Pseudonomenclatuur voor supplementen: vanaf 1 oktober 2024 (?)

2024.127

 

Op 18 september 2024 is een Verordening van het RIZIV gepubliceerd die pseudonomenclatuur invoert voor de zgn. 2de fase van de transparantie inzake ereloonsupplementen t.a.v. de ziekenfondsen.

Die transparantie heeft (enkel) betrekking op de elektronische facturatie van ambulante prestaties, zowel via e-Attest (= elektronisch factureren zonder derdebetaler) als e-Fact (= elektronisch factureren met toepassing van de derdebetaler). 

Een goed jaar geleden, meer bepaald op 1 september 2023, is de 1ste fase van deze transparantie in voege getreden. Die hield in dat niet-geconventioneerde artsen en gedeeltelijke geconventioneerde artsen het bedrag van de door hen aangerekende supplementen voor terugbetaalbare verstrekkingen op het e-getuigschrift (dat ze naar het ziekenfonds sturen) moeten vermelden.

Er werd toen echter meteen in een fase 2 voorzien die naast de terugbetaalbare verstrekkingen betrekking heeft op drie bijkomende categorieën:

  • * verstrekkingen die terugbetaalbaar zijn maar waarbij de voorwaarden voor terugbetaling niet (meer) vervuld zijn
  • * verstrekkingen die niet in aanmerking komen voor terugbetaling
  • * de kosten van materiaal, techniek of instrumentarium

 

Voor deze drie categorieën moest een Verordening in zgn. pseudocodes voorzien. Die Verordening is er nu. In principe treden deze nieuwe verplichtingen die gelden voor alle artsen (dus ook geconventioneerden) in voege op 1 oktober 2024. Dit echter enkel als de software die u gebruikt er al klaar voor is, lees: als de betrokken pseudocodes er al beschikbaar in zijn. Naar verluidt zou dat nog niet bij allemaal het geval zijn.

Hierna vindt u de integrale tekst van de nieuwe Verordening maar via deze link naar de RIZIV-website vindt u ook alle details terug: 

https://www.riziv.fgov.be/nl/professionals/individuele-zorgverleners/artsen/uitoefening-van-het-beroep/artsen-elektronische-facturatie-en-transparant-info-bezorgen-aan-de-ziekenfondsen

 

7 AUGUSTUS 2024. - Verordening tot vaststelling van de pseudocodes voor de aanvullende gegevens die door de artsen aan de verzekeringsinstellingen moeten overgemaakt worden

Het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering,
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 22, 11° en artikel 53, § 1, eerste lid, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 mei 2022;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 juni 2023 tot uitvoering van artikel 53, § 1, eerste, derde en vierde lid van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 1;
Gelet op het voorstel van de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen van 17 juni 2024;
Na erover te hebben beraadslaagd in zijn vergadering van 1 juli 2024,
Besluit :

Artikel 1. De bij deze verordening gevoegde lijst met pseudocodes ter uitvoering van artikel 1, derde "lid, van" het koninklijk besluit van 28 juni 2023 tot uitvoering van artikel 53, § 1, eerste, derde en vierde "lid, van" de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Art. 2. De verplichting om de aanvullende gegevens over te maken zoals bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 juni 2023, ontstaat op het moment waarop de pseudocodes, in bijlage bij deze verordening, beschikbaar zijn in de software die de overdracht van gegevens aan de verzekeringsinstellingen mogelijk maakt door middel van een elektronisch netwerk en dit uiterlijk op 1 oktober 2024.
Brussel, 7 augustus 2024.
De leidend ambtenaar,
M. Daubie
Directeur-generaal Geneeskundige verzorging
De voorzitster,
A. Kirsch


