Statuut HAIO*

ASGB-BERICHT 2009.168

v:* {behavior:url(#default#VML);}
o:* {behavior:url(#default#VML);}
w:* {behavior:url(#default#VML);}
.shape {behavior:url(#default#VML);}

Normal
0

21

false
false
false

NL-BE
X-NONE
X-NONE

MicrosoftInternetExplorer4

/* Style Definitions */
table.MsoNormalTable
{mso-style-name:Standaardtabel;
mso-tstyle-rowband-size:0;
mso-tstyle-colband-size:0;
mso-style-noshow:yes;
mso-style-priority:99;
mso-style-qformat:yes;
mso-style-parent:"";
mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt;
mso-para-margin:0cm;
mso-para-margin-bottom:.0001pt;
mso-pagination:widow-orphan;
font-size:11.0pt;
font-family:"Calibri","sans-serif";
mso-ascii-font-family:Calibri;
mso-ascii-theme-font:minor-latin;
mso-fareast-font-family:"Times New Roman";
mso-fareast-theme-font:minor-fareast;
mso-hansi-font-family:Calibri;
mso-hansi-theme-font:minor-latin;
mso-bidi-font-family:"Times New Roman";
mso-bidi-theme-font:minor-bidi;}

Geachte Collega,



In het BS van 18/8/09 verscheen een MB met de medische activiteitsbepaling van de HAIO's.



Met collegiale groeten, het ASGB-bestuur.


cid:1__=4EBBFC85DFD6DDE38f9e8a93df9386909@GZA.BE

cid:1__=4EBBFC85DFD6DDE38f9e8a93df9386909@GZA.BE

cid:1__=4EBBFC85DFD6DDE38f9e8a93df9386909@GZA.BE

 

 

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU

17 JULI 2009. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de medische activiteiten van de kandidaat-huisarts, tijdens de stageperiodes bij een erkende stagemeester, in het kader van de specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde

De Minister van Volksgezondheid,

Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, artikel 35sexies, ingevoegd bij de wet van 19 december 1990;

Gelet op het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor de erkenning van geneesheren-specialisten en huisartsen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 13 maart 1985, 12 augustus 1985, 13 juni 1986, 16 maart 1999 en 26 mei 1999;

Gelet op het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de opdrachten verleend aan huisartsenkringen;

Gelet op het ministerieel besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van huisartsen;

Gelet op het advies van de Hoge Raad van Geneesheren-Specialisten en van Huisartsen, gegeven op 10 maart 2009;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën gegeven op 2 april 2009;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 7 juli 2009;

Gelet op het advies nr. 46.975,3 van de Raad van State, gegeven op 14 juli 2009,

Besluit :

Artikel 1. Tijdens de duur van zijn opleiding moet de kandidaat-huisarts zijn medische activiteit beperken tot de in huidige besluit bedoelde activiteiten.

Art. 2. Tijdens de stageperiodes die voltijds worden uitgeoefend bij een erkende stagemeester, in het kader van de specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde, presteert de kandidaat huisarts minstens 38 en maximaal 48 uren per week in de praktijk van zijn stagemeester en totaliseert per opleidingsjaar, gemiddeld tussen 10 en 15 patiëntcontacten per voltijdse dag van prestatie. In dit urentotaal zijn de permanenties overdag, de overlegseminaries van medische casussen, de verplichte opleidingsperiodes en de specifieke medische activiteiten bedoelde in artikel 3 begrepen, met uitzondering van de in artikel 4 bedoelde wachtdiensten.

Art. 3. Met de voorafgaande toestemming van zijn stagemeester en de gunstige beslissing van de Minister van Volksgezondheid die zich uitspreekt na advies van de bevoegde kamer van de Erkenningscommissie voor huisartsen overeenkomstig de artikelen 13 en volgende van het koninklijk besluit van 21 april 1983 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialisten en van huisartsen, mag de kandidaat huisarts, in het kader van zijn opleiding, tijdens de in artikel 2 bedoelde stages, specifieke medische activiteiten uitoefenen die rechtstreeks verband houden met de huisartsgeneeskunde.

