Opinie Dr. Gevaert: blinde centralisatiedrift in de gezondheidszorg...

2024.024

 

Vandaag, 20 februari 2024, heeft De Morgen een opiniestuk van onze voorzitter specialisten gepubliceerd, over de aan de gang zijnde drift van minister Vandenbroucke om alles in de oncologie te gaan centraliseren. 

In zijn ondertussen gekende, analytische stijl klaagt Dr. Thomas Gevaert aan dat die centralisatie niet blind en ondoordacht mag gebeuren.

Abonnees van De Morgen kunnen het stuk lezen via de link hierna: https://www.demorgen.be/meningen/blinde-centralisatiedrift-is-niet-per-se-het-beste-pad-voor-de-oncologische-zorg~bb50713d/

Of u vindt het ook hierna  integraal terug.

 

Het nieuwe mantra in onze gezondheidszorg is centralisatie. Neem nu oncologie. De behandeling van slokdarm- en pancreastumoren is al gecentraliseerd, deze van hoofdhals- en ovariumtumoren is lopende en straks komen long, prostaat of borst aan de beurt. Want elke tumor is tegenwoordig zeldzaam of complex en kan enkel nog worden behandeld door superexperts. Oncologen die 12j of langer zijn opgeleid kunnen niet meer vertrouwd worden om patiënten te beoordelen, tenzij ze in een ‘topcentrum’ werken. Schiet de opleiding, meestal in diezelfde centra, dan dermate tekort?

De onderbouw voor die blinde centralisatiedrift is vaak flinterdun en meer lobby en anekdotiek dan evidentie. Men zwaait meestal met een KCE-rapport(1), maar toetsing door onafhankelijke peers en publicatie in gespecialiseerde medische tijdschriften gebeurt quasi nooit. Idem voor de evaluaties.

Als we binnen de EU kijken is onze oncologische zorg best goed.    Toegankelijk met hoogopgeleide en  hardwerkende zorgverstrekkers en gemiddeld qua kostprijs. Voor vele parameters zitten we in de Europese kopgroep(2) en de overleving van bv. slokdarm-  en maagkanker is volgens het KCE zelfs bij de allerbeste (3). Maar uiteraard zijn er werkpunten: teveel praktijkvariatie, te lage deelname aan screenings en wisselende kwaliteit. Voor het harmoniseren en waar nodig centraliseren van zeer gespecialiseerde oncologische zorg valt dus zeker een beargumenteerd pleidooi te houden.

Het grootste probleem in alle discussies is echter het gebrek aan verfijning en nuance. Zo heeft men voor pancreastumoren alle heelkunde gecentraliseerd, terwijl er een verschil is tussen een complexe operatie voor een pancreaskoptumor en een iets minder complexe ingreep voor een pancreasstaarttumor. Zo zijn alle hoofd-halstumoren volgens het RIZIV zeldzaam, terwijl iedereen in het veld weet dat een kwaadaardige tumor van de keelholte frequenter voorkomt dan een kwaadaardige speekselkliertumor. Zo voegt het KCE in haar analyse van overleving met borstkanker in België de niet-uitgezaaide tumoren samen met de uitgezaaide i.p.v. hier een duidelijk onderscheid te maken en te beklemtonen dat de overleving voor de patiënten zonder uitzaaiingen in België uitstekend is, ongeacht de grootte van het centrum. En zo wil men elke multidisciplinaire bespreking van een tumor centraliseren, of de patiënt nu curatief of palliatief moet behandeld worden. Maar als opgemerkt wordt dat voor bepaalde zeer zeldzame tumoren misschien slechts 1 of 2 centra nodig zijn, blijkt steeds weer dat die behandelingen toch zeker in elk universitair centrum moeten kunnen plaatsvinden.

Heel wat andere vragen rijzen bij die doorgedreven centralisatie van oncologische zorg. Is er geen risico op een hogere zorgdrempel voor patiënten met lagere socio-economische achtergrond? Wordt er geen afbreuk gedaan aan eventuele voorkeuren van patiënten voor nabijheid en vertrouwde zorgomgeving? Kunnen oncologen die meerdere tumortypes zien vaak niet breder kijken dan oncologische superspecialisten die soms teveel blinde vlekken hebben? Leidt al die centralisatie niet tot langere wachttijden? Is het niet verstandiger outliers en underperformers aan te pakken i.p.v. dit blinde geloof in de perfectie van centralisatie? En is centralisatie van zorg echt goedkoper zoals men graag poneert? Eens in de literatuur duiken of met oncologen praten leert dat het antwoord op al deze vragen niet zo eenduidig is.

