Bijzondere verpleegkundige beroepstitel en bekwaamheid geriatrie

ASGB-BERICHT 2007.130

ASGB - vzw

Aangesloten bij de Konfederatie der Belgische Geneesheren 

Antwerpsesteenweg 18

2630 Aartselaar

Tel. 03/238.49.48

Fax 03/216.30.64

Email asgb@telenet.be

Web www.asgb.be

 
TER INFORMATIE

ASGB-bericht2007.130/Bijzondere verpleegkundige beroepstitel en bekwaamheid geriatrie -15 juni 2007
 
Geachte Collega,



In het BS van 8/6/2007 verschenen MB's i.v.m. de bijzondere verpleegkundige beroepstitel en bekwaamheid in de geriatrie.



met collegiale groeten, het ASGB-bestuur.

 


Publicatie: 2007-06-08

                                                                            

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN  

EN LEEFMILIEU                                

                                                                         

19 APRIL 2007. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden de bijzondere beroepstitel te dragen van verpleegkundige gespecialiseerd in         geriatrie
 
De Minister van Volksgezondheid,

Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, inzonderheid op artikel 35sexies ;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 september 2006 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden voor de beoefenaars van de verpleegkunde, met inzonderheid op het artikel 1, 4;

Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Verpleegkunde, gegeven op 20 juni 2006;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 augustus 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 30 maart 2007;

Gelet op het advies 41.661/3 van de Raad van State, gegeven op 6 december 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder de Erkenningscommissie : de erkenningscommissie van de Nationale Raad voor Verpleegkunde, zoals omschreven in artikel 21septiesdecies, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

HOOFDSTUK II. - Criteria voor het verkrijgen van de erkenning

als verpleegkundige gespecialiseerd in de geriatrie

Art. 2. Wie erkend wenst te worden om de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de geriatrie te dragen :

- is houder van het diploma, de graad of de titel van gegradueerde verpleegkundige of van Bachelor in de verpleegkunde, en

- heeft met vrucht een aanvullende opleiding of specialisatie in de geriatrie gevolgd die beantwoordt aan de vereisten vermeld in artikel 3.

Art. 3. § 1. De in artikel 2 bedoelde aanvullende opleiding of specialisatie omvat een theoretisch en een praktisch gedeelte.

§ 2. Het theoretische gedeelte omvat minstens 450 effectieve uren en minstens de volgende domeinen behandelt :

1° Verpleegkundige wetenschappen :

• Verpleegkundige zorg op maat van de oudere : principes en oefeningen :

- somatische, psychische, functionele en sociale aspecten van geriatrische verpleegkundige zorg;

- preventie en readaptatie, revalidatie;

- tiltechniek en ergonomie.

• Deontologie en ethiek.

• Methodologie van het toegepast onderzoek inzake geriatrie.

• Stervensbegeleiding en palliatieve zorg.

• Organisatie en beheer van gespecialiseerde diensten.

• Apparatuur en materiaal gebruikt in de geriatrie (manipulatie van protheses, ortheses en vervangmateriaal).

• Gezondheidsvoorlichting en -opvoeding.

2° Biomedische wetenschappen :

• Anatomo-fysiologie.van het ouder worden.

• Geriatrische psychopathologie.

• Pathologie en geriatrische therapie.

• Farmacologie.

• Voeding en dieetleer.

3° Sociale en menswetenschappen :

• Gerontologie.

• Specifieke wet- en regelgeving.

• Gezondheidsbeleid in de ouderenzorg.

• Communicatie met en de relatie tussen zorgverlener en patiënt.

§ 3. Het praktische gedeelte omvat ten minste 450 effectieve uren in domeinen van de ouderenzorg, en dit in een erkende geriatrische dienst en/of in de domeinen specifiek gericht tot de ouderenzorg, waaronder, ten minste :

- 100 uren in een geriatrische dienst;

- 100 uren in een gespecialiseerde dienst in psychogeriatrische aandoeningen;

- 200 uren te verspreiden tussen het institutioneel (rustoord, een rust- en verzorgingstehuis, een dagzorgcentrum en dagopvangcentrum) en de thuisverzorging (diensten voor thuisverpleging en geïntegreerde diensten voor thuisverzorging).

De resterende uren kunnen in een van de bovenvermelde domeinen uitgeoefend worden of in een ander domein van zorgen aan, onder andere, ouderen.