Bijlage bij de verordening van 7 augustus 2024 tot vaststelling van de pseudocodes voor de aanvullende gegevens die door de artsen aan de verzekeringsinstellingen moeten overgemaakt worden
Overdracht aan de Verzekeringsinstellingen van de gegevens bedoeld in artikel 53, § 1/2, van de GVU-w et in geval van elektronische facturatie met het oog op transparantie
Categorie 1
Het bedrag van supplementen voor verstrekkingen die aanleiding geven tot een tegemoetkoming van de verplichte verzekering.
Subcategorieën kunnen worden opgegeven via statistische recordcodes en geven een beeld van de beweegredenen waarvoor het supplement wordt aangerekend:
• 384075: supplement aangerekend voor de intellectuele meerinspanning
• 384090: supplement aangerekend voor een kost rechtstreeks gelinkt aan de verstrekking
• 384112: supplement voor een indirecte kost zonder rechtstreekse link met één verstrekking
• 384134: andere: een zuiver supplement zonder enige duiding
Categorie 2
Het volledige bedrag voor verstrekkingen die terugbetaalbaar zijn door de verplichte verzekering, maar waarvoor de voorwaarden voor een terugbetaling niet zijn voldaan.
384215: De verstrekking, de prestatie, het materiaal of hulpmiddel is onder een bepaalde nomenclatuurcode of een daarmee gelijkgestelde pseudocode gekend en wordt door een tegemoetkoming in de verplichte ziekteverzekering in de nomenclatuur geheel of gedeeltelijk vergoed, maar de vergoedingsvoorwaarden voor een tussenkomst in de verplichte ziekteverzekering zijn niet vervuld.
Categorie 3
Het volledige bedrag ten laste van de patiënt voor verstrekkingen die geen aanleiding geven tot een tegemoetkoming van de verplichte verzekering.
384230: De verstrekking betreft een door een zorgverstrekker geleverde verstrekking en is niet als verstrekking terug te vinden als nomenclatuurcode (inclusief gelijkgestelde) en er is geen tegemoetkoming in het kader van de verplichte ziekteverzekering die de geleverde prestatie of verstrekking geheel of gedeeltelijk vergoedt.
Categorie 4
Het bedrag voor materiaal, techniek of instrumentarium dat niet voor de terugbetaling in de verplichte verzekering in aanmerking komt en waarvoor geen nomenclatuurcode bestaat of waarbij de basisverstrekking wel voor terugbetaling in aanmerking komt.
384156: De verstrekking betreft een door een zorgverstrekker geleverd of gebruikt hulpmiddel, materiaal of instrument waarvoor geen nomenclatuurcode (inclusief gelijkgestelde) bestaat en er bestaat geen tegemoetkoming in het kader van de verplichte ziekteverzekering die het geleverde of gebruikte hulpmiddel, materiaal of instrument geheel of gedeeltelijk vergoedt: de kost voor materiaal.
384171: De verstrekking betreft een door een zorgverstrekker geleverd of gebruikt hulpmiddel, materiaal of instrument waarvoor geen nomenclatuurcode (inclusief gelijkgestelde) bestaat en er bestaat geen tegemoetkoming in het kader van de verplichte ziekteverzekering die het geleverde of gebruikte hulpmiddel, materiaal of instrument geheel of gedeeltelijk vergoedt: de kost voor anesthesie.
384193: De verstrekking betreft een door een zorgverstrekker geleverd of gebruikt hulpmiddel, materiaal of instrument waarvoor geen nomenclatuurcode (inclusief gelijkgestelde) bestaat en er bestaat geen tegemoetkoming in het kader van de verplichte ziekteverzekering die het geleverde of gebruikte hulpmiddel, materiaal of instrument geheel of gedeeltelijk vergoedt: de processingkosten van de verstrekking.
Gezien om gevoegd te worden bij de verordening van 7 augustus 2024 tot vaststelling van de pseudocodes voor de aanvullende gegevens die door de artsen aan de verzekeringsinstellingen moeten overgemaakt worden.

 

 

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.

 

2026.046

Gewijzigde toepassingsregel in de klinische biologie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB gepubliceerd over een gewijzigde toepassingsregel in de nomenclatuur klinische biologie die in voege zal treden op 1 juni 2026.

Het gaat om de schrapping van de verstrekking 552016-552020 uit het cumulverbod van de verstrekking 557314-557325.

  • * 552016 552020 Opzoeken van infectieuze agentia met een immunologische techniek
  • * 557314 557325 Opsporen van minstens het SARS-CoV-2 virus door middel van een techniek van moleculaire amplificatie