Zorgtrajecten

ASGB-BERICHT 2016.088

ASGB-bericht 2016.088/Zorgtrajecten
Geachte collega

In het BS van 20/7/2016 verschenen 2 KB’s i.v.m. de zorgtrajecten.
Verstrekkingen zoals hemo- en peritoneale dialyse, of het consult bij een gehospitaliseerde patiënt worden gelijkgeschakeld met een raadpleging voor wat betreft het vereiste jaarlijkse contact.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


Publicatie: 2016-07-20

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

1 JULI 2016. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 36, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1997 en de wet van 14 januari 2002
Gelet op het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten;
Gelet op het advies van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen, gegeven op 8 december 2014;
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 17 december 2014;
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gegeven op 22 december 2014;
Gezien de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging ;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 2 juni 2015;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 9 juli 2015;
Gelet op het advies nr. 59.319/2 van de Raad van State, gegeven op 18 mei 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten wordt een artikel 16/2 toegevoegd, luidend als volgt :
"Art. 16/2 Voor de toepassing van artikel 10 wordt voor de rechthebbenden bedoeld in artikel 3, 1° en 2°, als aanrekening van een raadpleging van de geneesheer-specialist eveneens in aanmerking genomen de aanrekening van het honorarium 599082 zoals bepaald in artikel 25 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. ».
Art. 2. In artikel 12 van hetzelfde koninklijk besluit wordt een derde lid toegevoegd, luidend als volgt :
"De tweede evaluatie wordt voor 31 december 2017 uitgevoerd."
Art. 3. In hetzelfde koninklijk besluit wordt een artikel 16/3 ingevoegd, luidend als volgt :
" Art 16/3 Voor de toepassing van artikel 10 wordt de aanrekening van een raadpleging van een geneesheer-specialist of van een van de prestaties bedoeld in het tweede of derde lid van dat artikel in
aanmerking genomen voor zover deze aanrekening gebeurt in de loop van het jaar voorafgaand aan de verjaardag van het begin van het zorgtraject of, bij wijze van uitzondering, in de loop van de zes maanden die volgen op die verjaardag."
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2015.
Art. 5. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 1 juli 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
M. DE BLOCK


FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

1 JULI 2016. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 36, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 25 april 1997 en de wet van 14 januari 2002;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten;
Gelet op het advies van de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen, gegeven op 8 oktober 2013;
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 13 november 2013;
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gegeven op 18 november 2013;
Gezien de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging ;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 25 april 2014;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 9 juli 2015;
Gelet op het advies nr. 59.320/2 van de Raad van State, gegeven op 18 mei 2016, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken, en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 2 van het koninklijk besluit van 21 januari 2009 tot uitvoering van artikel 36 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat betreft de zorgtrajecten worden de woorden "voor een initiële periode van vier jaar" opgeheven.
Art. 2. In artikel 9, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 4ter van het koninklijk besluit van 15 september 2006" vervangen door de woorden « artikel 9 van het koninklijk besluit van 23 maart 2012 ».
Art. 3. Het opschrift van hoofdstuk VII van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Forfaitaire honoraria voor de artsen en afschaffing van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden vanaf het tweede jaar van het zorgtraject ».
Art. 4. In artikel 10 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 5 juli 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in eerste lid, wordt de bepaling onder 3° vervangen als volgt :
« 3° na verloop van elk jaar na het tweede jaar te rekenen vanaf het begin van het zorgtraject zoals bedoeld in artikel 6, en op voorwaarde dat enerzijds in het voorgaande jaar twee raadplegingen of bezoeken door de huisartsen bedoeld in artikel 9, eerste lid, 1° of 2°, aan de rechthebbende werden aangerekend en anderzijds in het vorig jaar een raadpleging werd aangerekend door een geneesheer-specialist zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, 3°, voor de rechthebbenden met een pathologie zoals bedoeld in artikel 3, 1°, en door een geneesheer-specialist zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, 4°, voor de rechthebbenden zoals bedoeld in artikel 3, 2°, betaalt de verzekeringsinstelling het forfaitair honorarium zoals bedoeld in artikel 11 voor het volgende jaar aan de huisarts en de geneesheer-specialist binnen de dertig dagen na de verjaardag van het begin van het zorgtraject en verlengt ze de periode waarover de rechthebbende geen persoonlijk aandeel verschuldigd is op de honoraria bedoeld in artikel 9, tot het einde van het volgende kalenderjaar. »;
b) wordt het tweede lid vervangen als volgt :
« Voor de rechthebbenden bedoeld in artikel 3, 2°, wordt als aanrekening van een raadpleging van de geneesheer-specialist eveneens in aanmerking genomen de aanrekening :
1° van een forfait voor hemodialyse met de code 761272-761283 of 761515-761526 zoals bepaald volgens het koninklijk besluit van 23 juni 2003 tot uitvoering van artikel 71bis, §§ 1en 2 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
2° van het honorarium voor de prestatie 470433-470444 of 470374-470385 zoals bepaald in artikel 20 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
Voor de rechthebbenden bedoeld in artikel 3, 1° en 2°, wordt als aanrekening van een raadpleging van de geneesheer-specialist eveneens in aanmerking genomen de aanrekening van de honoraria voor de prestaties 598404, 598146, 598706,598205,598721, 598743, 599782, 599804, 597763, 599384, 598323, 599406, 599421, 597785 zoals bepaald in artikel 25 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. ».
Art. 5. In artikel 11, §§ 1 en 2, van hetzelfde besluit worden de woorden « voor het tweede, derde en vierde jaar » vervangen door de woorden « vanaf het tweede jaar ».
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16/1 ingevoegd, luidende :
« Art. 16/1. De verzekeringsinstelling brengt de rechthebbende, de huisarts en de geneesheer-specialist binnen de maand schriftelijk op de hoogte van de vaststelling dat niet is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 10.
In dat geval kan met de rechthebbende een nieuw zorgtrajectcontract gesloten worden. ».
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 juni 2009.
Art. 8. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 1 juli 2016.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
M. DE BLOCK

2026.034

De CAR-T saga, of hoe een dossier mismeesterd kan worden

 

CAR-T (Chimeric Antigen Receptor T-cell therapy) is een geavanceerde en gepersonaliseerde vorm van immuuntherapie. T-cellen worden via aferese uit het bloed gehaald, vervolgens in een labo genetisch bewerkt met het inbouwen van een chimere antigeenreceptor en na een voorbehandeling van de patiënt met chemotherapie (bridging) via een infuus teruggegeven. De bedoeling is dat op die manier specifieke eiwitten op kankercellen herkend worden waarna die vernietigd worden. 

2026.033

OPINIE: Wat het DGEC-rapport over 2025 ons (en hopelijk ook de minister) leert

 

Vooreerst zien we in de tabel op blz. 9 (zie pdf als bijlage bij dit bericht) dat er 46 controle-onderzoeken tegen artsen werden afgerond in 2025. Of die 46 onderzoeken ook 46 afzonderlijke individu’s betroffen, weten we niet, er zouden tegen één en dezelfde arts meerdere dossiers geweest kunnen zijn, maar dat laten we in het midden.

2026.032

Terugbetaling hadrontherapie met twee jaar verlengd (tot 30 april 2028)

 

De terugbetaling van behandelingen uitgevoerd in een gespecialiseerd centrum voor hadrontherapie, gebeurt via een specifieke procedure uit artikel 56 van de GVU-wet.

Het KB dat deze procedure concretiseert, loopt af op 30 april 2026. 

Via een nieuw KB, gepubliceerd op 17 maart 2026, wordt de terugbetaling verlengd met nog eens twee jaar, tot 30 april 2028.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het op 17 maart 2026 gepubliceerde KB. Als bijlage bij dit bericht vindt u de onderliggende nota van het Verzekeringscomité.