De volgende activiteiten worden op limitatieve wijze beschouwd als specifieke medische activiteiten : huisartsenwachtdiensten uitgevoerd door de kandidaat-huisarts bovenop het minimum van 120 uur bedoeld in artikel 4, § 1, activiteiten in de bloedtransfusiecentra, in de plaatselijke bureaus van Kind en Gezin, in de centra voor preventieve gezondheidszorg, in de centra voor gezinsplanning, en medewerking aan wetenschappelijk onderzoek betreffende de huisartsgeneeskunde of de eerstelijnsgezondheidszorg aan universitaire centra voor huisartsgeneeskunde of in het kader van een project van een wetenschappelijke vereniging van huisartsen

In het kader van zijn opleiding mogen deze specifieke medische activiteiten door de kandidaat huisarts enkel worden uitgeoefend onder het toezicht van zijn stagemeester. Dit toezicht gebeurt op de volgende wijze :

1° De stagemeester moet, op zijn minst telefonisch, op elk moment beschikbaar zijn voor advies

2° In geval van afwezigheid van de stagemeester, kan deze het toezicht, zoals hierboven bepaald, toevertrouwen aan een andere stagemeester of aan een erkend huisarts die verantwoordelijk is binnen de instelling waar de specifieke medische activiteiten worden uitgeoefend en waarvan de naam wordt vermeld in de opleidingsovereenkomst.

Art. 4. § 1. In het kader van zijn opleiding presteert de kandidaat-huisarts die in opleiding is in de praktijk van een huisarts, erkend als stagemeester door de Minister die Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, per jaar opleiding minstens 120 uur weekendwachtdienst als huisarts, georganiseerd overeenkomstig de bepalingen uit het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de opdrachten verleend aan huisartsenkringen.

Voor alle huisartsenwachtdiensten uitgevoerd door de kandidaat-huisarts, inbegrepen deze bovenop dit minimum van 120 uur wordt een attest opgesteld waarop vermeld staat hoeveel uren wachtdienst werden verricht. Dit attest wordt ondertekend door de verantwoordelijke van de lokale wachtdienst en wordt bij de documenten gevoegd die ingediend moeten worden aan het einde van ieder opleidingsjaar.

§ 2. Voor iedere periode van 24 uur huisartsenwachtdienst bedoeld in § 1 die werd gepresteerd door de kandidaat-huisarts, heeft deze recht, op de dag na de bedoelde wachtdienst, op een recuperatieperiode van 4 uur te berekenen op het urentotaal bedoeld in artikel 2.

Art. 5. Artikelen 2 en 3 zijn enkel van toepassing op de kandidaat-huisartsen die de in artikel 2 bedoelde stages aanvatten na de inwerkingtreding van die artikels.

De kandidaat-huisartsen die hun in artikel 2 bedoelde stage hebben aangevat voor de inwerkingtreding van artikelen 2 en 3, kunnen er bij elke nieuwe overeenkomst die wordt afgesloten in verband met een stage bedoeld in artikel 2 voor kiezen dat die artikels op hen van toepassing zouden zijn. In dat geval worden artikelen 2 en 3 op hen van toepassing tot op het einde van hun specifieke opleiding in de huisartsgeneeskunde.

Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2009.

Brussel, 17 juli 2009.

Mevr. L. ONKELINX

2026.115

Update Impulseo: premie voor (loon)kosten 2026 blijft gevrijwaard

 

Het gezamenlijke initiatief van huisartsen en praktijkondersteuners heeft na overleg met het kabinet van minister Gennez een eerste succes geboekt.

De Impulseo-premie voor de loonkosten van 2026 blijft behouden en wordt in 2027 nog uitbetaald.

Tegelijk lanceren de betrokken organisaties, waaronder dus het ASGB,  een bevraging om de impact van de geplande afschaffing van Impulseo in kaart te brengen.

 

 

2026.114

Informatiecampagne RIZIV over GMD: wat is dat daar over arbeidsongeschiktheid?

 

Op 23 oktober jl. heeft het RIZIV een brief gestuurd naar de huisartsen om het belang van het GMD nog eens te kaderen (zie pdf als bijlage).

In die brief stond ook een passage over het feit dat vanaf 2027 het GMD onmisbaar zal zijn bij het attesteren van arbeidsongeschiktheid.

Die passage heeft blijkbaar voor heel wat verwarring en ongerustheid gezorgd, zo maken wij op uit (heel wat) reacties die we hebben ontvangen.

Vandaar dat we één en ander willen verduidelijken.

2026.113

Nieuwe regels voor terugbetaling dermatochalasis (oftalmologie)

 

Op 28 oktober 2026 werd een KB van 8 oktober 2026 gepubliceerd dat aangepaste regels invoert voor de terugbetaling van dermatochalasis (245733-245744 Plastie voor dermatochalasis van het bovenste ooglid, per ooglid" N 200).

Deze nieuwe regels die in voege treden vanaf 1 december 2026, zouden aldus een onderliggende nota van het Verzekeringscomité objectiever en betrouwbaarder moeten zijn dan de huidige criteria.