Vlaams Decreet Gegevensdeling.

ASGB-BERICHT 2013.184

Geachte Collega,

De Vlaamse regering blijkt te werken aan een decreet dat de “organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg” regelt. Het voorontwerp van dit decreet zit al in een ver stadium van besluitvorming, maar tot nu toe heeft de Vlaamse administratie het niet nodig gevonden om ons, als vertegenwoordigers van voorlopig zeker de belangrijkste verstrekkers en beheerders van deze gegevens, bij de ontwikkeling van dit decreet te betrekken.
Op eerder toevallige wijze (niet via de Vlaamse overheid!)kregen wij de tekst van het voorontwerp in handen. Wij hebben een brief aan Minister Vandeurzen geschreven om ons ongenoegen daarover uit te drukken. We hebben de Minister er nog eens op gewezen dat in Vlaanderen een structuur (en cultuur) ontbreekt om de representatieve artsenorganisaties actief aan het beleid te laten participeren, hetgeen ons zeer verontrust met het oog op de naderende staatshervorming, waarbij een groot aantal bevoegdheden (met bijbehorend grotendeels huisartsenbudget) naar de gewesten overgaat.
Tevens hebben we een nota met gedetailleerde kritiek op de verschillende punten in het Voorontwerp van decreet over de gegevensdeling aan Minister Vandeurzen gestuurd. Daarop werd dit onderwerp op de agenda van 13/11/13 gezet van het structureel overleg dat wij twee à drie maal per jaar met minister Vandeurzen hebben. Dat was de eerste keer dat de tekst van het voorontwerp officieel aan ons werd bezorgd!

Het voorontwerp van het decreet bevat een groot aantal zaken waar we het niet mee eens kunnen zijn:

  • Het beheer van het netwerk zal worden toevertrouwd aan een nieuw op te richten z.g. Extern Verzelfstandigd Agentschap, dat zeer veel bevoegdheden krijgt. Dit Agentschap wordt bestuurd door 19 bestuursleden, waarvan er maar zeven zorgverlener zijn (dus niet eens zeven artsen!), terwijl beslissingen met 2/3 meerderheid worden genomen.
  • Dit Agentschap kan b.v. de inhoud en de vorm van het medisch dossier bepalen.
  • Het delen van gegevens kan verplicht worden gesteld, op straffe van boetes.
  • Er is een onwerkbare paragraaf over schriftelijke toestemming van de patiënt.

 

We houden u zeker op de hoogte van de verdere ontwikkelingen in dit belangrijke dossier.

 

Met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

P.S. lees hierover ook de blog van ons bestuurslid Arnout Van Den Kieboom op de ASGB website.

 

 

Reacties

Essentieel bij de ontwikkeling van een 'gedeeld multidisciplinair dossier' is een opbouw die vanuit het werkveld vertrekt en finaal door de overheid in een decreet wordt gegoten. Bij het beheer moeten de zorgaanbieders (artsen, paramedici, apothekers, thuiszorg), patiënten-vertegenwoordigers en overheid gelijkwaardig betrokken zijn.
Een gedeeld MD dossier kan niet in globo ingekeken worden. Er mogen enkel relevante gegevens gedeeld worden en de lees- en schrijfrechten moeten gedifferentieerd en getrapt toegekend worden, steeds met toestemming van de patiënt. Er is een verschil in het delen van het stukje 'logboek' in het dossier, van het deel administratieve en werkingsinfo, het inhoudelijke (bv doelstellingen), het communicatieve (taakverdeling, afspraken) de verslagen enz., die elk op een andere manier moeten worden gedeeld met telkens verschillende zorgpartners.
Er moet een helpdesk zijn voor de gebruikers, een ombudsfunctie voor de patiënten en pas in laatste instantie een sanctieprocedure.
Als het werkveld niet betrokken wordt bij de uitwerking, het beheer en de evaluatie is mislukking gegarandeerd.

Dirk Wynant
2026.035

Corrigendum tarieven deel 11

 

Deel 11 betreft J. Inwendige geneeskunde ; K. Dermato-venereologie ; L. Pathologische anatomie.

Ingevolge een beslissing van de NCAZ op 9 maart 2026 wordt de sleutelletterwaarde van het dagplafond voor de geëvoceerde potentialen in de tabel ‘J. 6. Neuropsychiatrie’ aangepast vanaf 1 april 2026.

In de file als bijlage vindt u de nieuwe tarieven (aanpassingen in het vet).

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.