Als men wil hervormen heeft men steeds meerdere opties. Men kan met de bulldozer door het oncologisch landschap rijden en alles centraliseren in onpersoonlijke hypercentra waar niemand behalve de vele zorgmanagers zich nog thuis voelt, alle autonomie voor zorgverstrekkers wordt weggezogen en de beoogde winst in kwaliteit beperkt en enkel op papier te zien is. 

Of men kan het scalpel van de verfijnde chirurg hanteren, luisteren naar oncologen en andere medische specialismen uit grote én kleinere centra, gerichte oplossingen uitwerken die nabijheid en kwaliteit garanderen en vlotte doorverwijzing bij complexere kliniek. Men onderschat steeds weer de vele reeds bestaande en vaak uitstekende oncologische samenwerkingsverbanden tussen regionale en supraregionale ziekenhuizen. Bottom-up verbeteren en centraliseren vanuit het veld zelf versus blind top-down en technocratisch centraliseren. Het kan (4).

Als het gros van de oncologische zorgverstrekkers het gevoel krijgt overgeleverd te zijn aan rapporten, dan zal de uitkomst van al die centralisatiedrang geen bloeiend oncologisch zorglandschap zijn maar eerder een zorgwoestijn met slechts enkele oncologische oases. In de eerstelijnsgeneeskunde is deze regionale verwoestijning trouwens al een feit, en de zo gehypete New Deal van Minister Vandenbroucke zal volgens ons geen soelaas brengen, integendeel (5).

Op een moment dat de oncologische zorgvraag stilaan groter wordt dan het zorgaanbod denkt Minister Vandenbroucke best twee keer na of hij vanuit wantrouwen dan wel vertrouwen in zorgverstrekkers hervormt en verbetert.

Zo niet wordt de oncologische patiënt de dupe. 

Afgehaakte zorgverstrekkers vinden hun weg wel in nieuwe uitdagingen.

 

  1. (1) https://kce.fgov.be/en/publications/all-reports/organisation-of-care-for-adults-with-rare-cancers-and-cancers-with-complex-diagnosis-andor-treatment
  2. (2) https://www.oecd-ilibrary.org/social-issues-migration-health/landenprof…
  3. (3) https://kce.fgov.be/nl/over-ons/persberichten/overlevingskans-bij-slokdarm-en-maagkanker-stijgt-door-behandeling-in-ervaren-ziekenhuis-dus
  4. (4) https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/37537111/
  5. (5) https://www.medi-sfeer.be/nl/opinies/new-deal-no-big-deal-michel-creemers.html

 

Reacties

Thomas: dank voor dit opiniestuk; gezond verstand is altijd leuk om te lezen. Jammer dat het zo’n zeldzaamheid is in dit debat.

Demey wim

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.

Breed consortium van huisartsen én praktijkondersteuners tegen afschaffing Impulseo

 

De aangekondigde afbouw van Impulseo blijft voor grote ongerustheid zorgen, niet alleen bij huisartsen, maar ook bij praktijkverpleegkundigen, praktijkmedewerkers en patiënten.

In die mate dat er een heus consortium ontstaan is dat niet alleen uit de drie artsensyndicaten (ASGB, VAS en AADM) bestaat maar ook uit Domus Medica, stuurgroep Kafka, de universitaire huisartsencentra, de opleidingscentra, enz.

2026.109

Vlaamse regering schrapt ook ‘Bewegen op verwijzing'

 

Het stond de vorige weken wat in de schaduw van de afschaffing van Impulseo maar de besparingsdrift van de Vlaamse regering heeft nog een slachtoffer gemaakt: de ondersteuning voor ‘Bewegen op verwijzing’ stopt vanaf 2027.

Al even onbegrijpelijk als Impulseo want deze formule had nu eens succes, … of is dat net de reden misschien?

Je hebt als verwijzende arts in principe niet de opdracht om de betrokken patiënten op de hoogte te brengen, die taak komt de begeleidende coaches toe.

2026.108

Update afschaffing Impulseo: blinde bespaardrift, aanvang nog niet gekend

 

De situatie rond de stopzetting van Impulseo is bijzonder zorgwekkend.

Niet alleen kwam het nieuws vorige week totaal onverwacht, het is ondertussen ook komen vast te staan dat het puur om een blinde besparing zonder enig alternatief gaat.

Bovendien, en dat is al helemaal niet te begrijpen, is er nog steeds geen duidelijkheid over de vraag vanaf wanneer men nu precies gaat afschaffen.