Opinie: "Stop met een systeem dat vertrekt uit wantrouwen en eindigt in pijn"

ASGB-BERICHT ASGB-bericht: 2026.025

Dr. Arnout Van Den Kieboom is huisarts en lid van het Bestuursorgaan van ASGB. Op zijn LinkedIn-pagina deelt hij regelmatig zijn visie of opinie over ons gezondheidssysteem en dit vanuit zijn eigen praktijk en ervaring, en over de grenzen waartegen hij soms aanloopt. Ook in deze post, over hoe een patiënt in een palliatieve context in een RVT door regeltjes onnodig op pijnmedicatie moest wachten. Dit is zijn opinie:

Vandaag was ik op huisbezoek in een RVT. Palliatieve patiënt. Broos lijf, maar mentaal nog helder. Iemand die nog zelf beslissingen kon nemen, nog zelf kon aangeven wat hij nodig had. Zelfbeschikkend, zoals we dat zo mooi nemen. In mensentaal: hij wist perfect wat er gaande was en had, als je hem de ruimte gaf, ook zijn eigen medicatie kunnen beheren. Hij had pijn. Oxynorm was voorgeschreven. Alleen…, het lag niet op zijn kamer. Hij had het niet bij zich. En dan begint het circus.

De zorgkundige zag het. Die stond erbij, hoorde het, voelde het, wou helpen. Maar mocht niet. Niet bevoegd. Dus moest er een verpleegkundige gezocht worden. Die was elders bezig, drie verdiepingen hoger.
Een uur later kreeg hij zijn pijnmedicatie.
Een uur. In een palliatieve context. Omdat de regel het zo zegt.

En dat is wat mij blijft achtervolgen: regels leven in een zwart-witwereld. Mag wel, mag niet. Handtekening hier, aftekenen daar. Maar een woonzorgcentrum is niet zwart-wit. Het is grijs. Het is elke dag opnieuw afwegen en inschatten. Het is werken met mensen die elkse allemaal anders zijn, met andere noden.

Je kan dus niet elke bewoner in een regel stoppen. Niet omdat regels nutteloos zijn, maar omdat ze nooit het hele verhaal omvatten. Neem deze patiënt. Hij was nog competent, helder en in staat om afspraken te maken maar mocht geen medicatie op de kamer. Toch werd hij behandeld alsof hij per definitie niets zelf kan en alsof iedereen rond hem per definitie niet te vertrouwen is. Resultaat: niemand durft nog verantwoordelijkheid nemen en de patiënt betaalt de prijs. Met pijn.

Wat hier fout liep, had niets te maken met onbekwaam personeel. Integendeel. Dit was een systeemfout. Een organisatie die zo hard inzet op nul risico en controle, dat ze vergeet waarvoor ze bestaat. Comfortzorg. Menswaardigheid. Snel kunnen handelen wanneer het nodig is.

En ja, ik snap het argument al: er mogen geen medicatiefouten gebeuren, er mogen geen verpakkingen kwijt geraken. Maar dat is het punt: voor de kleine minderheid waarbij het ooit misloopt, bouwen we een mechanisme dat iedereen gijzelt. De gemotiveerde mensen op de vloer, die wél kunnen nadenken. En de bewoners, die wél recht hebben op comfort en autonomie.

Ik kom in meerdere woonzorgcentra. Het verschil zit zelden in de mensen. Wel in de cultuur. In sommige instellingen is er ruimte voor gezond verstand en vertrouwen. In andere zit alles muurvast. Papier boven patiënt. Procedure boven comfort.

En dan hoor je zorgverleners zeggen: “Als ik dit nog tien jaar moet doen, dan stop ik ermee.”
Eerlijk? Ik begrijp dat. Volledig.

Misschien moet het management van de rvt iets radicaals proberen: Vertrouw uw verpleegkundigen. Vertrouw uw zorgkundigen. Geef ruimte om te handelen, zeker in palliatieve situaties. En als iemand dat vertrouwen misbruikt, pak dat gericht aan.
Maar stop met een systeem dat vertrekt vanuit wantrouwen en eindigt in pijn. Letterlijk.


Want regels zijn zwart-wit.


Een woonzorgcentrum is dat nooit.

2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.

 

2026.046

Gewijzigde toepassingsregel in de klinische biologie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB gepubliceerd over een gewijzigde toepassingsregel in de nomenclatuur klinische biologie die in voege zal treden op 1 juni 2026.

Het gaat om de schrapping van de verstrekking 552016-552020 uit het cumulverbod van de verstrekking 557314-557325.

  • * 552016 552020 Opzoeken van infectieuze agentia met een immunologische techniek
  • * 557314 557325 Opsporen van minstens het SARS-CoV-2 virus door middel van een techniek van moleculaire amplificatie