HOOFDSTUK III. - Voorwaarden om de bijzondere beroepstitel

van verpleegkundige gespecialiseerd in de geriatrie te behouden

Art. 4. De bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de geriatrie wordt toegekend voor onbepaalde duur, maar het behoud ervan is aan voorwaarden onderworpen :

1° De verpleegkundige volgt een permanente vorming met betrekking tot geriatrische zorg teneinde de verpleegkundige zorg te kunnen verstrekken overeenkomstig de huidige evolutie van de verpleegkundige wetenschap en aldus zijn kennis en bekwaamheid te onderhouden en te ontwikkelen in minstens drie van de domeinen bedoeld in artikel 3, § 2.

Deze permanente vorming moet minstens 60 effectieve uren per periode van 4 jaar omvatten.

2° De verpleegkundige heeft gedurende de afgelopen vier jaar minimum 1 500 effectieve uren zijn functie uitgeoefend in een erkende geriatrische dienst en/of in de zorgdomeinen al dan niet specifiek gericht tot ouderen.

Art. 5. De documenten die aantonen dat de permanente vorming is gevolgd en dat de verpleegkunde binnen in een erkende geriatrische dienst en/of in de zorgdomeinen al dan niet specifiek gericht tot ouderen is uitgeoefend, worden door de houder van de bijzondere beroepstitel gespecialiseerd in de geriatrie gedurende 4 jaar bewaard. Deze elementen kunnen te allen tijde worden meegedeeld op verzoek van de Erkenningscommissie of de persoon die met de controle van het dossier van de betrokken verpleegkundige is belast.

HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden om de bijzondere beroepstitel

van verpleegkundige gespecialiseerd in de geriatrie opnieuw te verkrijgen

Art. 6. Als sanctie om de bijzondere beroepstitel opnieuw te verkrijgen, wordt 20 procent van het door de Minister gevraagde aantal uren gevolgd bovenop de door de Minister opgelegde uren permanente vorming per bijzondere beroepstitel.

HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen

Art. 7. In afwijking van artikel 2 kan de gegradueerde verpleegkundige of de Bachelor in de verpleegkundige zorgen erkend worden om de bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de geriatrie te dragen, op voorwaarde dat hij aan volgende voorwaarden voldoet :

- op 30 september 2010 de functie van verpleegkundige gedurende minstens twee jaar voltijds equivalent uitgeoefend hebben, in een erkende geriatrische dienst (kenletter G) in een dagziekenhuis voor de geriatrische patiënt of in een erkende dienst met kenletter Sp voor psychogeriatrische aandoeningen;

- het bewijs leveren dat hij met vrucht een bijkomende opleiding voor minimum 150 effectieve uren in de drie domeinen van de ouderenzorg die in artikel 3, § 2 opgenomen worden, tegen 30 september 2010;

- zijn schriftelijke aanvraag bij de Erkenningscommissie ingediend hebben om van de overgangsmaatregelen te genieten, ten laatste op 31 december 2010.

HOOFDSTUK VI. - Inwerkingtreding

Art. 8. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de vierde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Brussel, 19 april 2007.

R. DEMOTTE


Publicatie: 2007-06-08
 
FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN  

EN LEEFMILIEU                                

                                                                         

19 APRIL 2007. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de criteria voor erkenning waarbij de beoefenaars van de verpleegkunde gemachtigd worden  zich te beroepen op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige

met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie

De Minister van Volksgezondheid,

Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, inzonderheid op artikel 35sexies, ingevoegd bij de wet van 19 december 1990;

Gelet op het koninklijk besluit van 27 september 2006 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels en bijzondere beroepsbekwaamheden voor de beoefenaars van de verpleegkunde, inzonderheid op artikel 2, 2;

Gelet op het advies van de Nationale Raad voor Verpleegkunde, gegeven op 20 juni 2006;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 24 augustus 2006;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting van 30 maart 2007;

Gelet op het advies 41.676/3 van de Raad van State, gegeven op 6 december 2006, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State,

Besluit :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder de Erkenningscommissie : de erkenningscommissie van de Nationale Raad voor Verpleegkunde, zoals omschreven in artikel 21septiesdecies, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001.

HOOFDSTUK II. - Criteria voor het verkrijgen van de erkenning

als verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie

Art. 2. Wie erkend wenst te worden om zich op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in geriatrie te kunnen beroepen :

- is houder van het diploma, de graad of de titel van gebrevetteerde of gegradueerde verpleegkundige, of van Bachelor in de verpleegkunde, en

- heeft met vrucht een bijkomende opleiding in de geriatrie gevolgd die beantwoordt aan de vereisten vermeld in artikel 3.

