Planning medisch aanbod*

ASGB-BERICHT 2010.153

Geachte Collega,



In het BS van 11/6/2010 verscheen een KB tot wijziging van het KB betreffende de planning van het medisch aanbod.



met collegiale groeten, het ASGB-bestuur 


Publicatie: 2010-06-11



FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIIEU



ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, artikel 35novies § 1, 1° en 3°, ingevoegd bij de wet van 29 april 1996 en vervangen bij de wet van 24 november 2004 houdende maatregelen inzake gezondheidszorg en artikel 35ter, ingevoegd bij de wet van 19 december 1990 en gewijzigd bij de wetten van 6 april 1995, 17 maart 1997, 10 augustus 2001 en 13 december 2006 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde, gewijzigd bij de Koninklijke besluiten van 22 juni 1993, 8 november 1995, 12 maart 1997, 11 april 1999, 15 oktober 2001, 7 januari 2002, 17 februari 2002, 30 september 2002, 17 februari 2005, 10 augustus 2005, 8 maart 2006, 24 mei 2006, 15 september 2006 en 11 mei 2007;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 juni 2008 betreffende de planning van het medisch aanbod;

Gelet op de adviezen van de Planningscommissie - medisch aanbod, gegeven op 16 juni 2009;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 5 februari 2010;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 31 maart 2010;

Gelet op het advies nr. 48.081/3 van de Raad van State, gegeven op 27 april 2010;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. Artikel 4 van het koninklijk besluit van 12 juni 2008 betreffende de planning van het medisch aanbod wordt vervangen als volgt :

« Art. 4. Voor elk in artikel 3 bedoelde jaar, moet het aantal geattesteerde kandidaten dat toegang heeft tot een opleiding leidend tot één van de voornoemde beroepstitels omvatten :

1° voor de jaren 2008 tot en met 2014 minstens 300 geattesteerde kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van huisarts, waaronder minstens 180 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 120 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap;

2° voor het jaar 2015 minstens 360 geattesteerde kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van huisarts, waaronder minstens 216 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 144 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap;

3° voor de jaren 2016 tot en met 2018 minstens 400 geattesteerde kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van huisarts, waaronder minstens 240 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 160 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap;

4° voor de jaren 2008 tot en met 2018 minstens 20 geattesteerde kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de kinder- en jeugdpsychiatrie, waaronder minstens 12 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 8 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap;

5° voor de jaren 2008 en 2009 minstens 10 geattesteerde kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, waaronder minstens 6 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 4 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap;

6° voor de jaren 2010 tot en met 2018 minstens 20 geattesteerde kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de acute geneeskunde, waaronder minstens 12 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 8 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap;

7° voor de jaren 2008 en 2009 minstens 5 geattesteerde kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, waaronder minstens 3 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 2 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap;

8° voor de jaren 2010 tot en met 2018 minstens 10 geattesteerde kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de urgentiegeneeskunde, waaronder minstens 6 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 4 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap;

9° voor de jaren 2010 tot en met 2018 minstens 20 geattesteerde kandidaten die toegang hebben tot een opleiding leidend tot de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de geriatrie, waaronder minstens 12 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en minstens 8 kandidaten geattesteerd door universiteiten vallend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap. ».

Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 3. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken en de Minister bevoegd voor Volksgezondheid zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.

Brussel, 7 mei 2010.

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

Mevr. L. ONKELINX

2026.115

Update Impulseo: premie voor (loon)kosten 2026 blijft gevrijwaard

 

Het gezamenlijke initiatief van huisartsen en praktijkondersteuners heeft na overleg met het kabinet van minister Gennez een eerste succes geboekt.

De Impulseo-premie voor de loonkosten van 2026 blijft behouden en wordt in 2027 nog uitbetaald.

Tegelijk lanceren de betrokken organisaties, waaronder dus het ASGB,  een bevraging om de impact van de geplande afschaffing van Impulseo in kaart te brengen.

 

 

2026.114

Informatiecampagne RIZIV over GMD: wat is dat daar over arbeidsongeschiktheid?

 

Op 23 oktober jl. heeft het RIZIV een brief gestuurd naar de huisartsen om het belang van het GMD nog eens te kaderen (zie pdf als bijlage).

In die brief stond ook een passage over het feit dat vanaf 2027 het GMD onmisbaar zal zijn bij het attesteren van arbeidsongeschiktheid.

Die passage heeft blijkbaar voor heel wat verwarring en ongerustheid gezorgd, zo maken wij op uit (heel wat) reacties die we hebben ontvangen.

Vandaar dat we één en ander willen verduidelijken.

2026.113

Nieuwe regels voor terugbetaling dermatochalasis (oftalmologie)

 

Op 28 oktober 2026 werd een KB van 8 oktober 2026 gepubliceerd dat aangepaste regels invoert voor de terugbetaling van dermatochalasis (245733-245744 Plastie voor dermatochalasis van het bovenste ooglid, per ooglid" N 200).

Deze nieuwe regels die in voege treden vanaf 1 december 2026, zouden aldus een onderliggende nota van het Verzekeringscomité objectiever en betrouwbaarder moeten zijn dan de huidige criteria.