Beschikbaarheidshonorarium specialisten

ASGB-BERICHT 2009.040

 

Geachte Collega,

 

Het ASGB heeft in de werkgroep inwendige ziekten van de TGR het verzoek ingediend om het beschikbaarheidshonorarium voor psychiaters (of neuropsychiaters) en neurologen (of neuropsychiaters) te ontdubbelen.

Rationale om dit prioritair te doen is art 10§1 van het KB van 27 APRIL 1998.houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « gespecialiseerde spoedgevallenzorg » moet voldoen om erkend te worden:

 

Art. 10. § 1. De geneesheer die de permanentie waarneemt moet d.m.v. vooraf opgestelde modaliteiten te allen tijde minstens beroep kunnen doen op :

1° een geneesheer-specialist in de inwendige geneeskunde,

2° een geneesheer-specialist in de heelkunde;

3° een geneesheer-specialist in de anesthesiologie en reanimatie,

4° een geneesheer-specialist in de röntgendiagnose;

5° een geneesheer-specialist in de pediatrie,

6° een geneesheer-specialist in de orthopedische heelkunde,

7° een geneesheer-specialist in de gynaecologie-verloskunde;

8° een geneesheer-specialist in de otorhinolaryngologie;

9° een geneesheer-specialist in de oftalmologie;

10° een geneesheer-specialist in de psychiatrie of de neuropsychiatrie;

11° een geneesheer-specialist in de neurologie of de neuropsychiatrie.

 

Vermits dit KB bepaalt dat béide specialismen moeten kunnen opgeroepen worden is het logisch dat hen beide een beschikbaarheidshonoraium wordt toegekend.

Onze redenering werd gevolgd en opgenomen in het akkoord 2009-2010. Een bedrag van 2,025 miljoen werd daarvoor voorzien.

Tijdens de vergadering van de NCGZ van 9/2/09 werd het ontwerp-KB daarvoor goedgekeurd.

 

In dit zelfde ontwerp-KB wordt verder bepaald dat een arts slechts 1x per wachtperiode een beschikbaarheidshonorarium kan aanrekenen ook al is hij voor verschillende ziekenhuizen van wacht. Volgens het Riziv werd dit door sommige specialisten tot 4x voor eenzelfde periode in rekening gebracht. Zowel het ASGB als de BVAS hebben zich akkoord verklaard om dit KB retrograad te laten in voege gaan zodat de te veel betaalde sommen kunnen worden teruggevorderd.

 

De vraag bestaat om dit beschikbaarheidshonorarium ook in te voeren voor diverse andere disciplines, wat ons op het eerste gezicht ook logisch lijkt. Buiten de hierboven genoemde disciplines zijn er echter geen andere die verplicht beschikbaar moeten zijn en bovendien moet voor elke bijkomende discipline 2 miljoen extra voorzien worden. Om die reden besliste de NCGZ om hiermee voorlopig te wachten en het volledige systeem van permanentie en beschikbaarheid in de ziekenhuizen eerst te herevalueren.

 

Met collegiale groeten, het ASGB-bestuur.

2026.115

Update Impulseo: premie voor (loon)kosten 2026 blijft gevrijwaard

 

Het gezamenlijke initiatief van huisartsen en praktijkondersteuners heeft na overleg met het kabinet van minister Gennez een eerste succes geboekt.

De Impulseo-premie voor de loonkosten van 2026 blijft behouden en wordt in 2027 nog uitbetaald.

Tegelijk lanceren de betrokken organisaties, waaronder dus het ASGB,  een bevraging om de impact van de geplande afschaffing van Impulseo in kaart te brengen.

 

 

2026.114

Informatiecampagne RIZIV over GMD: wat is dat daar over arbeidsongeschiktheid?

 

Op 23 oktober jl. heeft het RIZIV een brief gestuurd naar de huisartsen om het belang van het GMD nog eens te kaderen (zie pdf als bijlage).

In die brief stond ook een passage over het feit dat vanaf 2027 het GMD onmisbaar zal zijn bij het attesteren van arbeidsongeschiktheid.

Die passage heeft blijkbaar voor heel wat verwarring en ongerustheid gezorgd, zo maken wij op uit (heel wat) reacties die we hebben ontvangen.

Vandaar dat we één en ander willen verduidelijken.

2026.113

Nieuwe regels voor terugbetaling dermatochalasis (oftalmologie)

 

Op 28 oktober 2026 werd een KB van 8 oktober 2026 gepubliceerd dat aangepaste regels invoert voor de terugbetaling van dermatochalasis (245733-245744 Plastie voor dermatochalasis van het bovenste ooglid, per ooglid" N 200).

Deze nieuwe regels die in voege treden vanaf 1 december 2026, zouden aldus een onderliggende nota van het Verzekeringscomité objectiever en betrouwbaarder moeten zijn dan de huidige criteria.