Art. 3. De in artikel 2 bedoelde bijkomende opleiding omvat een theoretisch gedeelte van minstens 150 effectieve uren, in de drie onderstaande domeinen :

1° Verpleegkundige wetenschappen :

• Verpleegkundige zorg op maat van de oudere : principes en oefeningen :

- somatische, psychische, functionele en sociale aspecten van geriatrische verpleegkundige zorg;

- preventie en readaptatie, revalidatie;

- tiltechniek en ergonomie.

• Deontologie en ethiek.

• Methodologie van het toegepast onderzoek inzake geriatrie.

• Stervensbegeleiding en palliatieve zorg.

• Organisatie en beheer van gespecialiseerde diensten.

• Apparatuur en materiaal gebruikt in de geriatrie (manipulatie van protheses, ortheses en vervangmateriaal).

• Gezondheidsopvoeding en -voorlichting.

2° Biomedische wetenschappen :

• Anatomo-fysiologie van het ouder worden.

• Geriatrische psychopathologie.

• Pathologie en geriatrische therapie.

• Farmacologie.

• Voeding en dieetleer.

3° Sociale en menswetenschappen :

• Gerontologie.

• Specifieke wet- en regelgeving.

• Gezondheidsbeleid in de ouderenzorg.

• Communicatie met en de relatie tussen zorgverlener en patiënt.

HOOFDSTUK III. - Voorwaarden om de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in geriatrie te behouden

Art. 4. De bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in geriatrie wordt toegekend voor onbepaalde duur, maar het behoud ervan is aan voorwaarden onderworpen :

1° De verpleegkundige volgt een permanente vorming met betrekking tot geriatrische zorg teneinde de verpleegkundige zorg te kunnen verstrekken overeenkomstig de huidige evolutie van de verpleegkundige wetenschap en aldus zijn kennis en bekwaamheid te onderhouden en te ontwikkelen in de drie domeinen bedoeld in artikel 3.

Deze permanente vorming omvat minstens 60 effectieve uren per periode van 4 jaar.

2° De verpleegkundige heeft gedurende de afgelopen vier jaar minimum 1500 effectieve uren zijn functie uitgeoefend in een erkende geriatrische dienst en/of in een zorgdomein al dan niet specifiek gericht tot ouderen.

Art. 5. De documenten die aantonen dat de permanente vorming is gevolgd en dat de verpleegkunde binnen een erkende geriatrische dienst en/of in een zorgdomein al dan niet specifiek gericht tot ouderen, is uitgeoefend, worden gedurende 4 jaar door de houder van de bijzondere beroepsbekwaamheid met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie bewaard. Deze elementen kunnen te allen tijde worden meegedeeld op verzoek van de Erkenningscommissie of de persoon die met de controle van het dossier van de betrokken verpleegkundige is belast.

HOOFDSTUK IV. - Voorwaarden

om de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige

met een bijzondere deskundigheid in geriatrie opnieuw te verkrijgen

Art. 6. Als sanctie om de bekwaamheid opnieuw te verkrijgen, wordt 20 procent van het door de Minister gevraagde aantal uren gevolgd bovenop de door de Minister opgelegde uren permanente vorming per bijzondere beroepsbekwaamheid.

HOOFDSTUK V. - Overgangsbepalingen

Art. 7. In afwijking van artikel 2 kan de gebrevetteerde, gediplomeerde of gegradueerde verpleegkundige of van Bachelor in de verpleegkundige zorgen erkend worden om zich op de bijzondere beroepsbekwaamheid van verpleegkundige met een bijzondere deskundigheid in de geriatrie te beroepen, op voorwaarde dat hij beantwoordt aan volgende voorwaarden :

- op 30 september 2010 de functie van verpleegkundige gedurende minstens twee jaar voltijds equivalent uitgeoefend hebben, in een erkende geriatrische dienst (kenletter G) in een dagziekenhuis voor de geriatrische patiënt of in een erkende dienst met kenletter Sp voor psychogeriatrische aandoeningen;

- het bewijs leveren dat hij met vrucht een bijkomende opleiding gevolgd heeft van minimum 50 effectieve uren in de drie domeinen van de ouderenzorg die in artikel 3 opgenomen worden, ten laatste op 30 september 2010;

- ten laatste op 31 december 2010, zijn schriftelijke aanvraag bij de Erkenningscommissie ingediend hebben om van de overgangsmaatregelen te genieten.

HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding

Art. 8. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de vierde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Brussel, 19 april 2007.

R. DEMOTTE

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: