hogere vergoeding voor HAIO in ‘huisartsarme’ zones: KB verschenen

 

Op 7 juni 2024 werd een KB gepubliceerd over de vergoeding van HAIO’s.

Het komt er in essentie op neer dat die vergoeding hoger kan zijn wanneer de HAIO zich vestigt in een zone waarin er een tekort aan huisartsen is. Dat zal de eerste keer van toepassing zijn vanaf volgend academiejaar (2024 - 2025).

Welke zones wel/niet als ‘huisartsarm’ beschouwd worden, is nog niet bekend. Meer nog, de criteria die daarvoor gehanteerd zullen worden, zijn zelfs nog niet gekend.