Indicator voor urgentie van NMR-onderzoeken gepubliceerd

2023.157

 

Nadat er in april jl. al een indicator inzake arthroscopische meniscectomie werd gepubliceerd (zie ons bericht https://www.asgb.be/node/28570), is dat nu - op 18 augustus 2023 – gebeurd inzake de beoordeling van ‘de maximale incidentie van ambulante urgente NMR-onderzoeken’.

Meer bepaald wordt die maximale incidentie vastgelegd op 5 urgente NMR-onderzoeken per 1000 uitgevoerde en aangerekende ambulante NMR-onderzoeken per kalenderjaar.

Deze indicator gaat in op de dag van de publicatie in het Staatsblad (18 aug 2023 dus). Het is de tweede indicator om overconsumptie, in dit geval het ten onrechte aanrekenen van urgentietoeslagen, te beoordelen die werd voorgesteld door de DGEC in het kader van appropriate care.

Hierna vindt u de integrale tekst van de op 18 aug 2023  gepubliceerde indicator.

 

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

Indicator voor de beoordeling van de maximale incidentie van ambulante urgente NMR-onderzoeken

Indicator gepubliceerd overeenkomstig artikel 73, § 3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, GVU-wet.

Er werd door het comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging en de algemene raad van het RIZIV alsook door de regering geopteerd om een methode voor de integratie van de gezondheidszorgdoelstellingen in de keuzes van de ziekteverzekering te ontwikkelen, dit in combinatie met een dynamisch meerjarig budgettair kader en meer focus op "appropriate care", de juiste zorg op de juiste plaats op het juiste moment en aan de juiste prijs.

De implementatie van indicatoren blijft één van de hefbomen om hiertoe te komen, met als doel efficiëntiewinsten te genereren door het terugdringen van inappropriate care. De aldus vrijgekomen middelen worden terug geïnvesteerd binnen de gezondheidszorg.

Indicatoren zijn niet absoluut, waarbij gemotiveerde uitzonderingen steeds mogelijk blijven. In die zin is een indicator een verantwoordingsdrempel.

De indicatoren moeten peilen naar doelmatiger gebruik van de beschikbare middelen binnen de gezondheidszorg en zijn wetenschappelijk gefundeerd en rationeel.

De waarde van een indicator wordt berekend op basis van wetenschappelijke publicaties en data-analyses in overleg met de beroepsorganisaties en wetenschappelijke verenigingen.

NOTA

De bijkomende honoraria voor de 's nachts, tijdens het weekend of op een feestdag verrichte dringende verstrekkingen (599572-599583 en 599594-599605) en die worden gefactureerd binnen het kader van uitgevoerde NMR-onderzoeken worden vaak ten onrechte gebruikt. Data-analyses tonen aan dat het merendeel van deze bijkomende honoraria worden gefactureerd voor vooraf geplande NMR-onderzoeken zonder enige notie van urgentie.

Die onterechte facturatie is vaak te wijten aan een verkeerde parametrering van de tarificatie-software, dewelke blind een bijkomend honorarium factureerde in functie van het uur of de dag zonder hierbij rekening te houden met de datum van het voorschrift van het onderzoek.

Vergeleken met een CT-scan, bestaat er weinig wetenschappelijke evidentie om massaal beroep te doen op urgente NMR-onderzoeken.

De voorgestelde indicator heeft enkel betrekking op ambulante verstrekkingen, waardoor urgenties die via een spoedgevallendienst worden opgenomen hierbuiten vallen (vb. schedeltrauma's, ruggenmergletsels, ...).

Analyse per ziekenhuis van de cijfers voor 2019 voor ambulante patiënten toont het volgende aan:

- De incidentie van de dringende NMR-onderzoeken varieert tussen 0,1 en 188 per 1000 uitgevoerde NMR-onderzoeken.

- De mediane incidentie bedraagt 2,36 dringende NMR-onderzoeken per 1000 uitgevoerde NMR-onderzoeken.

- 5 van de 7 Belgische universitaire ziekenhuizen bevinden zich onder deze mediaan. Men kan ervan uitgaan dat deze ziekenhuizen sneller een beroep zullen doen op dringende NMR-onderzoeken gelet op de grotere complexiteit van hun patiëntenbestand.

De volgende indicatoren werden in kaart gebracht, nl. de P75, de bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval en de gekozen indicator.

 

 P 75

IC 95%

Proposition d'indicateur

 

 P 75

95% BI

Voorstel indicator

Valeur de l'indicateur

4,35/1000

4,82/1000

5/1000

Waarde indicator

4,35/1000

4,82/1000

5/1000

Nombres de prestations

3753

4158

4313

Aantal verstrekkingen

3753

4158

4313



INDICATOR

Overeenkomstig artikel 122ter, § 4, 3° bis van het Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, stelt de Nationale raad voor kwaliteitspromotie de volgende indicator vast:

De maximale incidentie van ambulante urgent uitgevoerde NMR-onderzoeken wordt vastgelegd op 5 urgente NMR-onderzoeken per 1000 uitgevoerde en aangerekende ambulante NMR-onderzoeken per kalenderjaar.

Het betreft de NMR-onderzoeken die gevat worden door de nomenclatuurcodes 599572 en 599594 opgenomen in artikel 26, § 1 en § 9 van de bijlage bij het Koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.

 

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
7 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2024.095

NPCAZ: FAQ i.v.m. CO ASO

Naar aanleiding van enkele recente discussies in de NPCAZ over de collectieve overeenkomst van 21 december 2023 heeft de FOD Volksgezondheid dit vademecum met FAQ gepubliceerd.

2024.094

Trombectomie bij CVA: alleen nog vergoeding in inrichtingen met erkenning als gespecialiseerd zorgprogramma

 

Op 28 juni 2024 werden twee KB’s gepubliceerd i.v.m. nieuwe nomenclatuur voor trombectomie bij CVA. Zij treden in voege vanaf 1 augustus a.s.

Vanaf dat moment kan de verstrekking 588991-589002 alleen vergoed worden, indien ze verricht wordt in een inrichting die erkend is als gespecialiseerd zorgprogramma “acute beroertezorg met invasieve procedures”.

Hierna vindt u tekst van de beide KB’s en de pdf als bijlage bevat de voorbereidende nota van de NCAZ.

 

2024.093

‘Ozempic-verbod’ verlengd tot 28 februari 2025

 

U herinnert zich vast nog wel dat toenmalig minister Vandenbroucke in november 2023 beperkingen heeft ingevoerd op het voorschrijven van GLP-1-analogen.

Zie https://asgb.be/node/28718.

Die maatregel was van tijdelijke duur (tot 31 aug a.s.) maar er werd direct ook voorzien dat hij verlengd kon worden.

Dat is nu dus gebeurd aan de hand van een op 28 juni jl. gepubliceerd KB. Deze verlenging geldt tot 28 februari 2025.